Volgens het in december gesloten klimaatakkoord zouden de ondertekenaars uiterlijk op 1 februari kenbaar maken met hoeveel zij de uitstoot van broeikasgassen de komende tien jaar zullen terugbrengen. Inmiddels hebben 55 landen dat gedaan. Allemaal blijven zij bij de beloften die zij al voor Kopenhagen hadden gedaan.
Van die beloften was bekend dat die niet volstaan om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden. De onderhandelingen in Kopenhagen waren juist bedoeld om die doelen scherper te stellen.
Het klimaatbureau van de Verenigde Naties (UNFCCC) stelt niettemin tevreden te zijn met de toezeggingen. ‘Dit vormt een belangrijke bekrachtiging van de klimaatonderhandelingen’, aldus UNFCCC-chef Yvo de Boer in een verklaring.
‘Het goede nieuws is inderdaad dat alle grote landen volgens afspraak een briefje met percentages hebben ingeleverd’, zegt klimaatanalist Niklas Höhne, directeur van adviesbureau Ecofys in Duitsland. ‘Het slechte nieuws is dat het nog steeds de oude percentages zijn.’
Ecofys heeft de toezeggingen vergeleken met wat de verschillende landen zouden moeten doen om de opwarming onder de 2 graden te houden. Wereldwijd zouden de emissies in 2020 dan minimaal met 25 procent moeten worden teruggebracht ten opzichte van 1990. Uit de analyse blijkt dat van de grote landen alleen Japan (25 procent), Noorwegen (30 tot 40 procent) en Brazilië (een reductie van 36 tot 39 procent in koolstofintensiteit, oftewel de uitstoot per verdiende dollar) een voldoende halen.
India komt op ‘een vijfje’ uit. Maar de grootste vervuilers – China (40 procent terug in intensiteit), de Verenigde Staten (4 procent) en zelfs de Europese Unie (20 procent) – scoren allemaal een onvoldoende.
De vraag is nu hoe de percentages aangescherpt kunnen worden om toch op een maximale opwarming van 2 graden uit te komen. Volgens Höhne gaat dat pas lukken als de landen in één kamer opgesloten worden en dan tot een vergelijk komen. ‘Er is alleen nog geen manier bedacht om dat voor elkaar te krijgen’, zegt hij.