Cannes filmblog - Grootste verrassing tot nu toe: The Florida Project

Het 70ste festival van Cannes is begonnen. Het Franse filmfestival vindt dit jaar plaats van 17 tot 28 mei. Onze filmredacteuren Bor Beekman en Berend Jan Bockting zijn in Cannes en doen verslag.

Berichten

Bekijk nieuwe update(s).
  1. The Florida Project grote verrassing

    Een van de grote verrassingen in Cannes: het kleine The Florida Project. Met een triest onderwerp, maar met van het scherm af spattende kleuren.

    Of ze misschien in zijn film wilde spelen. Wéér zo’n creep, dacht kledingontwerper Bria Vinaite toen regisseur Sean Baker haar op Instagram benaderde. ‘Tot ik hem googlede. Bleek hij écht filmmaker te zijn.’ En wel van een van de verrassingsfilms van Cannes: The Florida Project van de tot voor kort in een niche opererende Baker. Ontdekt in La Quinzaine des Réalisateurs, een zijprogramma van het festival waar plaats is voor de wat avontuurlijkere cinema. Een van de weinige films in Cannes die unaniem worden geprezen, bovendien.

    The Florida Project is gesitueerd in en rond een motel onder de rook van Disneyworld, Florida, waar de blauwharige, net ontslagen stripper Halley haar dagen slijt met 6-jarig dochtertje Moonee. Geldgebrek vormt een groeiend probleem: het is de vraag hoe lang de motelmanager (Willem Dafoe) clement is.

    In navolging van de recente films over de zelfkant van de Amerikaanse samenleving (Moonlight, American Honey) schetst Baker een liefdevol en kleurrijk beeld van een verborgen wereld, zonder zijn personages als slachtoffer te portretteren. ‘Mensen als Halley wonen daar echt’, zegt Baker. ‘Letterlijk in de schaduw van Assepoesters kasteel.’

    De in Cannes niet snel tevreden critici klapten de handen stuk. Filmblad The Hollywood Reporter schrijft over een ‘fantastisch mozaïek over die grote maar onzichtbare groep thuislozen in Amerika’. En de Engelse krant The Guardian deelde 5 sterren uit.

    Bij een klein publiek maakte de regisseur twee jaar geleden naam als filmvernieuwer: zijn sterke transgenderprostitutiedrama Tangerine draaide hij met niet meer dan drie iPhones. Het resultaat was kleurrijk én verbluffend. Eerder maakte hij Starlet, een lief en waarachtig portret van de vriendschap tussen een verveelde pornoactrice en een eenzame weduwe.

    Ook in The Florida Project, gedraaid op klassiek 35mm, spatten de kleuren van het scherm. Met reden, zegt Baker. Het vertelperspectief ligt bij de 6-jarige Moonee en haar vriendinnetjes: het geworstel van hun ouders gaat goeddeels aan hen voorbij. ‘Nooit staan je zintuigen zo op scherp als in je kindertijd. Daarom zijn de kleuren en geluiden intenser dan normaal.’

    Waar zijn Engelse collega Ken Loach, vorig jaar in Cannes met I, Daniel Blake winnaar van de Gouden Palm, de sociale onderklasse beziet met somberte, toont Baker energie. En daarmee zorgt The Florida Project voor een intrigerende, dubbelzinnige kijkervaring.

  2. Haneke is weer helemaal Haneke

    Vijf jaar na Amour is Palm- en Oscarwinnaar Michael Haneke terug in Cannes, met zijn drama Happy End. En de Oostenrijker constateert: de wereld is er niet op vooruitgegaan.

    Haneke kan niet anders dan Haneke zijn. Dus als een actrice uit zijn nieuwe film haar bijrol duidt, op verzoek van een journalist, vormt zich een frons op het gezicht van de immer in stemmig zwart geklede Oostenrijker met witgrijze baard. Vriendelijk doch beslist, als een docent die het nog eens uitlegt, onderbreekt de 75-jarige cineast haar antwoord in de perszaal te Cannes. ‘De ergste vraag die je een acteur kunt stellen is: leg je rol eens uit. Een acteur zou dat ook nooit moeten doen.’

