Ger Groot schakelt moeiteloos tussen grote denkers en lichte cultuur.
Ger Groot schakelt moeiteloos tussen grote denkers en lichte cultuur. ©

Ger Groot schrijft een feest van herkenning en helderheid

Boek (non-fictie) - De geest uit de fles - Hoe de moderne mens werd wie hij is

Een feest van herkenning en helderheid is de inleiding in de moderne westerse wijsbegeerte van Ger Groot. Moeiteloos schakelt hij tussen lastige denkers en lichte cultuur.

Ger Groot, De geest uit de fles - Hoe de moderne mens werd wie hij is (*****), non-fictie.
Lemniscaat; 360 pagina's; euro 34,50.

Mijn dagen begin ik meestal met wat Hegel het gebed van de filosoof noemt, het lezen van de krant. Afgelopen weken moest dit ochtendritueel verschillende keren wachten. Eerst wilde ik een hoofdstuk lezen uit De geest uit de fles van Ger Groot. Steeds was dit een vroeg feest van herkenning en helderheid.

Die herkenning heeft alles met het onderwerp te maken. De geest uit de fles komt voort uit een collegereeks die Groot voor eerstejaars filosofiestudenten in Rotterdam gaf. Dit maakt het boek tot een perfecte inleiding in de moderne westerse wijsbegeerte. Als collega herken ik veel, maar steeds drukt Groot op verrassende wijze zijn eigen stempel op de stof die hij bespreekt. Daarbij blinkt hij uit in helderheid. Moeilijke denkers, met wie ik zelf soms langdurig worstelde, weet hij op begrijpelijke wijze te presenteren. Dat dankt hij ongetwijfeld mede aan het feit dat hij zich nooit helemaal in de academische wereld heeft opgesloten.

Geen doorsnee inleiding

De geest uit de fles is geen doorsnee inleiding in de wijsbegeerte. In sommige opzichten herinnert het aan De verbeelding van het denken, een veelgebruikte geschiedenis van de westerse en oosterse filosofie. Die verbeelding uit de titel slaat op de illustraties waarmee dit boek verlucht is. Die vind je nog meer in De geest uit de fles.

Maar in tegenstelling tot de nogal obligate afbeeldingen uit het eerste boek, heeft Groot verrassende plaatjes uitgezocht. Ze komen deels uit de reclame, de stripliteratuur, de krant en de film. De boodschap ervan is duidelijk: filosofie vind je niet alleen in teksten, ze wordt weerspiegeld in de hele cultuur van een tijdperk. De lijn van een beschouwing van Sartre over de bourgeoisie naar het chanson Les bourgeois van Jacques Brel ligt voor de hand, maar ook de manier waarop Frank Sinatra My Way zingt, kan, zo laat Groot zien, niet los gezien worden van de waarheid van de mens die Kierkegaard als eerste in de individuele innerlijkheid situeert.

Schakelen

Zijn boek doet denken aan het schitterende Made in Europe

De lol van De geest uit de fles bestaat er verder in, dat de lezer buiten tekst en illustraties, uitstapjes kan maken naar fragmenten uit de film, muziek, documentaires en interviews, die in het boek genoemd worden. Maar wie daaraan begint, komt aan de ochtendkrant voorlopig niet toe.

Van moeilijke denkers als Nietzsche en Derrida schakelt Groot zo schijnbaar moeiteloos over op lichtere cultuuruitingen. In dit opzicht deed zijn boek mij denken aan het schitterende Made in Europe, waarin Pieter Steinz de hoge en lage cultuur die ons continent bindt, in één adem bespreekt.

Ook Groot aarzelt niet om naar de Rolling Stones te laten luisteren en de lezer mee te nemen naar Disneyland en De Efteling. Aantrekkelijk is dat het filosofische betoog hierbij steeds centraal blijft staan. Groot waagt zich niet aan abstracte beschouwingen over de wederzijdse beïnvloeding van filosofie en materiële cultuur maar leidt de lezer op deskundige wijze langs de hoofdlijnen van de moderne wijsbegeerte en laat zien hoe die zich op velerlei manieren cultureel vertakken.

Zijn hoofdthema wordt met de titel perfect uitgedrukt. In de moderne tijd verliest de mens zijn goddelijke ankerpunt. Wanneer Descartes in de zeventiende eeuw met zijn beroemde twijfelexperiment de mens los maakt uit de overgeleverde religieuze zekerheden, is inderdaad de geest uit de fles. Alle latere pogingen om hem er weer in te krijgen, falen onherroepelijk. Langzaam leren moderne mensen op eigen benen te staan. Moeten zij, zoals Nietzsche stelt, zelf goden worden? Of is dat volgens de waarschuwingen van Heidegger te gevaarlijk en moeten mensen weer leren luisteren naar 'de stem van het Zijn'?

Architect

Maar misschien verdwijnt de moderne mens wel als een zandkasteel aan de vloedlijn, zoals Foucault voorspelt. Groot laat deskundig zien hoe hier de ene vraagstelling de volgende oproept.

Het grote pre van zijn inleiding boven De verbeelding van het denken is dat we hier met een tekst uit één stuk te maken hebben. In het verleden vergeleek ik het eerste boek, dat veel verschillende medewerkers heeft, met een postmodern bouwwerk met soms niet al te gelukkige uitbouwsels. Groot houdt daarentegen als architect zijn bouwtekeningen in eigen hand. De eerdere inleiding gaf ik vier sterren, voor het eerst als recensent geef ik De geest uit de fles graag vijf sterren mee.