Waarom we maar geen afscheid kunnen nemen van de typemachine

Journalist Paul Robert legt 150 jaar geschiedenis van het apparaat vast

Het was een tijdje terug een opmerkelijk, maar enigszins weggestopt berichtje in enkele Britse en Amerikaanse kranten. Het Kremlin besloot 1.500 tikmachines aan te schaffen voor de Russische geheime dienst. Als reden voor de aanschaf werd aangegeven dat de oude, vertrouwde typemachine in tijden van cybercrime niet te hacken is.

Paul Robert moest glimlachen toen hij het bericht las. 'Ik ben benieuwd of het Witte Huis binnenkort ook weer tikmachines gaat inzetten.'

De Nederlandse journalist en fotograaf schreef onlangs, samen met de Amerikaan Peter Weil, een prachtig geïllustreerd boek over de geschiedenis van de tikmachine: Typewriter, a Celebration of the Ultimate Writing Machine.

Robert (61) is zelf nog net van de generatie die zijn eerste stukjes op een ratelende machine tikte bij de Amsterdamse vestiging van het Amerikaanse persbureau Associated Press. 'Maar toen de computer zijn intrede deed, was ik als een van de eersten om. De pc bood bij het schrijven van teksten zoveel meer voordelen, dat ik ook thuis snel afscheid nam van de tikmachine.

Begin jaren negentig, nadat hij op een rommelmarkt voor vijf gulden weer een oude machine had gekocht, werd Robert's interesse opnieuw gewekt voor het apparaat. 'Het waren toch wel fascinerende stukjes techniek.' Hij ging de mooiste apparaten verzamelen, verdiepte zich in de geschiedenis van de schijfmachine en ontwierp eind jaren negentig de website The Virtual Typewriter Museum.

De echte geschiedenis begint in het midden van de jaren zestig van de 19de eeuw

Paul Robert

Zijn boek, dat zeer fraai is vormgegeven, kan gezien worden als de ultieme geschiedschrijving van het apparaat. In korte hoofdstukjes worden opkomst en ondergang geschetst. En dat alles rijk geïllustreerd. Voor dat beeldmateriaal is Robert half Europa doorgereisd om de mooiste exemplaren uit grote collecties, die zich onder meer in Keulen en Rome bevinden, te fotograferen.

Het tijdstip van publiceren is niet toevallig gekozen. In 2017 is het 150 jaar geleden dat de typewriter werd geboren. Robert: 'Er waren al eerder wat pogingen gedaan, maar de echte geschiedenis begint in het midden van de jaren zestig van de 19de eeuw. Het tijdperk van de industriële revolutie, waarin ook de kantoren flink groeiden, met bijkomstig de vraag naar een goed en snel schrijfapparaat.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Op twee plaatsen in Europa en op één plek in de Verenigde Staten werden destijds onafhankelijk van elkaar de eerste machines in elkaar geknutseld. In Denemarken ontwikkelde Rasmus Malling-Hansen zijn 'Skrivekugle', oftewel zijn 'Writing Ball'. Er zijn er zo'n tweehonderd van gemaakt, vertelt Robert, 'Friedrich Nietzsche was een van de eerste gebruikers'.

En in Oostenrijk trok in 1866 ene Peter Mitterhofer te voet naar Wenen, om keizerlijke steun te vergaren voor zijn 'Schreibmaschine'. De vorstelijke support kreeg de timmerman uit Tirol in eerste instantie, hij bouwde zelfs een machine voor keizer Franz Joseph, maar de oorlog met Pruisen gooide roet in het eten. Zijn bedenksel - het was echt een goed ding, zegt Robert - werd nooit in productie genomen. Mittterhofer stierf verbitterd in 1893.

Tekst gaat verder onder de foto.

De eeuw van de schrijfmachine

QWERTY

Op de vroege machines van Christopher Latham Sholes en Carlos Glidden zijn ook voor het eerst de zogenoemde QWERTY-toetsenborden ingebouwd, een erfenis die de computergebruiker 150 jaar later nog steeds op zijn toetsenbord terug vindt. Robert: ‘QWERTY stamt uit de tijd dat Christopher Sholes op zoek was naar een systeem waarbij de letterstangetjes niet tegen elkaar botsten. Veel gebruikte letters konden dus niet naast elkaar liggen. QWERTY bleek de beste combinatie.’

Overigens zijn er wel variaties: In bijvoorbeeld Duitsland, België en Frankrijk liggen de toetsen anders, respectievelijk beginnend met QWERTZ en AZERTY. Wie wel eens in een internetcafé in Berlijn of Parijs plaatsneemt achter een computer zal tot zijn verbazing dus merken dat het daar toch net even iets anders tikt.

