Londen krijgt een permanent migratiemuseum (alleen nog even een plek vinden)
© RV

Londen krijgt een permanent migratiemuseum (alleen nog even een plek vinden)

Eenmaal geaard wil niemand meer terug

Over Hugenoten, Jamaicanen en Syriërs; een nieuw migratiemuseum in Londen. Nu alleen nog zoeken naar een permanente vestigingsplaats.

Op de eerste verdieping van een oude brandweerkazerne in Lambeth, op de zuidoever van de Theems in Londen, bevindt zich sinds kort een Migration Museum. Een tijdelijke locatie, het zoeken is naar een permanente plek voor een Brits antwoord op het Immigratiemuseum van Ellis Island in New York, de toegangspoort naar de Nieuwe Wereld.

Er zijn wel honderd portretten van immigranten te zien, vaak tegen een oer-Engelse achtergrond

Nieuw is dat streven niet. In de immigrantenwijk Spitalfields bevindt zich al jaren het Museum of Immigration and Diversity. Daar wordt het verhaal van immigratie naar Londen verteld op de plek waar zich door de eeuwen heen Hugenoten, Joden, Jamaicanen en Bengali hebben gevestigd. Dit museum, gevestigd in een oude weverij met een synagoge in de achtertuin, is slechts een paar dagen per jaar geopend. Het nieuwe museum wil dagelijks open zijn en breder ingaan op migratiestromen.

Bij de ingang staat een citaat uit het boek Bloody Foreigners, (2004) waarin Robert Winder beweert dat de immigratiegeschiedenis teruggaat tot de eerste Jut die hier voet aan wel zette. De Jutten, een Germaans volk dat oorspronkelijk stamt uit het huidige Jutland, zijn afwezig bij de twee exposities waarmee het museum aftrapt. Te zien zijn wel honderd portretten van immigranten uit de afgelopen honderd jaar, vaak tegen een oer-Engelse achtergrond: een Ethiopisch gezin op het strand van Brighton, Vietnamese kindvluchtelingen in Hampton Court en feestvierende Portugezen in een Victoriaanse straat na een voetbalzege op Engeland.

Ze kwamen hier tijdelijk, maar willen voorgoed blijven

De mooiste foto is die van een Aziatisch meisje dat op een straat in Birmingham naar haar mobiele telefoon staart, terwijl de English Defense League achter haar voorbij marcheert. Het zegt iets over de vastberadenheid van immigranten iets van hun nieuwe leven te maken, hoe moeilijk of soms vijandig de omgeving ook is. Eenmaal geaard wil niemand meer terug. Zowel de Tsjechische Martina als de Venezolaanse Veronica, zo staat op de bijschriften van hun portretten, kwamen hier tijdelijk, maar willen voorgoed blijven.

De grootste expositie, Call Me By My Name: Stories from Calais and Beyond, gaat over de recente volksverhuizingen. Het doel is om van de migrant een mens te maken. In een tent zijn verhalen te horen over de barre tochten, geïllustreerd door tentoongestelde death vests, zwemvesten die water juist absorberen. In Calais is de droom zichtbaar. Voor Osman bijvoorbeeld, die als verstekeling van de veerboot werd geplukt. 'You have to come out there now, Sir', zei een agent. Na het woordje 'Sir' wist de Soedanees het zeker: ik moet Engeland bereiken.

Het is een sympathiek project. Volledig is het museum nog lang niet, het geeft eerder een impressie. Voorlopig is het échte migratiemuseum de metropool zelf.

Migration Museum, 26 Lambeth High St, Londen.