Een half jaar geleden leken de sociaal-democraten weer helemaal terug in Europa. De banken konden alleen maar met overheidssteun overeind blijven en in Groot-Brittannië en Nederland bezong men respectievelijk Gordon Brown en Wouter Bos als de redder des vaderlands. Maar die glorie is nu verbleekt, blijkt bij de Europese verkiezingen. Bijna overal hebben de sociaal-democraten zware verliezen geleden.
Bonnetjesschandaal
Voor een deel gaat het om puur binnenlandse zaken, zoals in Groot-Brittannië
waar Labour de prijs moet betalen voor het bonnetjesschandaal waarbij andere
partijen evenveel boter op hun hoofd hebben. Maar er speelt ook mee dat de
sociaal-democraten in veel landen mede aan het roer zaten toen de financiële
crisis uitbrak. Daardoor hebben ze nauwelijks kunnen profiteren van de
linkse proteststemmen.
Ironisch genoeg zijn juist de christen-democraten en de conservatieven de winnaars geworden van deze verkiezingen. De conservatieve Europese Volkspartij blijft de grootste fractie in het parlement, ook al raakt de EVP de Britse Conservatieven kwijt. Die gaan een nieuwe fractie vormen met de ODS, de partij van de eurosceptische Tsjechische president Vaclav Klaus.
De uitslag is een opsteker voor de Portugees José Manuel Barroso, die hoopt aan te blijven als voorzitter van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU. Op het dieptepunt van de crisis leek hij het slachtoffer te worden van de implosie van de financiële sector. Uiteindelijk had hij jarenlang voor het opengooien van de markten en het versoepelen van de regels gepleit.
Zapatero
Het zag er de afgelopen weken al meer en meer naar uit dat Barroso de storm
zou overleven: zelfs sociaal-democratische premiers als Zapatero en Brown
spraken steun voor hem uit. Daarmee belonen de regeringsleiders Barroso voor
het feit dat zijn Commissie haar uiterste best heeft gedaan de lidstaten
niet voor de voeten te lopen tijdens de financiële crisis. Tal van EU-regels
werden versoepeld om de EU-landen ruimte te geven voor eigen oplossingen
voor de crisis.
Nu de socialistische fractie in het Europese Parlement nog verder afbrokkelt, is het erg onwaarschijnlijk geworden dat de europarlementariërs zich zullen verzetten als de regeringsleiders Barroso deze maand opnieuw voordragen als Commissie-voorzitter.
Ook al blijven de christen-democraten, de socialisten en de liberalen de grootste fracties in het Europees Parlement, de eurosceptische krachten zijn duidelijk in opmars. Niet alleen in Nederland waar de PVV vier zetels in de wacht wist te slepen, maar ook in Groot-Brittannië, Oostenrijk en Finland. Toch blijft het de vraag of de eurosceptici veel greep op het parlement zullen krijgen: de ervaring leert dat ze onderling zo veel ruzie maken dat ze er niet in slagen gezamenlijk een vuist te vormen.
Hoeveel ‘schade’ Europa zal oplopen van deze verkiezingen, hangt vooral af van Ierland, dat dit najaar opnieuw stemt over het Verdrag van Lissabon. Na het uitbreken van de economische crisis leken de Ieren spijt te hebben van hun nee-stem tegen het verdrag, maar de pro-Europese regering van Brian Cowen blijkt zo impopulair dat het nog maar de vraag is hoe het nieuwe referendum zal aflopen. Een nieuw nee zou een enorme nederlaag zijn voor het parlement, dat onder ‘Lissabon’ veel meer bevoegdheden krijgt.