De onderbroek van Buster Keaton MAX NORD BLIJFT IN ZIJN MEMOIRES OP DE ACHTERGROND

'DE LEVENSLOOP van een zenuwknoop', had Max Nord (1916) zijn boek als ondertitel kunnen geven, maar hij koos voor het minder laconieke en bijna plechtstatige 'memoires'....

Onder letterkundigen en kunstjournalisten is hij geen onbekende: mede-oprichter van Het Parool en De Bezige Bij, auteur van een Pirandello-biografie (uit 1962, toen hier nog maar weinigen bekend waren met de toneelstukken en verhalen van de Italiaan), vertaler van Pavese en van Alain-Fourniers Le grand Meaulnes, en een dichter die ook wel weet dat hij niet tot de onvergankelijken behoort.Een man wie het leiderschap niet in het bloed zat, en die het als voorzitter of chef nooit lang volhield. Zijn manier van bespreken en beoordelen ontleende hij aan Du Perron en vooral Ter Braak, die in de jaren dertig de persoonlijkheid van schrijvers kardinaler achtten dan de kunstigheid van hun werk. Een vent moet ergens voor staan, en waar kom je diens karakter onverhulder tegen dan in dagboeken, brieven en memoires? Dat het er een keer van moest komen dat ook Nord zijn leven in kaart bracht, ligt dus eigenlijk in de lijn der verwachting. Wel was er een uitnodiging van het Fonds voor de Letteren voor nodig om hem het beslissende duwtje in de rug te geven.En toen zag hij zich voor een nieuw probleem gesteld. Want hoe je zelf in de schijnwerpers te zetten en niet potsierlijk te worden, als je in eerlijkheid moet erkennen geen hoofdrol te hebben gespeeld in het letterkundige leven van de afgelopen vijftig jaar? Een onmisbare figuur op de achtergrond, akkoord; een stimulator van scherpzinnige essayisten en critici, aantoonbaar waar; een veellezer en kenner van menige kroeg en bijbehorende anekdotes, niemand die het kan tegenspreken. Maar dat maakt hem op het eerste gezicht minder geschikt voor een boek waarin hij zelf het middelpunt is, wetende dat zijn formaat in het niet valt bij literatoren uit zijn omgeving als Ter Braak, Vestdijk, Bloem, Helman en Carmiggelt.Nord vond een elegante oplossing, door de terugblik op zijn leven te laten overlopen in een reeks korte typeringen van kunstenaars die zijn pad hebben gekruist. Zij zijn het die zijn visie hebben gevormd en hem al die jaren in de ban van de letteren en de journalistiek hebben gehouden. Niet meer dan rechtvaardig dat de schrijver van deze memoires zich halverwege het boek naar de achtergrond dirigeert. Dat is zijn stek.Misschien is die houding zelfs zijn redding geweest. Want de klappen die de fortuin hem bereidde, hadden hem stuurloos kunnen maken. Op 9 mei 1940 dacht Nord nog dat hij journalist van het Soerabaiasch Handelsblad werd. Een dag later was alleen het weer nog zonnig. De oorlog was uitgebroken, jaren waarin hij voor het leven leerde dat je de mensheid kunt onderverdelen in dapperen en karakterlozen. In 1951 vertrok hij als correspondent naar Parijs, maar op de eerste avond van zijn verblijf ginder werd hij overvallen door een blindedarmontsteking. Daarover berichten in Het Parool was nou niet de opdracht. De droogkomische herinneringen aan die rampspoed, compleet met een onervaren ziekenbroeder die hem van de trap laat lazeren, de dodemansrit naar het hospitaal en de allerminst vertrouwenwekkende ontvangst aldaar, vormen kostelijke lectuur. Je begrijpt dat Nord later met zo'n verhaal de feestvreugde zal hebben verhoogd op de roemruchte, in alcohol gedrenkte avondjes bij Simon en Tiny Carmiggelt.Even typerend is de koel verwoorde herinnering aan het auto-ongeluk, dat zijn