    Dat Michael Haneke de interpretatie van zijn werk zo veel mogelijk wenst over te laten aan de kijker is bekend. Maar op het Franse festival, vlak na de doop van een nieuwe speelfilm, is hij altijd nét iets strenger. ‘Ik zet sporen uit, in de film. Die mag iedereen dan zelf beoordelen, met zijn hoofd of hart.’

    Zijn nieuwe, naar de Palme d’Or meedingende drama over een welgestelde familie in Calais begint met wat Instagramfilmpjes, gemaakt door een kind. In één vergiftigt ze haar hamster met een overdosis antidepressiva van haar moeder. Filmend hoe het beestje verstart, porrend in het dode lijfje. Dit alles nog net vóór de titel Happy End in beeld verschijnt. De kans dat iemand in de bioscoop dan nog rekening houdt met een waarlijk vrolijk einde lijkt nihil, maar je kunt nooit weten.

    ‘Misschien is het wél een happy end’, oppert de 86-jarige Franse acteurslegende en hoofdrolspeler Jean-Louis Trintignant, die ondersteund door festivaldirecteur Thierry Frémaux de zaal in is komen schuifelen. ‘Het is maar net hoe je het ziet.’

    Happy End volgt het uiteenvallen van de kern van een rijke Franse familie en industriële dynastie. Met een statige villa met van oorsprong Arabisch personeel, of ‘onze slaven’, zoals de jongste zoon cynisch opmerkt. Opa (Trintignant) heeft genoeg van het leven en zoekt iemand om een pact mee te sluiten. Moeder Anne (Isabelle Huppert) houdt het bedrijf overeind. Haar broer, een chirurg, is ook als hij niet opereert klinisch. En dan is er diens depressieve dochter uit een mislukt huwelijk. Op de achtergrond zijn er de gestrande Afrikaanse vluchtelingen, dolend door Calais.

    Allerlei elementen uit Hanekes eerdere films passeren in Happy End: euthanasie, voyeurisme, wreedheid jegens dieren, klassieke muziek, rauwe (chat)seks, een hoog milieu dat zich weinig hoog gedraagt. Zozeer, dat er in de reacties na de eerste vertoning in Cannes werd gespeculeerd of dit drama Hanekes finale betreft, zijn afscheid. Dit wordt niet bevestigd door de cineast. ‘Referenties aan mijn eerdere films? Dat is niet opzettelijk.’

    Maar de aard van de mens is in de vijf jaar sinds zijn vorige film Amour niet verbeterd: ‘We zijn blind voor wat om ons heen gebeurt.’ Zijn 12-jarige actrice Fantine Harduin vrolijkt de boel iets op. Over haar regisseur: ‘Hij is echt héél aardig op de set.’

  3. ‘Cannes? Dat voelt nog steeds zo ontiegelijk ver weg.’ Stijn Bouma (26) kan het nog niet helemaal geloven. Donderdagochtend is zijn fraaie 22minuten durende Lejla te zien op het filmfestival van Cannes in het Cinéfondation-programma, een zijtak van het festival die dient als kweekvijver van internationaal talent van filmscholen. Die selectie betekent wat: hier werden de vroegste korte films van Asif Kapadia (Amy) en Sergei Loznitsa (dit jaar in de hoofdcompetitie met A Gentle Creature) bekroond. Lejla werd met vijftien korte films gekozen uit ruim 2.500 inzendingen.

    ‘Dat zijn er nogal wat hè’, zegt de Nederlandse regisseur met een grijns via Skype vanuit zijn woonplaats Sarajevo. Ja, hij droomde heus wel van een première op Cannes. ‘Maar dan over een jaar of tien, met veel mazzel. Dat het nu al is gelukt, als 26-jarig broekie, is te bizar voor woorden.’

