Lenin in 1917. Schilderij van Vladimir Aleksandrovitsj Serov.
Lenin in 1917. Schilderij van Vladimir Aleksandrovitsj Serov. © ullstein bild via Getty Images

Maart 1917 is vooral bonte stoet van passanten

Zelfs president Roosevelt blijft een eendimensionale figuur

De kroniek over maart 1917 is een opeenstapeling van gebeurtenissen en personen. Door de overvloed resulteren op zich boeiende observaties niet in een boeiend boek.

Will Englund (non-fictie)
Maart 1917 - Op de rand van oorlog en revolutie
Uit het Engels vertaald door Jan van den Berg, Piet Dal, Willem van Paassen en Jaap Verschoor.
Hollands Diep; 448 pagina's; euro 29,99.

Voor historici is het, op z'n minst sinds het verschijnen (in 1962) van The Guns of August van Barbara Tuchman, een beproefd procedé: een tijdvak beschrijven aan de hand van gebeurtenissen in een behapbare periode. Met haar kroniek van augustus 1914 beschreef Tuchman de funeste gevolgen van de alliantiepolitiek die de grote mogendheden de voorgaande jaren hadden bedreven, en gaf zij vast een voorproefje van de gruwelen die zouden volgen. In 1913 beschreef Florian Illies het laatste jaar van bedrieglijke vrede voor 'de oer-catastrofe van de twintigste eeuw'.

'Onbeperkte duikbootoorlog'

Englund weet de lezer geen deelgenoot te maken van het tijdsgewricht dat hij beschrijft

De Amerikaanse journalist Will Englund, oud-correspondent in Rusland voor The Washington Post en winnaar van een Pulitzer Prize, heeft gekozen voor een andere uitsnede: maart 1917 - het jaar van de Februarirevolutie in Rusland (die volgens de Juliaanse kalender in februari plaatsvond) en van de afkondiging van de 'onbeperkte duikbootoorlog' die tot de Amerikaanse deelname aan de Eerste Wereldoorlog zou leiden. In maart 1917 ontstond, met andere woorden, de wereldorde die het verloop van de twintigste eeuw vergaand zou bepalen.

Op deze kenschets van die ene maand is niet eens zoveel af te dingen - zij het dat de gebeurtenissen van maart 1917 natuurlijk ook weer een voorgeschiedenis hadden. Maar anders dan Tuchman en Illies, weet Englund de lezer geen deelgenoot te maken van het tijdsgewricht dat hij beschrijft.

Dat hangt vooral samen met zijn impressionistische benadering van de materie. En met het feit dat hij in werkelijk alles een voorbode ziet van een nieuwe tijd. Een veelheid aan uiteenlopende gebeurtenissen op uiteenlopende plaatsen en met uiteenlopende hoofdpersonen passeert de revue - zonder samenhang, zonder ritme en met veel losse eindjes. Maart 1917 ontbeert het intrigerende samenspel van de hedendaagse lezer die (ongeveer) weet wat in het verschiet ligt en de beschreven personen die dat nog níet weten. Het is een los verband van voorvallen die hun relevantie louter lijken te ontlenen aan het feit dat ze in die ene maand hebben plaatsgevonden.

Tot de bonte stoet van passanten in Maart 1917 behoort de variétéartiest Buster Keaton die bezig was met zijn eerste film, Butcher Boy. Grover Cleveland Alexander was op dat moment, met een jaarsalaris van 12.500 dollar, de bestbetaalde honkballer van de Verenigde Staten. De zwarte componist en impresario James Reese Europe stelde een musicerend legerregiment samen uit inwoners van Harlem. Als zwarte verdiende hij minder dan blanke musici. 'Daar ben ik niet verbitterd over', zei hij. 'Het is tenslotte maar een heel klein stukje van de prijs die mijn ras moet betalen in de soms bijna hopeloze strijd voor een plaats onder de zon.' Zo'n uitspraak wekt nieuwsgierigheid naar de verdere levensloop van Europe. Maar de auteur verplaatst zijn aandacht alweer naar opmerkelijke tijdgenoten.

Naar Jeannette Rankin uit Montana bijvoorbeeld, de eerste vrouw in het Huis van Afgevaardigden - waar zij zich tegen deelname van de Verenigde Staten aan de Eerste (en later de Tweede) Wereldoorlog zou uitspreken. En naar Edith Galt, met wie president Woodrow Wilson na het overlijden van zijn eerste vrouw zou trouwen - en zich daarmee aan een diepe depressie zou ontworstelen. 'Ze is echt verrukkelijk aantrekkelijk', schreef Wilson met vederlichte pen. 'Ze staat hier bekend om alles wat mooi is en om niets wat besmet is met de kleingeestigheid van de plaatselijke society.' Veel meer komt de lezer niet over haar te weten. Want Englund heeft alweer een ander flat character in zijn vertelling geïntroduceerd.

Heen en weer

Nergens raken al die verhaallijnen met elkaar vervlochten

Doordat hij voortdurend heen en weer schakelt, raakt de lezer nooit vergroeid met een persoon of een gebeurtenis. De kroniek van de Februarirevolutie wordt onderbroken door een passage over de politieke ontwikkelingen in Cuba en een beschouwing over de lynchpraktijken in de Verenigde Staten - waartegen de liberale president Wilson zich als zuiderling niet wilde uitspreken. De beschrijving van het debat in de Verenigde Staten over de wenselijkheid van deelname aan de oorlog in Europa wordt onderbroken door de wederwaardigheden van twee Amerikanen (Florence MacLeod Harper en James L. Houghteling) in roerig Rusland en de - op zichzelf boeiende - observaties van journalist H.L. Mencken van Duitsland en de Duitsers. Maar nergens raken al die verhaallijnen met elkaar vervlochten.

Zelfs voormalig president Theodore Roosevelt, fel en kleurrijk pleitbezorger van een oorlogsverklaring aan het Duitse keizerrijk, blijft een eendimensionale figuur - hoeveel woorden Englund ook besteedt aan zijn vangst, tijdens een vakantie in Florida, van een reuzenmanta en een reusachtige moerasschildpad. Het wordt er allemaal niet beter op als Englund de Russische premier Pjotr Stolypin, die te boek staat als hervormer, wegzet als meedogenloze onderdrukker of als hij schrijft dat Duitsers in 1848 - ruim twee decennia voor de vestiging van het tweede Duitse keizerrijk - en masse voor 'de Kaiser' op de vlucht sloegen. Maart 1917 rechtvaardigt beslist een boek. Maar wel een beter boek dan Englund heeft geschreven.