Al Capone.
Al Capone. © Hollandse Hoogte

Prachtige biografie over iconische maffiabaas

Boek (non-fictie) - Al Capone: Leven, legende en nalatenschap

Een prachtige biografie over Al Capone, de bekendste gangster in de Amerikaanse geschiedenis.

Al Capone: Leven, legende en nalatenschap

Non-fictie.
Deirdre Bair.
Unieboek/Het Spectrum; 454 pagina’s; € 29,99.

Deirdre Bair sprak voor het eerst uitgebreid met nazaten van Capone over hun herinneringen aan de maffiabaas.

Op het hoogtepunt van zijn macht, 1926-27, haalde de legendarische gangster Al Capone met de 'Outfit', zijn criminele organisatie, jaarlijks 105 miljoen dollar winst binnen in Chicago. Maar ook Capone begon klein: als 14-jarige schoenpoetser in Brooklyn perste hij al andere schoenpoetsertjes in de buurt af. Dat had hij afgekeken van Don Balsamo, de plaatselijke maffiabaas, die zijn mannetjes elke week langs de winkeliers stuurde om beschermingsgeld af te halen.

Dat leek een lucratievere bezigheid dan andermans schoenen te poetsen zoals zijn vader, een brave middenstander, hem had aangeraden. Een paar jaar later ging hij zelf de deuren langs om geld op te halen voor Johnny Torrio, een andere rijzende ster aan het criminele firmament. Maar Capone's loopbaan begon pas goed toen hij in het voetspoor van Torrio naar Chicago trok om daar een netwerk van bars, illegale brouwerijen, gokhuizen en bordelen te runnen. Uiteindelijk nam hij in 1925 de leiding over van Torrio's imperium.

Ik wil niet eindigen in de goot, doorzeefd met kogels uit een machinegeweer

Al Capone

Het leven van de bekendste gangster uit de Amerikaanse geschiedenis is het onderwerp van een prachtige biografie door Deirdre Bair, die eerder naam maakte met biografieën van Simone de Beauvoir en Carl Jung. Bair sprak voor het eerst uitgebreid met nazaten van Capone over hun herinneringen aan de maffiabaas, volgens hen een gezellige man die zijn vrouw Mae op handen droeg, zijn zoontje Sonny aanbad en als hij niet thuis was iedere dag zijn moeder belde.

Zijn huis in Chicago was een echt Italiaans huishouden, waar Mae, een Ierse van afkomst, klem zat tussen zijn bazige moeder, zijn kwaadaardige zus en een heel leger van andere familieleden die de villa aan de Prairie Avenue bevolkten.

Maar Capone zelf was maar weinig thuis, vooral vanaf 1925, toen er hevige bendeoorlogen woedden in Chicago. Bijna dagelijks vonden schietpartijen of bomaanslagen plaats. Ook Capone zelf was herhaaldelijk het doelwit van moordaanslagen. 'Ik heb jarenlang geen rust gehad. Elke minuut verkeer ik in levensgevaar', klaagde hij in 1928. 'Ik wil niet eindigen in de goot, doorzeefd met kogels uit een machinegeweer.' Zelf had hij er ook een handje van: in de loop van zijn carrière liet hij honderden tegenstanders uit de weg ruimen.

Capone liet zich rondrijden in een zeven ton zware gepantserde Cadillac, waarvan de voorruit naar beneden kon worden geklapt, zodat zijn lijfwachten onbelemmerd konden schieten. Het grootste deel van de tijd bracht hij door in het Lexington Hotel, waar hij een tien kamers tellende suite had, met een speciaal voor hem gemaakte stoel met kogelvrije rugleuning.

Capone bestuurde de Outfit als een heuse onderneming, met ruim duizend medewerkers en aparte afdelingen voor de illegale drankhandel, afpersing, de exploitatie van gokhallen, het plegen van bomaanslagen etc. Alleen al voor het bewaken van de enorme hoeveelheden cash die binnenstroomden, had de Outfit zevenhonderd gangsters in dienst. Capone maakte er geen geheim van dat hij de Droogleggingswet overtrad: hij was er zelfs trots op dat hij de Amerikanen leverde waarnaar zij snakten. Maar over de bordelen die de Outfit afperste moest je niet beginnen: hij wilde niet te boek staan als een pooier, ook al maakte hij zelf zo vaak gebruik van de diensten van prostituees dat hij op betrekkelijk jonge leeftijd syfilis opliep.

Midden jaren twintig was hij al zo beroemd dat dagjesmensen werden rondgeleid in 'Caponeville', de wijk rond het hoofdkwartier van de Outfit. Hij had burgemeester 'Big Bill' Thompson in zijn zak, evenals veel aanklagers, rechters, journalisten en het halve politiekorps. Bij zijn hoofdkwartier was het een komen en gaan van ambtenaren die hun loon kwamen ophalen. Toen overijverige politieagenten de hand wisten te leggen op de boekhouding van Capone's organisatie, kreeg Capone die weer netjes terug van een rechter.

Bair beschrijft het proces van Capone met veel smaak

Vanaf 1929 - Capone is dan pas 30 jaar - begint zijn misdaadimperium in verval te raken. De Depressie is begonnen en de inwoners van Chicago krijgen genoeg van Capone's terreur. Ook al viel bij veel bendemoorden de verdenking meteen op hem, jarenlang wist hij dankzij de politie en omgekochte magistraten uit handen van justitie te blijven. In 1931 kiezen de autoriteiten een andere route en klagen ze hem aan wegens belastingontduiking. Zoals gebruikelijk probeert Capone de getuigen en juryleden te bedreigen: een van zijn lijfwachten zat met een revolver zichtbaar onder zijn jasje in de rechtszaal. Dit keer houdt de rechter zijn rug recht.

Bair beschrijft het proces met veel smaak: het geklungel van Capone's advocaten en de naïviteit van de gangster zelf die volhield dat hij nauwelijks inkomsten had, maar wel iedere dag in nieuwe pakken verscheen, van auberginekleurig tot zwavelgeel. Uiteindelijk kreeg Capone tien jaar cel, waarvan hij een deel uitzat in de beruchte Alcatraz-gevangenis. In de gevangenisbibliotheek leent hij nog het zelfhulpboek Life Begins at Forty, maar als hij in 1938 vrijkomt is hij een wrak. Syfilis heeft zijn verstand zo ernstig aangetast dat hij zijn laatste jaren slijt als een kind, onderhouden door een karig pensioentje van de Outfit, zijn vroegere imperium.