    Lejla is een beheersd verteld verhaal over een jonge vrouw die een drastische keuze moet maken om haar uitzichtloze leven om te gooien. Bouma maakte de film in zijn tweede jaar aan de Film Factory in Sarajevo, opgericht door de Hongaarse filmlegende Béla Tarr. ‘Ik zat in een zwart gat na mijn master Media en Cultuur in Amsterdam, ben enorm fan van Tarrs films en dacht: ik meld me aan.’

    Bouma kreeg les van grote namen als Carlos Reygadas, Victor Erice en Tarrs vaste cameraman Fred Kelemen. Vooral die laatste hielp Bouma zijn eigen pad te vinden. ‘We spraken veel over metafysica, over het moment waarop van het verhaal wordt afgeweken en je aandacht besteedt aan sfeer en het verstrijken van tijd.’

    Op de aftiteling van Lejla staat Tarr vermeld als mentor. Een strenge mentor, zegt Bouma. ‘Ik had in het begin van de studie de neiging een toneelstukje voor hem te spelen. Ik wilde indruk maken, maar daar prikte hij doorheen.’ Tarrs belangrijkste les? ‘Het moment dat hij samen met mij naar Lejla keek. Tarr is heel expressief, hij reageert instinctief op elk beeld. Hij vond veel goed, maar ik ben volgens hem ook een controlfreak. Ik kan nog leren de acteurs de ruimte te geven toeval durven toelaten.’

    Bouma is dit jaar de enige Nederlandse regisseur met een film in Cannes. Hij vertelt, na enig aandringen, drie keer te zijn afgewezen door de Nederlandse Filmacademie. ‘Ik koester geen wrok, dingen lopen zoals ze lopen, maar het is wel extra leuk dat ik via deze omweg in Cannes ben beland.’

    Berend Jan Bockting

  4. Zoek de verschillen

    Geen betere plek om culturele verschillen te ontwaren dan in de perszaal te Cannes. Zeker als er eerst een Amerikaanse film wordt gepresenteerd, met Amerikaanse sterren, en aansluitend een Russische.

    Het woord ‘genie’ valt vlot, tijdens de druk bezochte presentatie van Wonderstruck van Todd Haynes. Steractrice Julianne Moore (56) buigt het hoofd iets achterover en zegt het langgerekt: ‘Genius!’

    De 56-jarige Haynes kijkt goedmoedig opzij, geeft een compliment terug: wat wil je ook met zo’n geweldige actrice? ‘Ik had het er net nog over met Michelle’, zegt Moore, ‘dat we bij Todd eigenlijk niks hoeven te doen: enkel bewegen in de wereld die hij voor ons optrekt.’

    Actrice Michelle Williams (36) knikt: elke dag op de set was een geschenk. In het bijzonder vanwege de kindacteurs, die ze voortdurend verliefde blikken toewerpt tijdens de persconferentie. Wonderstruck volgt twee dove kinderen die in New York op zoek gaan naar hun ouders, in verschillende tijdperken. Fabuleus gefilmd door Haynes vaste cameraman en kostuumdramaspecialist Ed Lachman (Far From Heaven, I’m Not There, Carol). Het New York van 1927 in de stijl van de zwijgende cinema; dat van 1977 even verlopen en kleurrijk en écht als Scorsese’s Taxi Driver (1976). Dan mogen de personages iets gekunstelds houden, in een weeïg en geconstrueerd plot: als plaatjesboek is Wonderstruck de moeite waard.

    Slechts één van de jonge acteurs is echt doof: de 14-jarige debutant Millicent Simmonds, uit Utah. Gevonden na een oproep in de dovengemeenschap. ‘Ik rilde toen ik haar castingtape zag’, zegt Haynes. ‘Zó fantastisch goed.’

    Het meisje gebaart in het echt opvallend levendiger dan in Wonderstruck. Haar tolk: ‘Dat ik hier ben, dat zal ik nooit vergeten. Ik weet nu al dat ik dit moment ga missen.’

