© Hollandse Hoogte

Jensen moet maar snel Denker des Vaderlands worden

Boek (non-fictie) - Alles wat ik voel

Met een prettige balans tussen grappig en serieus maakt Stine Jensen tieners wegwijs in gevoelens. Jensen blijft dicht bij de moderne tijd en houdt de theorie luchtig.

Je stierlijk vervelen? Heel nuttig. Roddelen? Kom nou, mijn vriendin en ik onderzoeken of we dezelfde normen en waarden hebben. Jaloers? Bestaat niet of nauwelijks. Want meestal ben je jaloers op iemand die bijna net zo is als jij.

Alles wat ik voel

Stine Jensen.
Non-fictie.
Met illustraties van Marijke Klompmaker.
Kluitman; 154 pagina's; euro 18,99.
Vanaf 10 jaar.

Alleen al om dit soort wijsneuzigheden is Alles wat ik voel van de van oorsprong Deense auteur en televisiemaker Stine Jensen (1972) de moeite waard. Met fijne humor en een prettige balans tussen grappige en serieuze onderwerpen maakt ze tieners deskundig in een razend interessant vakgebied: gevoelens. Maar liefst twintig emoties krijgen elk hun eigen deel in dit robuust uitgegeven en prachtig geïllustreerde boek. Moeilijke gesprekken met je ouders? Hierna niet meer.

Geestig is bijvoorbeeld de passage over 'kalmte'. Er zijn maar weinig kinderen die niet dagelijks horen dat ze zich moeten beheersen. Maar hoe doe je dat? En is je kalmte bewaren niet vooral heel vermoeiend? Een drukteschopper met de bijnaam Boeddha vertelt met ironie over een licht irritante moeder die wel erg haar best doet met yoga en mediteren op een schapenvelletje. Ze kunnen van elkaar leren en doen dat ook: filosofie in de praktijk.

Alles wat ik voel is overtuigend

Het voorbeeld is uit eigen leven gegrepen, net als de andere gênante, verdrietige, kwaad makende of juist vrolijk stemmende korte verhalen. Dat maakt Alles wat ik voel overtuigend. Jensen blijft dicht bij de moderne tijd en houdt de theorie luchtig.

Lekker concreet vertelt het hoofdstuk 'moed' hoe moeilijk een jongen het vindt om te stoppen met voetballen. Van hem hoeft het niet meer, maar zijn vader is zo trots op hem. En wat 'walging' is wordt tastbaar als een meisje vertelt over haar meester die een leren broek draagt en nog bij zijn moeder woont.

Nadat de filosoof zich heeft verdiept in alle kanten van de emotie is er ruimte voor een positieve of in elk geval passende uitweg: de voetbalvader bewondert zijn zoon omdat die voor zichzelf durft te kiezen en het meisje met de smakeloze leerkracht blijkt vooral een beetje bang dat ze zelf ooit zo wordt. Filosofie in de praktijk betekent kennelijk: ontdekken dat dingen in de werkelijkheid bijna altijd anders in elkaar blijken te zitten dan je dacht.

Filosofie is bij de eerste kennismaking alleen leuk als je er meteen wat aan hebt

Ook fijn: naast maar een paar voor de hand liggende klassiekers kiest Jensen ook hedendaagse Nederlandse denkers en een behoorlijke dosis vrouwen. Eerlijk is eerlijk: Søren Kierkegaard wordt het vaakst genoemd, maar vrijwel niemand schreef nu zo indringend over emoties als de aandoenlijke Deen die niet kon kiezen.

Maar was het echt nodig, oude denkers aanhalen? Het antwoord neigt naar nee. Kunnen die grote mensen niet naar achteren, in een 'meer lezen over'-achtige opsomming? Sterker nog, zou het niet aardig zijn om een filosofieboek voor kinderen te schrijven zónder er anderen bij te halen? Filosofie is bij de eerste kennismaking alleen leuk als je er meteen wat aan hebt - je kunt het als je er verslaafd aan raakt alsnog gaan studeren.

Het is een vraag waar wel meer kinderboekenschrijvers mee worstelen. In kinderboeken zijn levensvragen nooit ver weg. Dat dat heel goed kan, bewezen Guus Kuijer en Sjoerd Kuijper, met hun prachtige gesprekken tussen kleinkinderen en opa's. De tienervragen van Madelief en de kleuterkwesties van Robin laten zich niet eenduidig beantwoorden en dat maakt ze nu net zo boeiend.

Jensen moet maar snel Denker des Vaderlands worden

Het idee dat filosofie als vak aan kinderen uit te leggen is, danken we aan de wereldwijde bestsellers Zen en de kunst van het motoronderhoud (1974) van Robert M. Pirsig en De wereld van Sofie (1991) van de Noor Jostein Gaarder. Wat je ook van die ambitieuze boeken vindt: je kunt er nauwelijks anders uit concluderen dat wie vandaag de dag iets wil bedenken, eerst via gladde broekspijpen en lastige borstzakjes op de schouders van lang geleden gestorven reuzen moet klimmen.

Jensen lijkt op zoek naar manieren om een eerlijk speelveld te creëren voor kinderen met filosofie van nu. In haar jeugddebuut Lieve Stine, weet jij het? (2014, Zilveren Griffel) lukt dat nog niet zo goed. Uiteindelijk blijft het toch een filosoof die antwoord geeft op vragen. Bovendien vindt ze in het beantwoorden van tamelijk willekeurig gekozen filosofische brieven van kinderen maar geen aansprekende eenheid.

Die is er door de slim gekozen vorm en inhoud van Alles wat ik voel wél. Emoties, daar raak je niet direct over uitgepraat. Belangrijker: door kinderen aan het eind van ieder hoofdstuk het woord terug te geven, ontstaat eindelijk een echt gesprek. Jensen moet maar snel Denker des Vaderlands worden, de eerste die de interesse voor dit soort belangrijke onderwerpen ook weet aan te wakkeren bij kinderen.