De gevechten braken zondagavond uit toen demonstranten de straat op gingen om een onderzoek te eisen naar gevechten die vorige maand plaatsvonden in een fabriek. Hierbij vielen twee doden toen Oeigoeren, een etnische en islamitische minderheid, en Han-Chinezen met elkaar op de vuist gingen.
Er zouden tussen de duizend en drieduizend mensen aan de demonstratie hebben deelgenomen. Onduidelijk is waarom en hoe die uit de hand is gelopen. Volgens staatsmedia zouden demonstranten voorbijgangers hebben aangevallen, bussen in brand hebben gestoken en het verkeer hebben gehinderd. De Chinese staatstelevisie laat beelden van bebloede Han-Chinezen zien die volledig in shock zijn. Honderden relschoppers zouden zijn aangehouden. Naar negentig verdachten wordt nog gezocht.
‘De politie heeft de veiligheidsmaatregelen rondom elektriciteitscentrales en televisiestations in Urumqi opgeschroefd om grote rellen te voorkomen’, schrijft de China Daily maandag. ‘Er zijn ook controleposten opgericht in het naburige Changji en Turpan, om te voorkomen dat verdachte relschoppers ontsnappen.’ Het internet- en telefoonverkeer in Urumqi is door de autoriteiten grotendeels stilgelegd.
Een ooggetuige zei tegen CNN dat ‘de demonstratie begon met een paar honderd mensen’, die bijval kregen van ‘meer dan duizend mannen, vrouwen en kinderen, die allen protesteerden en zongen’. De politie zou snel zijn gekomen en barricades hebben opgeworpen om te voorkomen dat de massa verder zou aanzwellen. ‘Maar mensen duwden hen omver en gooiden met stenen naar auto’s en bussen’, aldus de ooggetuige.
De oproerpolitie zou toen zijn ingezet, en volgens de ooggetuige zijn er traangas en brandweerslangen gebruikt om de betogers uiteen te drijven. ‘Ik zag brandweerwagens, ambulances, gepantserde voertuigen en voertuigen die op tanks leken. Ik hoorde schoten.’
Het persbureau AP meldt dat de onrust maandag is overgeslagen naar de stad Kashgar, eveneens in Xinjiang. Een man zei daar met driehonderd andere Oeigoeren te hebben gedemonstreerd buiten de Id Kah-moskee. De groep werd volgens hem omsingeld door de politie. Er werd over en weer geschreeuwd, maar het kwam niet tot een handgemeen, aldus de man.
Oeigoeren zijn de oorspronkelijke bewoners van Xinjiang, en zij verzetten zich al zestig jaar tegen de overheersing door de communisten. Net als in Tibet is gebeurd, zijn ook in Xinjiang steeds meer Han-Chinezen gaan wonen zodat de Oeigoeren een minderheid dreigen te worden in hun regio. Ze mogen hun godsdienst alleen onder strikte voorwaarden belijden: bidden thuis is verboden, en mannen mogen pas vanaf hun achttiende op vrijdag naar de moskee.