Leiders Somalië even beetje thuis

Donderdag keerde de regering in ballingschap terug in Somalië. De opdracht is orde te scheppen in een land dat verscheurd wordt door een al veertien jaar durende burgeroorlog....

Welkom in uw land - na veertien jaar van burgeroorlog en anarchie landde donderdag de wettige regering van Somalië weer op eigen bodem. Met twee vliegtuigen vlogen president Abdullah Yusef Ahmed en premier Ali Mohammed Ghedi van Nairobi naar Johwar, 90 kilometer ten noorden van hoofdstad Mogadishu.

Ze hadden al eerder vorige week willen thuiskomen, maar er waren wat problemen gerezen over de vliegtuigen. Premier en president wilden niet samen vliegen, om daarmee het risico te spreiden. Ook het formaat van de vliegtuigen zelf was een probleem. Op het kleine vliegveld van Johwar kunnen slechts kleine exemplaren landen.

Naar Mogadishu, waar kamelen op het vervallen vliegveld grazen, durfde het tweetal niet, de situatie in de hoofdstad is te precair. In de stad maken rebellen nog steeds de dienst uit. Radicale moslimgeestelijken, al dan niet onder de paraplu van Al Qa'ida, verzetten zich fel tegen de komst van de nieuwe regering.

Na veertien jaar burgeroorlog wordt door dappere burgers in de Somalische hoofdstad weliswaar een begin gemaakt met een nieuw bestaan (Mogadishu heeft nu een internetcafé en een autorijschool en er is een voorzichtige doorstart van de universiteit), gevaarlijk blijft het. Een paar weken geleden werd BBC-journaliste Kate Peyton nog voor haar hotel doodgeschoten.

Van echt thuiskomen door de regering in ballingschap kan dus nog geen sprake zijn. President Abdullah Yusef Ahmed en premier Ali Mohammed Ghedi blijven hoogstens een weekje in hun vaderland. Hun reisplannen worden, vanwege hun veiligheid, niet gedetailleerd bekendgemaakt, maar de president gaat nog naar het semi-autonome Puntland, waar hij zelf vandaan komt.

Premier Ghedi reist naar een drietal steden, Beletuuein, Baidoa en Galkayo, voordat hij weer terugkeert naar het veilige Nairobi, waar de Somalische regering in ballingschap, samen met het 275 leden tellende parlement, bezit heeft genomen van een aantal luxe hotels.

De nieuwe regering werd in oktober vorig jaar gevormd, volgend op de dertien jaar chaos na het verdrijven van dictator Siad Barre in 1991. De rebellen die Barre hadden afgezet gingen vervolgens elkaar te lijf.

Tussen de 300- en 500 duizend mensen kwamen bij deze burger- en stammenoorlog, die nog steeds niet echt uitgeraasd is, om het leven. Een deel van de zeven miljoen inwoners tellende bevolking van Somalië verblijft al jarenlang in vluchtelingenkampen, over de grens met Kenia.

Binnen de regering van Yusuf bestaat onenigheid over hoe het nu verder moet. Zolang de rebellen de dienst uitmaken, kan er geen sprake zijn van centraal bestuur. Een deel van de regering pleit voor het inzetten van een 7500 koppen tellende vredesmacht van de Afrikaanse Unie (AU), die de milities moet ontwapenen. Ook president Yusuf is hier voorstander van. Andere ministers - die, en dat maakt de sitiuatie gecompliceerd, zelf krijgsheren zijn - zijn daar fel tegen.

Vooral de eventuele aanwezigheid van Ethiopische soldaten binnen de troepenmacht van de Afrikaanse Unie wordt als bedreigend ervaren. Tusen Ethiopië en Somalië woekert nog steeds een grensconflict. Rebellen worden nu al opgeroepen op Ethiopische soldaten ('verspreiders van het aidsvirus') te schieten, zodra ze in Somalië landen.

Met het inzetten van een internationale vredesmacht in het 'wespennest Somalië' zijn er slechte ervaringen. In 1993 verdween een door de VS geleid vredeskorps schielijk nadat gedode Amerikaanse soldaten door Mogadishu waren gesleept.

William Bellamy, de Amerikaanse ambassadeur van de VS in Kenia (en Somalië), is twaalf jaar later ook tegenstander van het inzetten van internationale troepen. Hij vindt dat de nieuwe regering, die voor een deel bestaat uit de krijgsheren die de burgeroorlog zelf hebben ontketend, de eigen milities maar moet ontwapenen. 'Deze overgangsregering moet haar eigen veiligheid garanderen.'