Schilderij van Paula Modersohn-Becker
Schilderij van Paula Modersohn-Becker © ANP

Lentekriebels bij het naakttekenen

Dagboek

Parijs, 15 mei 1900

Ik ben dus naar de tentoonstelling geweest, drie keer. Ze is nog mooier en leerzamer dan ik al dacht. De Fransen zijn het best. Cottet, Simon, Jean Pierre. Ze hebben een ongelooflijke diepte in hun kleuren gemeen. Ze schilderen Bretagne, maar hoe!

Wij Duitsers zijn daarmee vergeleken burgerlijk en bekrompen. Cottet heb ik opgezocht. Een roodharige, bebaarde man, van een grote fijngevoeligheid. Hij heeft bij mijn deurtje aangeklopt, maar toen was ik er niet en vond ik alleen een briefje met zijn handtekening.

Nu ik erover nadenk: die paar Franse reuzen kennen geen conventies. Ze durven naïef te zijn. Je kunt enorm veel van ze leren.

Bij het naakttekenen 's avonds zijn de Fransen zo vol van lente-kriebels dat ze het ene chanson na het andere aanheffen. Ze zijn als champagne. Helaas worden ze ook net zo gauw weer vlak.

Ik kom terug van de avondles. Het maanlicht is betoverend in deze lentenacht. Alles juicht, je hoort mandolines en violen, zelfs een cello, en een Duitser zingt: 'Auch ich war ein Jüngling mit lockigem Haar.'

De witte kastanjebloesems in de buurtuin en de lieve maan lichten op. Voor mijn neus geurende lelietjes-van-dalen. En midden in die weelde verlang ik naar mijn geboorteland. Hier is alles zo licht dat ik er ongeduldig van word. Bij ons zijn de tonen dieper, voller, ernstiger.

Paula Modersohn-Becker (1876-1907), Duitse schilder. Ingekort fragment uit Briefe und Tagebuchblätter, 1920.