In de Koreaanse oorlog kijkt een Amerikaanse piloot naar de brug die hij zojuist heeft beschoten.
In de Koreaanse oorlog kijkt een Amerikaanse piloot naar de brug die hij zojuist heeft beschoten. © Corbis / HH / Getty

Robuust verhaal waarin genot van vliegen invoelbaar is

Boek (fictie) - James Salter, De jagers

Bij zijn eerste roman, waarvoor James Salter putte uit zijn ervaringen als gevechtsvlieger, stond hij er meteen, oordeelt Tommy Wieringa. Het verhaal is robuust, de zinnen zijn geborsteld.

In het Nederlands lezen we het oeuvre van James Salter achterstevoren. Zijn doorbraak kwam pas met zijn laatste roman Alles wat is uit 2013, en nu verschijnt dan eindelijk de vertaling van zijn debuutroman De jagers uit 1956. Er zijn verschillen tussen de schrijver van 88 en die van 31, maar de overeenkomsten zijn sterker. Salter stond er meteen bij zijn eerste roman, zonder de aarzelingen en tekortkomingen van veel debutanten. Het verhaal is robuust, de zinnen zijn geborsteld; net zomin als je bij Alles wat is kon vermoeden dat de schrijver hoogbejaard was, lijkt De jagers het werk van een beginneling.

Voor het verhaal van kapitein Cleve Connell putte Salter uit zijn ervaringen als gevechtsvlieger in de Koreaanse oorlog. Salter, die een Russische MiG neerhaalde, had de tegenwoordigheid van geest om aantekeningen te maken van zijn soldatenleven.

De jagers
James Salter
Fictie
Uit het Engels vertaald door Ton Heuvelmans.
De Bezige Bij; 256 pagina's; euro 19,99.

Het verhaal van De jagers is eenvoudig. Als een man met een reputatie wordt Cleve Connell ontvangen op een basis in Korea, nabij het front, waar hij flightcommandant wordt. Er wordt veel van hem verwacht, zijn manschappen kijken naar hem op. Bij zichzelf heeft hij de eerste tekenen van aansluipende ouderdom vastgesteld. Hij is 31, niet al te jong voor een gevechtsvlieger.

'Zijn ogen waren niet goed genoeg meer. Bij een atleet gaven de benen het als eerste op. Bij een gevechtsvlieger waren het de ogen. Je hand was nog vast en je beoordelingsvermogen goed, lang nadat je het talent had verloren een vliegtuig in de verste verten te spotten.'

Er meldt zich een nieuweling op de basis, tweede luitenant Ed Pell. Hij heeft een grote mond, maar schiet de ene na de andere MiG uit de lucht. Een valsspeler, volgens Connell, omdat hij in zijn zucht naar onsterfelijkheid anderen in groot gevaar brengt.

In de lange, lege dagen op de basis verkruimelen het zelfvertrouwen en het fortuin van de kapitein

In korte tijd wordt Pell een ace, de hoogste eer, een gevechtsvlieger die vijf vijandelijke toestellen heeft neergehaald. 'Andere waarden telden niet. Het was net als met geld: het maakte niet uit hoe je eraan gekomen was, alleen dat je het had. Dat was het uiteindelijke vonnis. MiGs waren alles. Als je MiGs had, was je een standaard van uitnemendheid. Dan scheen de zon op je pad.'

Ed Pell wordt een legende, zijn naam ligt op ieders lippen. Connell brengt niet wat van hem wordt verwacht. Het geluk heeft hem in de steek gelaten. Er zijn uitsluitend gevechten wanneer hij en zijn mannen niet in de lucht zijn boven de Yalu, de grensrivier met China. In de lange, lege dagen op de basis verkruimelen zijn zelfvertrouwen en zijn fortuin. Hij wil zijn reputatie redden, zich bewijzen, maar het licht valt zonder aanwijsbare oorzaak niet meer op hem maar op anderen.

Het fraaist getekend is de innerlijke strijd van de kapitein

Steeds sterker rijst Pell in zijn verbeelding op als het obstakel dat zijn terugkeer naar de roem verspert. De beschrijving van Connells langzame nederlaag tot en met zijn uiteindelijke ondergang, is tergend precies. Ook in de ogen van zijn ondergeschikten wordt hij stilaan een naam van vroeger, die vlug verbleekt.

Salters spaarzame beschrijvingen van luchtgevechten zijn schitterend, maar het fraaist getekend is wel de innerlijke strijd van kapitein Connell, die niet begrijpt hoe het leven een getalenteerde valsspeler kan bevoordelen boven een gewetensvol man.

Het genot van het vliegen is in De jagers goed na te voelen, maar pas in zijn autobiografische meesterwerk Dwars door de dagen heeft Salter voor die sensatie uit zijn vechtersjaren de beste woorden gevonden. 'Het was geen plichtsgevoel, het was begeerte. Uit plichtsgevoel zou je niet zo begerig zoeken in het wegstervende licht, een laatste keer stroomafwaarts over de rivier, de aarde al gehuld in duisternis die langzaam omhoogkwam, als de vloed, de hemel was het laatste dat werd opgeslokt.'