Het vaderpaard / It faderpaard.
Het vaderpaard / It faderpaard. ©

Zijn gedichten moeten gehoord worden, in het Fries

De gedichten van Tsjêbbe Hettinga moeten gehoord worden, in het Fries. De dichter bezielt het wijde Friese landschap, maar in vertaling is de poëzie niet overtuigend.

De gedichten van Tsjêbbe Hettinga (1949-2013) lees ik het liefst hardop in het Fries. Als ik een woord niet begrijp, zoek ik de betekenis op in de Nederlandse vertaling. Ik denk niet dat ik het Fries goed uitspreek, maar het is een genot om dit wel te proberen en de klanken, die zowel vreemd zijn als vreemd bekend, uit mijn mond te laten rollen.

Hettinga geeft een innerlijke gemoedstoestand weer aan de hand van een landschappelijke schets

Mijn opa kwam uit Workum. Hij sprak vroeger alleen Fries als zijn broers op bezoek kwamen, tot grote ergernis van mijn Wassenaarse oma die er geen woord van wilde verstaan. Ik denk dat ik een brug sla naar Friese voorvaderen en naar hun landschap wanneer ik me in de gedichten van Hettinga begeef:

dammen steane iepen foar it foarjier

ik hear skiep fretten yn de mist

dy 't him hastich master makket

fan de rêst oer it lân

lykas de ûnrêst my bemasteret

In het Fries dat ik hortend en stotend het mijne maak, hoor ik de wind over de polders jagen, maak ik deel uit van het wijde Friese boerenland en bovenal van een door mythes gevoede, haast religieuze verwachting van de natuur en kosmische verschijnselen.

Ik weet niet zeker of ik deze ruimte verzin omdat ik hem wil beleven, of omdat deze besloten ligt in de gedichten van Hettinga. In het Nederlands blijft er weinig van over. Ik lees een treffende observatie maar veel meer dan dat is het niet. Kenmerkend voor zijn werkwijze, geeft Hettinga een innerlijke gemoedstoestand weer aan de hand van een landschappelijke schets. Het mistige voorjaar maakt het land en ook de dichter onrustig:

hekken staan open voor het voorjaar

ik hoor schapen vreten in de mist

die zich haastig meester maakt

van de rust over het land

zoals de onrust mij overmeestert

Ik moest bij het lezen van dit werk geregeld denken aan De zee heeft geen manieren van de dichter Rogi Wieg (1962-2015), die inzichtelijk maakte dat wat wij in de natuur herkennen projectie is. De natuur kent geen menselijke eigenschappen. De zee is niet kalm. Het land is niet onrustig, al blijven we gevangen in ons taalvermogen, dat alleen al door de grammaticale opbouw van de zee een onderwerp maakt dat een werkwoord moet uitoefenen, en als vanzelf iets wil, kan, moet.

Hettinga, die het landschap wegens zijn blindheid op latere leeftijd niet meer volledig kon zien, eist personificatie van de omgeving waarin hij zich bevindt. De aarde kan ruiken, wolken kunnen zwijgen, en de zee: zo trouwe trouwe zee.

Ik wil geloven dat de zee trouw is, de zee blijft immers altijd op dezelfde plek liggen. Maar kan deze trouw niet eenmaal worden bevraagd? Kan het vermogen van taal niet eenmaal worden gewantrouwd? Hettinga weigert.

Deze gedichten moeten gehoord worden, in het Fries, liefst met de stem van Hettinga. Dan ontstaat er muziek. Zijn aanhoudende vuur om bezieling te vinden in zijn omgeving is bewonderenswaardig. Hettinga biedt daarmee een eigen landschap maar in vertaling uiteindelijk geen overtuigende poëzie.