De Mexicaanse journalist Javier Valdez werd uit zijn auto gesleurd en op straat doodgeschoten.
De Mexicaanse journalist Javier Valdez werd uit zijn auto gesleurd en op straat doodgeschoten. © Maaike Engels

'Een kritische journalist is zijn leven in Mexico niet zeker'

Fotograaf Teun Voeten over vermoorde Mexicaanse journalist Valdez

'Ik hou er pas mee op als ik dood ben', zei de bekende Mexicaanse journalist Javier Valdez begin deze maand nog in een interview met het Belgische tijdschrift Knack. 'Hopelijk zal dat niet door een kogel zijn.' Maandag werd Valdez toch getroffen door de kogel die hij vreesde: de journalist werd klemgereden in het centrum van de stad Culiacán, uit zijn auto gesleurd en op straat vermoord.

'Een journalist die kritische verhalen durft te schrijven, is zijn leven in Mexico niet zeker', zegt Teun Voeten over de telefoon vanuit Antwerpen. Deze fotograaf en antropoloog werkt op dit moment aan een promotie-onderzoek over drugsgeweld en maakt samen met filmmaker Maaike Engels een documentaire over dit onderwerp. Voeten ontmoette Valdez in 2009 voor het eerst, toen hij bezig was met zijn boek Narco Estado (waar Valdez het voorwoord voor heeft geschreven). Hij zou hem over twee weken weer zien, 'gezellig, in een restaurantje, om weer eens bij te praten'.

Valdez wás kritisch. Hij heeft duizenden verhalen en een flink aantal boeken geschreven over de drugskartels, maar vreesde volgens Voeten vooral het geweld van de autoriteiten. 'Als lokale journalisten blootleggen hoe verweven zij zijn met de misdaad, de naam van een burgemeester of gouverneur onthullen die de kartels faciliteert, dan worden ze uit de weg geruimd en zal niemand ooit achter de daders aan gaan.'

Geweld als 'product placement'

Soms worden journalisten door kartels juist ingezet om te adverteren hoe wreed ze zijn

Er zijn maar weinig journalisten die het nog aandurven. 'In sommige streken kunnen tientallen doden vallen, en er wordt in de media met geen woord over gerept. In andere gebieden worden journalisten juist door kartels ingezet om te adverteren hoe wreed ze zijn, of om te laten zien hoeveel macht ze hebben - bijna als een vorm van product placement.'

Valdez werkte hier niet aan mee. Hij was een 'rustige man, welbespraakt, ontzettend behulpzaam', die meestal in een spijkerbroek met een net hemd en een rieten panamahoed over straat ging. Hij had zijn eigen weekblad opgericht, Ríodoce. Hierin berichtte hij met een klein groepje medewerkers vanuit een simpel kantoor in een woonwijk over de misstanden in de staat Sinaloa. Het adres was bekend: er was al eens een granaat de redactiezaal ingegooid.

Toch reed Valdez niet in een gepantserde auto, vertelt Voeten, en had hij ook geen bodyguards bij zich. 'Daar moet je het geld voor hebben. Bovendien: als ze je dood willen, krijgen ze je toch wel te pakken.'

Natuurlijk was Valdez daar bang voor. 'Je traint je gezin voor de oorlog', zei hij in 2011 tegen Villamedia, het vakblad voor journalisten. 'Kruip naar een badkamer als er kogels door het huis vliegen! Als ergens narco-muziek wordt gedraaid, wegwezen! Maar de angst is dagelijks. Ik sluit me op, ga niet naar feestjes. Ze verminken je, snijden je vleugels af.'

'Laat ze ons allemaal vermoorden!'

De afgelopen zeventien jaar zijn er in Mexico zeker 91 journalisten vermoord en Valdez is de zesde die dit jaar is geëxecuteerd. Eén van de anderen was Miroslava Breach, die in maart werd neergeschoten toen ze haar zoon naar school reed. 'Omdat je zo'n grote mond hebt', stond er op het briefje dat door de dader was achtergelaten.

Breach werkte voor Norte, een krant die na de moord direct werd gesloten omdat het voor journalisten te gevaarlijk was om verder te werken. Valdez protesteerde daartegen. 'Zeg nee tegen de stilte', zei hij. 'Laat ze ons allemaal vermoorden!'