Het christelijke kerstfeest bleek voor het terreurnetwerk een uitgelezen gelegenheid voor zo’n zware symbolische daad. De autoriteiten in Mauritanië vrezen nieuwe aanslagen als vanaf begin januari de Lissabon-Dakar-rally van start gaat die ook door Mauritanië voert.
Mauritanië is voor de wervers van Al Qaida in toenemende mate een vruchtbaar terrein, zowel om te rekruteren als om te oefenen. Politiek krijgen islamisten van de regering geen kans, en ze kiezen daarom andere vormen om zich te profileren: als missionaire beweging (Jama’at al-Da’wa) als liefdadigheidsinstelling of als vage politiek-religieuze clubjes die zich geïnspireerd weten door het wahhabisme uit Saoedi-Arabië en de Moslim Broederschap (Egypte en Palestijnse Gebieden).
Vooral de liefdadigheidsfondsen draaien goed dankzij financiële injecties door salafistische geldschieters uit de Golfstaten.
Tot 1991 verbood de regering van Mauritanië elke politieke deelname van islamitische stromingen. Daarna waren ze toegestaan, maar onder zulke strenge voorwaarden dat feitelijke deelname onmogelijk was. Dat werd er niet beter op toen leiders van verschillende religieus-politieke stromingen wilden gaan samenwerken en halverwege de jaren negentig werden gearresteerd.
Aanhangers van de radicale islam zitten vooral in de kustplaats Nouadhibou, de hoofdstad Nouakchott en de steden Rosso en Zouérat. Zij bestaan vooral uit nazaten van de vroegere slaven (Haratines) en jonge, arme Mauritaniërs die onderwijs op Arabische leest hebben gevolgd, terwijl de elite Frans leerde en leert. De gearabiseerde Mauritaniërs blijven grotendeels werkloos en zijn een prooi voor islamisten die een beroep doen op hun Arabische roots.
De president van Mauritanië Sidi Cheikh Abdallahi sprak donderdag de angst uit dat de terroristische aanvallen erop wijzen dat Mauritanië nu het volgende doelwit wordt van grootschalige aanvallen, na Marokko, Tunesië en Algerije. Het geweld dreigt verder naar het zuiden te zakken.
De veiligheidsdiensten in Mauritanië zeggen dat de drie mannen die de vier Fransen doodschoten, behoren tot de Salafistische Groep voor Prediking en Strijd (GSPC), die zich op 11 september aansloot bij de organisatie van Osama bin Laden.
De GSPC is de opvolger van de Gewapende Islamitische Beweging (GIA), die vanaf 1992 meedogenloos tegen de Algerijnse regering streed. De burgeroorlog kostte zeker 200 duizend doden. De GSPC is opgericht door mannen die met Bin Laden in Afghanistan streden.
Al Qaida wil van Marokko, Tunesië, Libië en Mauritanië een islamitisch rijk maken. Ayman al-Zawahri, Bin Ladens tweede man, riep in september op Noord-Afrika te ‘zuiveren’ van Fransen en Spanjaarden, in Al Qaida-jargon ‘kruisvaarders’.
Ook de regering moet het ontgelden, omdat Mauritianië een van de drie Arabische landen is die diplomatieke banden hebben aangeknoopt met Israël; ‘de zionisten’ in Al Qaida-jargon. Radicale moslims hechten groot belang aan Mauritanië omdat het in de Middeleeuwen het centrum van het Almoravidenrijk was. Van hieruit kreeg de islam in Noord-Afrika en Zuid-Spanje (Andalusië) vaste voet aan de grond. Al Qaida wil dat opnieuw, vanuit Mauritanië, proberen.