Zo suf als de titel luidt, zo activistisch is Schampers' pleidooi voor meer aandacht aan dit soort veronachtzaamde musea.
Zo suf als de titel luidt, zo activistisch is Schampers' pleidooi voor meer aandacht aan dit soort veronachtzaamde musea. ©

Het stikt van de kleine en grote ontdekkingen in Schampers' pleidooi

Boek (non-fictie) - Karel Schampers, De museale snelweg af

Voor de fijnste museumbezoeken hoef je juist niet in de rij te staan. Een activistisch pleidooi voor kleine, veronachtzaamde collecties.

Karel Schampers, De museale snelweg af (****). Non-fictie. België en Noord-Frankrijk, Waanders; 220 pagina's; euro 25 .

Het zijn mooie, verrassende tochten. Je rijdt op een druilerige zondag een van de talloze, weinig zeggende stadjes in Noord-Frankrijk binnen, met hun troosteloze grijze lintbebouwing van lage arbeidershuisjes waarvan de rolluiken al om vier uur naar beneden zijn. Het asfalt is donkerder dan elders. Op de bomen zit een laagje bruin fijnstof. Op het pleintje staat altijd een soldaat op een sokkel, in brons, peinzend over de ellende van de Eerste Wereldoorlog.

Zo ook Le Cateau-Cambrésis. De bakker is als enige middenstandszaak open. De bronzen soldaat is vervangen door een andere bronzen oorlogsheld. Ook hier: glanzend olifantengrijs asfalt. In het centrum, achter een Arc de Triomphe-achtige boog, staart een klassiek gebouw je aan. Te groot en te kleurig met zijn wit-rood gelaagde façade.

Schijn bedriegt

Maar wat blijkt: wat ooit een middelbare meisjesschool was, is nu Musée Matisse. Wat ook blijkt: het stadje is de geboortegrond van de fauvistische vernieuwer. Twee jaar voor zijn dood schonk Henri Matisse (1869-1954) een ruime selectie uit zijn oeuvre aan de Franse gemeente: vroege academietekeningen, gipsbeelden van imposante vrouwenruggen, geschilderde stillevens; late knipsels, ontwerpen voor het glas-in-lood, de priestergewaden en tegeltableaus van de Kapel van de Rozenkrans in Vence.

Musée Matisse in La Cateau-Cambrésis is een van de verrassingen uit het boek De museale snelweg af, samengesteld voor wie op zoek is naar 'vergeten musea' in Noord-Frankrijk en België. De schrijver is Karel Schamper (66), oud-conservator in het Stedelijk Museum en Museum Boijmans Van Beuningen en oud-directeur van het Frans Hals Museum in Haarlem. Een man met kennis die je eerder associeert met het officiële museumcircuit dan met een verloren museum in de natte klei van West-Vlaanderen of een groezelige zijstraat in Antwerpen.

Schijn bedriegt.

Amusementsindustrie

Zo suf als de titel luidt, zo activistisch is Schampers' pleidooi voor meer aandacht aan dit soort veronachtzaamde musea. Want dat is het doel van het boek. Met een keuze van bijna veertig instellingen, privé en door de overheid gefinancierd, probeert hij de monocultuur van grote musea open te breken; de hegemonie van de bekende en verantwoorde collecties die tot de canon van de kunstgeschiedenis behoren en waar de toeristen tegenwoordig en masse op af komen.

Waarom Schampers, als oud-officiële-museum-man, zich nu juist daar tegen keert? Omdat de museumwereld, zoals hij in de inleiding schrijft, is omgeslagen in een 'amusementsindustrie'. Met zijn cafetaria's, winkeltjes volgepropt met stropdassen, koffiemokken, legpuzzels en badlakens en drommen toeristen die op zoek zijn naar een 'once-in-a-lifetime'-ervaring.

Kleine en grote ontdekkingen

Schampers gruwt ervan. Met name van het gebrek aan rust om nog geconcentreerd te kijken naar de aanwezige kunstwerken, zonder tegen een woud van achterhoofden te hoeven aankijken.

Nieuw is deze opinie niet. Wel nieuw is de consequentie die Schampers eruit trekt. In plaats van in een hoekje te zitten mokken over wat verloren dreigt te gaan, nam hij de auto naar musea waarvoor niemand in de rij staat (omdat er niemand komt), die toch een fantastische verzameling bezitten (veelal op basis van private schenkingen) en je naar plaatsen laten rijden die je anders nooit zou bezoeken (mijn persoonlijke favoriet: de Vlaamse Westhoek).

In die zin stikt het van de kleine en grote ontdekkingen. Neem La Piscine in Roubaix, een voormalig art-decozwembad, waar aan de rand van het badwater nu een weelderige collectie 19de- en 20ste-eeuwse beeldhouwkunst keurig in gelid staat opgesteld. Of neem het Wiertz Museum in Brussel, dat haast onmogelijk ongezien is gebleven: het atelier van Antoine-Joseph Wiertz (1806-1865) is gigantisch en herbergt even gigantische schilderijen van gruwelscènes (dood en verderf) en door de lucht zwevende naakten.

In de rij

Schampers overzicht is bovendien een reis door de tijd. Wat te denken van het museum in Brussel gewijd aan de beeldhouwer Constantin Meunier, een 19de-eeuwse ijzervreter van de oude socialistische soort. De Lieu d'Art et Action Contemporaine (LAAC) in Duinkerken, een foeilelijk, wit betegeld gebouw van conferentieachtige allure, met een evenwel gevarieerde collectie van naoorlogse popart en fundamentele schilderkunst. Of het omvangrijke Musée des Beaux-Arts in Tournai met zijn collectie van Belgische en Franse kunst vanaf de 16de eeuw.

Natuurlijk, sommige musea uit het boek zijn minder 'vergeten' dan andere, zoals het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK) in Gent, de overweldigende boekencollectie van het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen en de eigenzinnige buitenkunstverzameling in Kemzeke: de Verbeke Foundation. Het kan gebeuren dat je daar wél in de rij staat bij de kassa.

En natuurlijk, Schampers mag verordenen dat een geslaagd museumbezoek alleen kan bestaan uit rustig en geconcentreerd kijken, laat niemand vergeten dat het in België en Noord-Frankrijk ook goed lunchen is. Allez! En route!