Terug naar Rwanda

Grafische Roman

Jeroen Janssen gaf les in Rwanda voordat de rassenhaat daar losbarstte. Na 20 jaar ging hij op zoek naar de overlevenden van de kunstacademie en tekende hun verhaal op.

'Het moet rond 1 september 1990 geweest zijn dat ik, pas getrouwd met mijn toenmalige vrouw Myriam, in Rwanda terechtkwam. Zij had er een job gevonden als lerares in de kunstschool van Nyundo.' Met die woorden begint de Vlaamse tekenaar Jeroen Janssen (1963) zijn boek Abadaringi, dat je een liefdesverklaring kunt noemen aan het land van de Hutu's en Tutsi's. Vier jaren woonde Janssen in Rwanda, waar hij tekenles gaf aan de academie totdat de stammenhaat in 1994 een kookpunt bereikte en binnen enkele maanden 800 duizend mensen werden vermoord. De tekenleraar keerde ijlings terug naar Vlaanderen en begon aan een stripboek over die barbaarse tijd, Muzungu: Sluipend Gif, dat in 1998 bekroond werd met de VSB Hoofdprijs.

In het juryrapport stond toen deze zin: 'De lezer wordt meegevoerd naar een zeer eigen wereld die niet, zoals zo vaak bij stripverhalen het geval is, is opgebouwd uit de particuliere hersenspinsels van de maker, maar rechtstreeks aan de werkelijkheid is ontleend.'

Dat realisme is gebleven, want Janssen zou zich daarna profileren als een van de belangrijkste stripjournalisten van Europa met de vuistdikke reportage Doel, waarin hij met pen en stift een portret schetste van het gelijknamige spookdorp aan de Schelde dat wegkwijnt in de schaduw van een kernreactor.

En nu is er dus Abadaringi, ook al een vette pil. De Afrikaanse titel betekent zoveel als 'zij van de academie', oftewel de kunststudenten van Nyundo die vanwege de genocide in alle windrichtingen zijn weggevlucht, als ze daar nog tijd voor hadden. Janssen ging de overlevenden achterna: hij is vier keer naar Rwanda teruggekeerd en heeft er zijn vroegere leerlingen opgezocht. Soms hoefde hij niet ver te reizen, want meerdere Rwandezen kwamen naar Europa, zoals Jean-Claude Ngumire die al jarenlang in Nederland werkt als storyboard-tekenaar.

In dat geval zet Janssen naast het handgeschreven interview een tekening van een nette woonwijk met geknotte wilgen, maar in veel gevallen overheerst het tropische groen van West-Afrika. De Ecole d'Art van Nyundo bestaat uit lage, roodstenen gebouwtjes met daken van golfplaat, tussen een begroeiing van bamboestruiken. De tuinman Gabriël en de kok Alexie wonen er nog altijd, de studentenpopulatie is ververst. In 1994 waren veel van deze jongeren nog niet eens geboren, van de oudere generatie is iedereen door de massaslachting getekend. In Janssens correspondentie met de Rwandezen keert één zinnetje regelmatig terug: 'Met ons gaat het goed, ondanks de rest van ons leven.' Die 'rest; is het trauma.

Het nieuwe Rwanda wil radicaal afstand nemen van het verleden, maar ook dat fokt de mensen op. Neem Kofi, een 60-jarige docent die al heel lang aan de academie werkt. Een kale man met bril, knutselend aan zijn tafel. Aan Janssen vertelt hij dat hij via internet een cursus interieurontwerpen volgt, 'want wie zichzelf niet heruitvindt, vliegt er onherroepelijk uit'. In Rwanda geen gelanterfanter. 'Regeltjes, wetten. Alles moet perfect zijn, iedereen moet uitmuntend zijn', zegt Kofi. En: 'Er lijkt wel een epidemie van hartinfarcten rond te waren.'

Abadaringi, een grafische roman van Jeroen Janssen. Oogachtend; 320 pagina's, euro 39,-.