Meer succes hadden de machines die in de Verenigde Staten werden gebouwd door Christopher Latham Sholes en Carlos Glidden. Deze machines, ze leken volgens Robert veel op de uitvinding van Mitterhofer, gingen uiteindelijk volop in productie onder de naam Remington, het Amerikaanse bedrijf dat al bekend was van zijn vuurwapens en naaimachines.

Na de introductie van de machine ging het snel. Overal ontstonden fabrieken die de apparaten gingen maken. In zijn boek laat Robert talloze voorbeelden zien van vroeg 20ste eeuwse kantoortuinen, gevuld met tikkende heren of dames. Of fraaie foto's van zelfstandige vrouwen, die hun tikvaardigheden en stenocapaciteiten als zzp'ers avant la letter vanuit huis als freelancer aan bedrijven aanboden. En er zijn de foto's van journalisten die vanaf locaties verslag doen. In het boek staat een schitterende foto uit 1923 van een journalist van The San Francisco Chronicle, die gezeten op en naast de motorkap van zijn T-Ford, een artikel tikt op zijn Corona.

De 20ste eeuw kan met recht de eeuw van de schrijfmachine genoemd worden, tot aan de jaren negentig van diezelfde eeuw dan. Toen stootte de computer de machine - inmiddels vaak elektrisch - snel en hardvochtig van de troon. Het een na het andere bedrijf stopte met de productie. Nu is het apparaat volledig uit het kantoorbeeld en van het bureau thuis verdwenen.

Tekst gaat verder onder de foto.

Tikkers op straat

De schrijfmachine wordt niet langer gemaakt, maar zal toch nooit helemaal verdwijnen

Paul Robert

Op de redactie van de Volkskrant was er nog lang een oudere boekenredacteur die er een bezat, maar ook dat ding is weg. Alleen in een vitrine bij de afdeling systeembeheer staan er nog een paar te verstoffen, naast oude Nokia's en een paar analoge fotocamera's.

Einde van een tijdperk? Niet helemaal, zoals ook het bericht over de aanschaf van het Kremlin illustreert. En in de zogenoemde Derde Wereld kennen we nog steeds het fenomeen van de man met de schrijfmachine die op straat voor overheidsgebouwen zijn diensten aanbiedt aan analfabete burgers die een officieel document nodig hebben.

Om deze tikkers van dienst te zijn bestond er in India tot voor kort een fabriek die schrijfmachines produceerde. Godrej & Boyce zette in de jaren negentig nog vele tienduizenden machines af, maar besloot enige tijd terug de productie toch stop te zetten. Want de tikker in de straat beschikt tegenwoordig ook steeds vaker over een oude laptop een printer.

Robert: 'De schrijfmachine wordt niet langer gemaakt, maar zal toch nooit helemaal verdwijnen. Er is nog steeds een groep mensen die er mee dweept en dat zijn heus niet alleen verzamelaars. Ik zie parallellen met de muziekwereld, waar de vinylplaat ook weer terug is. Zelf houd ik nog steeds van analoge fotografie, die ook weer een groeiende schare volgers heeft. Ik las onlang dat Ilford zelfs weer winst op zijn zwart-wit negatieffilmpjes maakt.'

Niet dat we straks weer massaal aan de typewriter gaan. Hoewel. Robert: 'In Amerika heb je tegenwoordig zogenoemde type in's of typewriter rodeo's. Dat is het daar helemaal. Jonge schrijvers die in het openbaar naast elkaar op oude tikmachines korte verhalen of gedichten schrijven.'

Bekende liefhebbers

Friedrich Nietzsche en Mark Twain waren er vroeg bij, ze gebruikten al in de 19de eeuw een schrijfmachine. Bij verzamelaars zijn de schrijfmachines die Ernest Hemingway gebruikte zeer geliefd, maar die zijn, volgens Paul Robert, vergelijkbaar met 'het hout van het kruis van Christus'. 'Daar zijn er verdacht veel van. Ze worden overal aangeboden, maar bewijs maar eens dat zo'n machine ook echt door de schrijver is gebruikt. Er is er bij mijn weten een die authentiek is, en die staat in een museum in Havana.'

In Nederland had W.F. Hermans een collectie machines. Hij schreef, hij overleed in 1995, zijn werk natuurlijk ook nog op een tikmachine. Modernere Nederlandse schrijvers die nog werken met een 'tikmachine'? Midas Dekkers en Dirk van Weelden. En A.F.Th. van der Heijden zweert bij één van zijn drie elektronische IBM's.

In de VS schreef Cormac McCarthy ('No Country for Old Typewriters', kopte The New York Times ooit over diens liefde voor de ambachtelijke machine) zijn meesterwerken op een portable Olivetti, die hij in 1963 kocht bij een pandjesbaas in Knoxville, Tennessee. Ook John Irving kan maar geen afscheid nemen van zijn ratelende apparaat.