Al-Khalil, het enige vrouwelijke lid van de verdediging, was op 5 april al uit de rechtszaal verwijderd na een ruzie over het tonen van beelden van Saddam door de aanklagers. Vanaf maandag was ze weer welkom, en ze wilde meteen een verklaring afleggen. Daar stak de rechter een stokje voor door haar te sommeren te gaan zitten. ‘Ik wil maar één ding zeggen’, zei Al-Khalil, waarna Abdel-Rahman rechtbankpersoneel toeschreeuwde haar te verwijderen. Tierend gooide ze hierop haar toga neer en na enig duw- en trekwerk werd Al-Khalil afgevoerd.
Saddam maakte vanuit het beklaagdenbankje bezwaar tegen de verwijdering van Al-Khalil, en riep ‘ik ben Saddam Hussein, president van Irak. Ik sta boven iedereen.’ De rechter beet hem luidkeels toe dat hij nu een beklaagde is, en geen president.
Saddam en de andere leden van zijn vroegere bewind staan terecht in verband met een campagne tegen sji’itische inwoners van het stadje Dujail, waar 148 burgers, onder wie enkele tieners, werden gedood.
De eerste getuige die maandag werd gehoord was Murshid Mohammed Jassim, een voormalige medewerker van het Revolutionaire Hof dat de sji’ieten ter dood veroordeelde. Oud-rechter Awad al-Bandar, één van de acht beklaagden en degene die de doodvonnissen uitsprak, is volgens Jassim een rustig, eerlijk en beleefd man.
Het Revolutionaire Hof heeft verdachten altijd een eerlijk proces gegeven, aldus Jassim. Al-Bandar vroeg Jassim of advocaten wel eens de rechtbank werden uitgegooid, zoals gebeurde met Al-Khalil, en dat was volgens Jassim nooit het geval. ‘Advocaten werden altijd respectvol en in overeenstemming met de wet behandeld.’