    Even later bij de Russische competitiefilm Loveless is de perszaal nog maar half gevuld. Nauwelijks fotografen ook. Het zegt niks: de eerste reacties op het drama van Andrej Zvjagintsev zijn zeer enthousiast. De film van de Rus is meteen aangekocht door een Amerikaanse studio. In Loveless loopt een kind weg bij zijn pas gescheiden, harteloze ouders, die naar hem op zoek moeten in de vrieskou. De uitstekende, minder knuffelbare kindacteur uit de film is er niet bij vandaag. En Zvjagintsev krijgt meteen een kritische vraag van een Oekraïense journalist: maakt het feit dat de personages soms naar Russische propagandistische televisie kijken over de oorlog met Oekraïne, Loveless niet óók propaganda?

    ‘Njet’, antwoordt Andrej Zvyagintsev. ‘Zeker niet. En als je mijn vorige film Leviathan hebt gezien, weet je ook wel hoe ik denk over de machthebbers.’ Een andere journalist vraagt: ‘Dat kind in de film, staat dat niet juist voor Oekraïne?’ ‘Ik ben blij dat u dit uit de film haalt’, antwoordt Zvjagintsev. ‘We zijn ons contact verloren met onze belangrijkste buur.’

    Omdat het staatsgesubsidieerde Leviathan (Oscarnominatie 2015) de Russische minister van Cultuur niet beviel, werd Loveless zonder Russisch overheidsgeld gemaakt. Producent van zowel Leviathan als Loveless en geboren Oekraïner Aleksandr Rodnyansky: ‘Dan hoeven ze zich er ook niet voor te schamen’.

  5. Netflix nu ook in Cannes

    Het is een klein genoegen in een mager jaar voor de Nederlandse filmmakers: de tepel van een lesbische, 17de-eeuwse non, half verscholen achter haar witte habijt. Lonkend naar dagjesmensen, op de kolossale filmposter van de nog op te nemen nieuwe speelfilm van Paul Verhoeven. Die gaat hier deze week in de voorverkoop voor distributeurs, tijdens het filmfestival van Cannes. Blessed Virgin luidt de titel, naar het boek van de Amerikaanse Judith C. Brown, op basis van een script van Gerard Soeteman.

    Daar moeten we het zo’n beetje mee doen, wat betreft de Nederlandse inbreng. Marc van Warmerdam reist nog af, als coproducent van de naar de Palme d’Or meedingende Oekraïner Sergei Loznitsa. Bert Haanstra’s gerestaureerde klassieker Spiegel van Holland (1951) wordt vertoond. En diep in het officiële programma, de cinéfondation-sectie, presenteert Stijn Bouma (26) zijn korte film Lejla. Anders dan vorig jaar, toen critici jubelden over Verhoevens Elle en The Red Turtle van Michael Dudok de Wit, zijn Nederlandse regisseurs dit jaar in Cannes vrijwel onzichtbaar.

    De huidige editie kent een significante verschuiving: de opwachting van betaalzender en nieuwkomer Netflix. Meteen met twee speelfilms in de competitie voor de Gouden Palm, die ultieme prijzenkast voor de filmkunst. Goed voor een rel vooraf, daar de festivalleiding veronderstelde dat beide Netflix-films in Frankrijk voor de vorm ook eventjes in de bioscoop zouden verschijnen. Niet dus: de Franse bioscoopinstantie leende zich niet voor zo’n excuus-release.

    Netflix, dat zijn film Okja eind juni in 190 landen vrijgeeft op de eigen zender, wenst zich niet te schikken naar de protectionistische Franse wetgeving, die stelt dat een in de bioscoop uitgebrachte film in Frankrijk pas drie jaar later op een onlineplatform mag worden aangeboden.

    Naar Okja van regisseur Bong Joon-ho wordt uitgekeken. In gesprek met filmblad Variety schamperde de Zuid-Koreaanse cineast over de kritiek op Netflix. Netflix gaf Bong volledige creatieve vrijheid en een royaal budget van 50 miljoen dollar.

    Lees de rest van de reportage hier.

  6. Lees ook

    Van welke films wordt veel verwacht in Cannes?
    Filmredacteur Bor Beekman zette vijf opmerkelijke films op een rij die de komende weken in Cannes zullen draaien.