1518651
© Archieffoto Reuters

Krimpend meer in Afrika brengt miljoenen in gevaar

Het Tsjaadmeer, tussen Kameroen, Niger, Nigeria en Tsjaad zelf, was ooit 25.000 vierkante kilometer groot, maar daar is nu amper een tiende van over. In de gemeenschappen rond het meer neemt de wanhoop toe.

De streek rond Gulfe was ooit overdadig groen. Nu is de atmosfeer van wanhoop bijna tastbaar. Stoffige lucht, aanhoudende harde wind en zandtuinen wijzen op een verschrikkelijke verandering in dit gebied. Van het groen blijft enkel hier en daar een verdroogde boom over.

De Chari en de Logone, de twee belangrijkste rivieren die het meer voeden, brengen elk jaar minder water naar het meer. Herders, vissers en boeren die al generaties lang afhankelijk zijn van de rijke gronden in het bekken moeten nu vechten om te overleven. Het grote meer droogt op voor hun ogen.

Dalende oogsten
Op de oever haalt visser Mahamat Aboubakar een minuscule meerval uit een groot net. 'Vroeger moesten we dat net maar een paar keer uitgooien om duizenden vissen te vangen', zegt hij. 'Nu moet je een hele dag werken om een vangst van twee dollar te verdienen.'

Toen het meer nog gezond was en vol leven zat, kon de visser zo'n 50 dollar per dag verdienen. Nu weet hij dat de vangst alleen maar zal krimpen, en hij armer zal worden naarmate het water terugtrekt.

'Dit is een ramp', zegt Sanusi Imran Abdullahi, directeur van de Lake Chad Basin Commission (LCBC), een instelling die opgericht is door de landen rond het meer om het watergebruik te reguleren en de natuurlijke bronnen in het bekken te beheren. 'Het eist nu al zijn tol van de inwoners rond het meer. We werken aan de redding van het meer en de 30 miljoen mensen die van de natuurlijk rijkdommen afhankelijk zijn.'

Meerdere oorzaken
Het is volgens deskundigen niet mogelijk om een enkele oorzaak voor het krimpen aan te wijzen. 'Verwoestijning, klimaatverandering en het voortdurende afleiden van water uit de rivieren die het meer voeden, zijn de belangrijkste oorzaken', zegt Paul Ghogomou van de University of Yaoundé in Kameroen.

Ook dammenprojecten op de Jama'are en de Hadejia in het noordoosten van Nigeria zijn deels verantwoordelijk voor het krimpen, en de bevolkingsaangroei is de spreekwoordelijke druppel voor het meer, zegt Abdullahi.

'Veertig jaar geleden woonden zo'n 17 miljoen mensen rond het meer. Nu zijn we met zo'n 30 miljoen. Die mensen en hun vee hebben meer water nodig, en de klimaatverandering doet de rest', zegt hij.

Tot nog toe hebben boeren en vissers zich zo goed mogelijk aangepast aan de dreigende crisis. Ahmadou Bello, een visser uit Gulfe, is met landbouw begonnen en kweekt nu maïs, rijst en paprika's. Het terugtrekkende water heeft bijzonder vruchtbaar land achtergelaten, zegt hij.

Maar als het meer zich niet herstelt, zullen ook de vruchtbare gronden verdampen en zullen ook de boeren zonder inkomen vallen.

Megaproject
In een ambitieus plan om het meer opnieuw aan te vullen, hebben de lidstaten van de LCBC - Tsjaad, Niger, Kameroen, Nigeria en de Centraal-Afrikaanse republiek - beslist om water van de Obangui, een zijrivier van de Congo te gebruiken.

'Er gaat zoveel water via de Congo naar de oceaan', zegt Abdullahi. 'We willen er een fractie van nemen om de levens van dertig miljoen mensen te redden die van het meer afhankelijk zijn voor hun levensonderhoud'.

Maar het project zal naar alle waarschijnlijkheid vertraagd worden door een gebrek aan middelen. Abdullahi schat de investeringen op een duizelingwekkende 14,5 miljard dollar. De LCBC kijkt vooral naar de internationale gemeenschap voor hulp.

'We willen later dit jaar een internationale donorconferentie organiseren om te zien wat we kunnen krijgen, en vervolgens bekijken wat de lidstaten kunnen bijdragen', zegt hij.

De kosten van het project zijn enorm, maar als er niets gebeurt, zijn ze mogelijk nog veel hoger, zeggen deskundigen. Uit onderzoek van de Canadese firma CIMA-International zou het meer tegen 2025 al helemaal verdwenen kunnen zijn als er niet wordt ingegrepen.