Terwijl de centrum-linkse oppositie vandaag in Rome onder het motto ‘Red Italië’ een landelijke demonstratie houdt tegen de centrum-rechtse regering, geniet de Italiaanse premier de steun van 62 procent van de Italianen.
La Repubblica, het progressieve dagblad dat de opiniepeiling deze maand liet uitvoeren, kon haar verbazing niet onderdrukken. Berlusconi was de grootste, ‘ofschoon hij regeert per decreet, en hoewel de werkwijze van deze regering steeds meer lijkt op het leiden van een bedrijf en de ministerraad steeds meer wegheeft van een raad van bestuur’.
De reactie typeert de wanhoop die bij links in Italië heerst over de almaar groeiende aanhang van de a-typische premier annex zakenman. Links vraagt zich af wat Europeanen ten noorden van de Dolomieten ook vaak willen weten: hoe kan het dat zoveel Italianen warme gevoelens koesteren voor een politicus die zichzelf met diverse wetten uit handen van justitie houdt en luchtvaartmaatschappij Alitalia ‘redt’ door de miljardenschuld van het wankele bedrijf op de schouders te leggen van de Italiaanse belastingbetaler?
Dat komt, zegt rector Franco Pavoncello van de John Cabot University in Rome, doordat Berlusconi ‘een great communicator’ is. ‘Berlusconi kan een wasbak repareren en zichzelf vervolgens presenteren als iemand die zojuist de problemen van de wereld heeft opgelost. De vraag is niet of zijn beleid goed of slecht is. De vraag is: hoe verkoop je het?’
Maar let op, zegt Pavoncello: ‘Berlusconi is geen clown. Hij maakt soms een foute grap, maar hij is zeer scherp van geest en toont zich een sterke leider. Kijk naar de manier waarop hij de afvalcrisis in Napels heeft aangepakt. Hij ging er met de hele regering heen, zei dat hij het zou oplossen. En hij boekt inderdaad enige vooruitgang.’
Zo’n zelfverzekerde figuur is volgens Pavoncello op de linkerflank ver te zoeken. ‘Oud-premier Prodi heeft goede dingen voor Italië gedaan. Maar hij kon zijn beleid op geen enkele manier verkopen. Er was altijd ruzie in zijn coalitie en hij toonde zich geen krachtig leider. En die willen de Italianen.’
Hoogleraar geschiedenis Luigi Goglia zou ‘op geen enkele manier’ de indruk willen wekken dat een meerderheid van de Italianen ‘de liefde heeft verklaard’ aan Berlusconi. ‘Het is geen liefde, maar eerder een reactie op de problemen bij de linkse partijen’, zegt Goglia. ‘Veel Italianen vinden links besluiteloos, dus stemmen ze maar op Berlusconi. Of op diens coalitiegenoten van de Lega Nord. Bij de laatste verkiezingen stemden in het noorden heel veel arbeiders niet meer links, maar op de Lega Nord.’
Is dat voldoende reden om een figuur als Berlusconi tot premier te kiezen? ‘In de Verenigde Staten of Groot-Brittannië zou hij nooit minister-president zijn geworden, want daarvoor heeft hij te veel conflicten met justitie’, zegt Franco Pavoncello. ‘Maar Italië is een raar land, waar begin jaren negentig de belangrijkste partijen ineenstortten door de grootschalige smeergeldaffaire Tangentopoli. Italië leeft daardoor feitelijk in een post-revolutionair systeem. Daarin kunnen allerlei types uit de nieuwe elite aan de macht komen.’