In Molto moderato is aan eigengereide visies geen gebrek
©

In Molto moderato is aan eigengereide visies geen gebrek

Boek (brieven) - Vestdijk & Eijckmans

Onder de fraai-Vestdijkiaanse titel Het genie wordt in vonken gemeten bracht Simon Vestdijk in 1956 een saluut aan de componist Robert Schumann, wiens honderdste sterfdag dat jaar werd herdacht. De romanschrijver, dichter en essayist ontving daarop een reactie van Jozef Eijckmans, die opheldering vroeg over sommige passages in het artikel.

Vestdijk stuurde de negen jaar jongere dichter en pianist een welwillend briefje terug ('Ik heb allerminst van de liedercomponist Schumann kwaad willen schrijven'), en dat leidde tot een correspondentie die tot 1970 zou voortduren.

Correspondentie is een groot woord voor de brieven over muziek die nu in Molto moderato zijn samengebracht: veertien stuks, wat neerkomt op één per jaar.

Het bestempelt deze uitgave tot een curieus voetnootje bij Vestdijks Verzamelde muziekessays in tien banden; grondige beschouwingen waarin de auteur via een hoogstpersoonlijke argumentatie tot verrassend onacademische inzichten komt.

Brieven
Jozef Eijckmans & Simon Vestdijk
Molto moderato - brieven over muziek
Ingeleid door Emanuel Overbeeke
Prominent; 64 pagina's; 10,- euro

In deze brieven gaat het andersom: aan eigengereide visies is geen gebrek, wel aan argumenten. 'Kunnen mij allemaal gestolen worden!', roept Vestdijk over de componisten uit de tijd vóór Bach. 'Ist doch all zu lächerlich', schampert Eijckmans op zijn beurt over Anton Bruckner. Het aardige is dat beiden ondanks hun hoofse neigingen ('zeer veel hoogachting') soms flink op elkaars tenen staan. 'Dit vind ik onnoozele muziek, met permissie', zegt Vestdijk over Faschingsschwank van Eijckmans' geliefde Schumann.

Hoe schaars de bronnen in de jaren vijftig waren, leren deze brieven ook. 'De door u genoemde vioolsonate ken ik niet', bekent Vestdijk sipjes. 'Misschien zal hij in deze tijd nog wel eens door de radio uitgezonden worden.'