Stefan (34) arriveerde donderdag in Lhasa en zag vanaf zijn hoteldak hoe de sfeer vrijdag omsloeg. ‘Op het ene moment liep ik rustig rond, op het andere moment stonden vier gebouwen tegenover mijn hotel, vlakbij de Jokhang tempel, in de fik. Ze zijn voor mijn ogen tot op de grond toe afgebrand. Het begon rond het middaguur. Plotseling deden alle winkeliers in de straat de rolluiken naar beneden. Je voelde dat er iets ergs stond te gebeuren. Later zag ik vanuit mijn hotel hoe jonge Tibetanen de rolluiken omhoog duwden en de boel plunderden en in brand staken.’
Stefan verblijft inmiddels in het Chinese Xian, maar vertelt nog hyper over zijn ervaringen de afgelopen dagen: ‘Vrijdagochtend om tien uur heb ik de Jokhang tempel in het centrum van de stad nog bezocht. Rond één uur 's middags zouden op diezelfde plek enkele Tibetanen neergeschoten zijn. Ik heb dat niet zelf gezien, want ik was in mijn hotel. Maar ik hoorde wel explosies en zag vanaf het dak van mijn hotel rookpluimen opstijgen. ‘
Mishandeld
‘Op het kruispunt voor mijn hotel zag ik hoe woedende Tibetanen met stenen
gooiden naar Chinezen die voorbij kwamen op scooters. Als er eentje van de
scooter afviel, dan werd zo'n Chinees helemaal in elkaar getrimd. Ze werden
echt mishandeld.
‘Ik wilde naar buiten, maar ik mocht niet van het hotelpersoneel. Door de straat reden vijftien tot twintig tanks af en aan. En ik zag zwaarbewapende militairen in legertrucks of marcherend voorbij komen. Daar kun je beter niet tussenstaan, dacht ik.’
‘Ik heb de soldaten niet zien schieten en ik heb ook geen lijken gezien. We hadden een Amerikaanse in onze groep die gestationeerd was in Afghanistan, maar die nu op een korte vakantie naar Tibet was, en zij vertelde ons dat de explosies die wij hoorden geen geweerschoten waren.’
Cultuur
Éen Tibetaan die ik in het hotel sprak zei over de oorzaak van het geweld: ‘
Ze stoppen monniken in de gevangenis en zij waren onze enige hoop. Dus nu
moeten we wel vechten.’ Ik heb begrepen dat de Chinezen alle Tibetaanse
geschriften in Lhasa hebben verbrand of verboden. Voor de gemiddelde
Tibetaan zijn monniken dus de enige personen die hen nog dingen kunnen leren
over hun cultuur.
En andere Nederlander, die liever helemaal anoniem wil blijven omdat hij nu nog in Lhasa verblijft, vertelt via de telefoon dat hij vanaf vrijdag drie dagen heeft binnengezeten. ‘Er stonden militairen met pantservoertuigen voor de deur en niemand mocht naar buiten.
‘Er doen veel Indianenverhalen de ronde, zoals dat mensen in Tibet van alle communicatie zouden zijn afgesloten. Ik heb de afgelopen drie dagen onbeperkt kunnen internetten en internationaal kunnen bellen. Het nieuws over wat hier gebeurt heb ik via alle mogelijke kanalen kunnen volgen.’
Plunderingen
‘Maandagmorgen werd het uitgaansverbod opgeheven en ging ik de straat weer op.
Er liepen mensen rond, taxi’s reden weer en de rotzooi werd weggehaald. De
markt was open en er was verse groente; de winkels in het centrum zijn nog
wel gesloten. Alles leek nog mee te vallen in de hoofdstraat van Lhasa, maar
toen ik richting Jokhang-tempel liep schrok ik wel van de ravage die was
aangericht door plunderingen en brandstichting. Ik voel me ongemakkelijk
buiten door al die militairen met machinegeweren’
‘Ik heb in het verleden verschillende incidenten meegemaakt in Tibet, maar nog nooit zo’n extreme situatie als deze. Ik vind dat het leger dit keer nog terughoudend heeft gereageerd. Het ultimatum dat het leger aan de demonstranten gaf om zich over te geven, is op maandag middernacht verlopen. Ik merk nog niets van onrust. Pas als het licht wordt zullen we weten of er iets is veranderd.’