Pas op voor het snap-gevoel!
©

Pas op voor het snap-gevoel!

Boekrecensie

Onze hersenen zijn niet gemaakt voor abstract denkwerk, of om van klassieke muziek te genieten, Dat is slechts een bijproduct van hun ware functie: helpen bij het overleven. En te midden van alle mechanismen die gedurende miljoenen jaren evolutie daarvoor in ons brein zijn aangelegd (instinctieve vaardigheden, maar ook het vermogen tot logisch nadenken) hebben de filosofen Herman de Regt en Hans Dooremalen nu een nieuw mechanisme ontdekt: het snap-gevoel.

Eigenlijk zou psychologie een verplicht vak moeten zijn op de middelbare school

Dat heerlijke gevoel dat je krijgt wanneer je iets 'snapt', wanneer je doorhebt hoe iets in elkaar steekt. Omdat dat gevoel zo lekker is, willen we ook steeds weer opnieuw dingen 'snappen'. Dat gevoel is nuttig want wanneer we iets snappen, kunnen we er immers beredeneerd mee omgaan, of op reageren. En dat vergroot onze kans op overleven.

Maar er zit een addertje onder het gras. Het 'snap-gevoel is primitief. Het behoort volgens de  auteurs tot de snelle, slordige cognitieve mechanismen, zoals emoties. En dat betekent dat de mist in kan gaan. Wanneer we dénken dat we iets snappen, kan dat een illusie zijn. Gelukkig weten psychologen al veel van de verschillende manieren waarop ons brein de mist in kan gaan, maar  eigenlijk zou iedereen daarvan op de hoogte moeten zijn. Eigenlijk, zo concluderen De Regt en Dooremalen, zou psychologie een verplicht vak moeten zijn op de middelbare school. Zodat we als volwassen minder vaak (onterecht) denken dat we iets 'snappen'.

Terecht snappen

'Het snapgevoel' is een origineel boek. Al zijn de voorbeelden wat belegen, en wordt de filosofie van de epistemologie (de 'kenleer') te ver uitgesponnen. De auteurs identificeren het 'terecht snappen' ook erg star met wetenschappelijke resultaten. Alleen wetenschap, zo schrijven ze, levert ons het 'terechte snapgevoel'. Maar als het gaat om adequaat reageren op de omgeving, zijn er meer manieren om iets 'terecht' te 'snappen' dan alleen maar de strikt wetenschappelijke. Daarbij vinden ze dat dat gevoel uitsluitend 'terecht' kan zijn bij onderzoek in (zoals ze dat noemen) de 'mesosfeer', zeg maar de zichtbare wereld om ons heen. Want daarvoor zijn onze hersenen immers gemaakt.

Alles wat veel kleiner of veel groter is, wat we niet 'gewoon' kunnen zien, kunnen we slechts proberen te begrijpen door middel van metaforen. Maar wie een metafoor 'snapt', snapt volgens hen daarmee de fysische werkelijkheid niet. Een magneet 'trekt' niks aan en een gen kan niet egoïstisch zijn. Net zo zouden we allemaal moeten inzien dat de metafoor God geen verklaring is voor wat dan ook. En omdat de wetenschap heeft aangetoond (aldus deze heren) dat de vrije wil niet bestaat, dat dit een illusie is, moeten we ook ook daar niet in geloven.

Net zo zouden we allemaal moeten inzien dat de metafoor God geen verklaring is voor wat dan ook

Dat zouden leuke lessen kunnen worden op de middelbare school. Met goochelaars die de leerlingen proberen te bedotten, creationisten die hen proberen te verleiden met Bijbelverhalen en misdadigers die zichzelf vrijpleiten. Ze hadden geen vrije wil! En dat alles ter stimulering van het kritische denken. Die misdadiger heeft ongetwijfeld de minste kans op succes. Wie een misdaad begaat, is daar zélf verantwoordelijk voor. En dus moet je misdadigers mijden. Dat snapt elke puber. En terecht.

Herman de Regt en Hans Dooremalen, Het snapgevoel. Uitgeverij Boom, 240 blz. 22,50 euro.