Starkenburgs bundel zit vol tragikomische observaties
©

Starkenburgs bundel zit vol tragikomische observaties

Boek (poëzie) - De boom valt op mij

De gedichten van Ilse Starkenburg (1963) doen er niets aan om op te vallen. Ze zijn niet schreeuwerig, ze maken geen gebruik van ingewikkelde zinsconstructies. Aan het woord is iemand die liever geen contact zoekt met de buitenwereld. De stem is zeker en de weifeling een ander de hand te reiken is bekend terrein. In die aarzeling ligt een heel leven besloten.

De boom valt op mij

Poëzie
Ilse Starkenburg
De Arbeiderspers; 55 pagina's; euro 17,99

In het gedicht 'Roos Boom' wordt de ik-figuur elke ochtend wakker gebeld door een vrouw die Roos heet:

ze is haar hoofd
verloren de zachte
blaadjes dwarrelen
alle kanten op

met de wind mee en
zij is toch zo'n mooi
meisje en op haar
was toch geen boom
terecht gekomen

De wijkagent beslist dat een vrouw die mensen wakker belt geen noodgeval is.

de GOD eist eerst
een rechterlijke machtiging
nu doe ik maar of het
god is die mij attent
elke ochtend wakker belt.

De observaties over hoe anderen omgaan met elkaar zijn vaak teder en tragikomisch: o, ik vond het zo mooi denkt de ik-figuur bij een herinnering aan hoe Andrea een gedicht schreef 'bij de eenzaamheid van Tanya'. Door het woord 'bij' wordt 'de eenzaamheid van Tanya' verheven tot iets belangwekkends.

Starkenburg veroorzaakt met ultieme beheersing verpletterend besef van eenzaamheid

Andrea schreef een gedicht
bij de eenzaamheid van Tanya

het werd een eindeloos gedicht
begeleid door Tanya's gitaar

akoestisch en met nylon snaren
o, ik vond het zo mooi

het werd een eindeloos gedicht
Andrea ging er beelden bij maken

Het gedicht beschrijft hoe het liedje over eenzaamheid maar doorging, hoe Tanya danste met zichzelf naast het bed. Aan het slot blijkt dat de afstand van de ik-figuur tot de vrouwen die ze beschrijft kleiner is dan in eerste instantie leek. Ze kent het bed waar Tanya stond te dansen. Ze heeft Andrea er naast zien staan. Dan blijkt uit de leegte tussen de vrouwen en de leegte tussen de woorden dat nabijheid de grootste onthechting veroorzaakt.

Starkenburg veroorzaakt met ultieme beheersing een verpletterend besef van eenzaamheid, schijnbaar achteloos en met de lichtste aanraking van het woord:

o, ik vond het zo mooi
toch denk ik dat het nog
iets ingewikkelder ligt

het bed was zo opgemaakt
en Andrea
bleef er steeds maar bij