De vrouwen, slechts aangeduid als A, B en C, zeggen dat hun mensenrechten zijn geschonden doordat zij naar het buitenland moesten reizen voor behandeling. De procedure zou onnodig duur, ingewikkeld en traumatiserend voor hen zijn geweest. Een van hen werd zwanger tijdens chemotherapie, en vreesde voor haar gezondheid en die van het kind.
Het algehele Ierse verbod op abortus is al lang controversieel. Jaarlijks reizen duizenden Ierse vrouwen naar het buitenland om hun zwangerschap te laten beëindigen, vooral in Groot-Brittannië. In de laatste drie decennia hebben naar schatting 140 duizend Ierse vrouwen deze stap gezet.
Het verbod werd versterkt toen het in 1983, na een referendum, werd opgenomen in de grondwet. Hierin werd ‘het recht op leven van het ongeborene’ gegarandeerd. Bijna tien jaar later was de opschudding groot toen een tienermeisje met zelfmoordneigingen, zwanger na een verkrachting, van de Ierse rechter toestemming kreeg om naar Groot-Brittannië te reizen voor een abortus.
De Ierse publieke opinie staat intussen welwillender tegenover abortus, zeker in geval van medische noodzaak of verkrachting. De Ierse regering heeft echter een team van topjuristen naar Straatsburg gestuurd. De laatste zaak tegen Ierland was in 1988. Een homoseksuele man ageerde toen tegen de Ierse wet die het praktiseren van homoseksualiteit strafbaar stelde. Legalisering volgde in 1993.