Martin Sommer: Le Pen-kiezers krijgen geen deel van de taart

Vrij zicht van Martin Sommer

 

Meer dan in de VS, Groot-Brittannië of bij ons zijn in Frankrijk de politieke partijen ingestort. Na de eerste ronde bij de presidentsverkiezingen is het nu Macron tegen Le Pen. De strijd wordt hier gekarakteriseerd als 'de open samenleving tegen haar vijanden'. Het is nu met zijn allen tegen het nationalisme. En zoals wijlen president Mitterrand zei en ik opnieuw op de radio hoorde: le nationalisme c'est la guerre - nationalisme is oorlog.

De open samenleving en haar vijanden was de titel van het beroemde boek dat de filosoof Karl Popper tijdens de oorlog schreef. Ik las het lang geleden, maar als ik me goed herinner bedoelde hij wat anders dan er nu van wordt gemaakt. Poppers boek was een aanklacht tegen zowel fascisme als communisme, allebei 'gesloten' wereldbeelden. Het sleutelwoord ervan was noodzaak. Het moest zo, en niet anders.

Poppers kritiek richtte zich om te beginnen op Plato, wiens koning-filosofen de ware kennis hadden en daaraan hun macht ontleenden. In deel twee was zijn doelwit het marxisme, dat leerde hoe de geschiedenis noodzakelijk uitdraait op de vernietiging van het kapitalisme. Dat rechtvaardigde een totalitair bewind zonder tegenspraak. Popper meende daarentegen dat de toekomst vrij is. Daaruit volgde dat de kern van democratisch bestuur tegenspraak is, vallen en opstaan, en de bereidheid er samen wat van te maken. De open samenleving is in mijn ogen vooral open voor kritiek.

Het ziet ernaar uit dat daarover nu anders wordt gedacht. De oude politieke partijen zijn dood of doen alsof ze nog leven. Zij hadden een samenhangende ideologie. Bij links was dat gelijkheid en bescherming, bij rechts vrijheid en economische voorspoed. Bij het democratische partijensysteem hoorde de bereidheid tot aflossing van de wacht. Er was wederzijdse afkeer, maar geen haat. En iedereen kwam van tijd tot tijd aan de beurt voor een stuk van de taart.

De tegenstelling van nu heet progressief tegen nationalistisch, in de woorden van kandidaat-president Macron. De goeden tegen de kwaden. Ook in het vaderlandslievende Frankrijk is de natie een boosaardig fenomeen geworden. Macron zei een tijdje geleden dat de Franse cultuur niet bestond. Dat was een máximaatje, en leidde tot vergelijkbare ophef. Antiracisme heeft de plaats ingenomen van klassenstrijd, moraal die van het belang. Dat betekent dat er geen ruimte meer is voor compromissen. Een onsje minder racisme bestaat immers niet. De overheid heeft het bewaken van de zielen overgenomen van de kerk - géén discriminatie is geloofsartikel 1.

De tolerantie heeft gewonnen, zei de liberale voorman in het Europees Parlement Guy Verhofstadt na de winst van Macron in de eerste ronde. Het is een tolerantie die zelf de vrijheid afknelt en voorschrijft hoe je moet denken. Zo kan Popper zijn open samenleving nooit bedoeld hebben. Voor hem was er alleen een voorlopig gelijk. Dat gold voor zowel politiek als wetenschap. In beide gevallen was er sprake van permanent debat, onder permanente kritiek. In beide gevallen voltrekt zich de sluiting der geesten, onder aanroeping van openheid en vooral antiracisme.

Kijk nog eens naar de verkiezingskaart van Frankrijk na de eerste ron-de. Het patroon is vergelijkbaar met Nederland, de VS of Groot-Brittannië. In de welvarende grote steden - in Parijs stemde minder dan 5 procent voor Marine Le Pen - kennen ze niet eens een Front Nationalkiezer persoonlijk. Op het platteland, in de klei-ne halfvergane stadjes, en de verroes-te industriegebieden, is Marine de koningin.

Maar anders dan onder de ouderwetse partijpolitiek krijgen deze kiezers geen deel van de taart. Ze zijn afkeurenswaardig in hun opvattingen. In zijn nieuwe boek The Road to Somewhere schrijft de Britse politicoloog David Goodhart over de verliezers van de globalisering, de somewheres ofwel sedentairen, zo genoemd omdat ze aan een plek gebonden zijn, anders dan de internationaal georiënteerde anywheres. De opvattingen van de sedentairen waren dertig jaar geleden nog gebruikelijk, samen te vatten onder het trio vlag, geloof en gezin.

Tegenwoordig zijn ze reactionair, racistisch en xenofoob. Het internationale kwart van de bevolking domineert zowel de opvattingen als de instellingen, van het recht, de ngo's, de media, en de supranationale organisaties. Hun politieke ideeën gaan voorbij aan de sores van de somewheres: overspannen verwachtingen van onderwijs als kuur voor alle kwalen, onderschatting van de nadelen van globalisering, immigratie en liberalisering, geïndividualiseerde belastingen waarvoor kostwinnersgezinnen opdraaien, terwijl juist aan de onderkant een stabiel gezinsleven een eerste vereiste is voor een kansrijk bestaan.

Met de belangstelling voor de minderheden van niet-westerse snit zit het wel snor. Media, overheid en wetenschap zijn geobsedeerd door identiteit en diversiteit. Maar die onderste 30 tot 40 procent, de autochtone arbeiders en werknemers die uiterst rechts stemmen, zij ontmoeten op zijn best meewarig schouderophalen.

Woensdag stond in Le Figaro het verslag van de begrafenis van de politieagent die vorige week op de Champs Élysées door een moslimextremist werd doodgeschoten. In het stukje stond dat naar schatting de helft van les forces de l'ordre, militairen en politie dus, op Le Pen stemt. Net als in Nederland komen Franse politiemensen meestal negatief voor het voetlicht, in verband met etnisch profileren of erger. Zij moeten intussen een morele orde bewaken die hun eigen opvattingen minacht en afwijst. Dat kan niet duren.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant.