Rafsanjani sprak op een bijeenkomst waar volgens de autoriteiten in de stad Teheran geen toestemming voor was gegeven. Hij sprak op een herdenking van een bloedige bomaanslag in 1981 op het hoofdkwartier van een politieke partij. Daarbij vielen meer dan zeventig doden, onder wie partijleider ayatollah Mohammed Hosseini Beheshti.
Diens zoon Alireza steunt net als Rafsanjani oppositieleider Mir Hossein Mousavi in de politieke tweestrijd met het behoudende establishment. Dat wordt aangevoerd door geestelijk leider Ali Khamenei en de volgens de omstreden uitslagen herkozen president Mahmoud Ahmadinejad.