tweede leven in Parijs binnen een jaar beëindigde. Zijn (eerste) vrouw Eef kwam erbij om, Nord keerde met zijn dochters terug naar Nederland en zette zijn leven voort als freelance journalist en vertaler. Een gesplitste persoonlijkheid, iemand die zijn verwachtingen diverse keren bruusk gedwarsboomd zag, die zich niets meer van het dramatische auto-ongeluk kon herinneren. Daarom moet hij zich verwant hebben gevoeld met het werk van Pirandello, waarin de instabiliteit van 's mensen identiteit virtuoos is verbeeld.Toeval alweer. Zo plotseling kunnen je leven en belangstelling een wending nemen. In de oorlog werden mensen op straat doodgeschoten, en tegelijkertijd zat je tussen Nijhoff en Vasalis thuis bij Henriëtte van Eyck te luisteren naar de bard Adriaan Roland Holst, die een nieuw gedicht voordroeg. Het moge raar klinken, maar zo ging het wel.Willem Wittkampf was een begenadigd medewerker van Het Parool die een nieuwe interviewvorm introduceerde, de monoloog waar de journalist zichzelf uit weggeschreven had, een voorbeeld voor Ischa Meijer en anderen. Toen hij de krant vaarwel had gezegd ten faveure van het eenzame schrijverschap, liep hij vast in een roman die hopeloos uitdijde. Toen Wittkampf in 1992 stierf, wist zowat niemand nog wie hij was. Had niemand kunnen voorspellen.Op 14 mei 1940 kwam Nord in Den Haag op straat Menno ter Braak tegen. 'Het is zover', zei de literator met wie Nord nog Rauschnings Gespräche mit Hitler had vertaald. Ter Braak fietste naar zijn broer en pleegde zelfmoord.Vijftig jaar later herdenkt Nord zijn principiële collega van Het Vaderland met eerbied. Willem Frederik Hermans, die tot in zijn lezing 'Taboes' (opgenomen in zijn laatste bundel vermaningen en beschouwingen, Malle Hugo; 1994) is blijven smalen op de vereerders van Ter Braak die altijd hebben geschermd met een geheime lijst van de Gestapo waar Ter Braak op zou hebben gestaan, krijgt drie jaar na zijn dood nog eens onderuit de zak van Nord. Die geheime lijst bestond wél, dat heeft Nord zelf gehoord van iemand die het van mevrouw Ter Braak heeft gehoord.Mooi bewijs, hoor je Hermans van gene zijde uitkraaien. De lezer kan ondertussen niet veel met dit gehakketak. Wat we ervan begrijpen is dat, wanneer Nord eenmaal pal staat voor een markante persoon, hij die trouw blijft. Zo zit dat. Die trek geeft zijn memoires een gezicht en samenhang.De portrettengalerij is er een van smakelijke anekdotes, gegroepeerd rondom figuren die Nord al die tijd met zich heeft meegedragen. Of hun literaire werk altijd even onvergetelijk is, mag worden bewijfeld. Het waren in elk geval wel mensen die hem hebben geïnspireerd, wat af te lezen is aan deze hartverwarmende stukken. De literatuurwetenschap heeft niks aan Achterwaarts, maar daar heeft Nord ook niet voor geleefd of geschreven. Bij hem komen grote en kleinere schrijvers even tot leven. De boeken die ze schreven, moeten we zelf maar lezen, desnoods met hulp van geleerde interpreten.Op een dag kort na de oorlog nam hij Simon Vestdijk mee op ziekenbezoek bij Arthur van Schendel. Leuke belevenis om na te vertellen, toch? En in de oorlog kwam Nord geregeld in café De Berenbak nabij het Kurhaus in Scheveningen. Jacques Bloem kwam daar ook, en niet om te dichten. Dat wil zeggen, totdat de achterstallige rekening zo hoog opliep dat Bloem op een bierviltje een distichon krabbelde, om de uitbater tevreden te stellen. Dat vers is niet opgenomen in de Verzamelde gedichten van de zwaarmoedige dichtervorst. Het staat gegrift in Nords geheugen, en hij is zo gul het rijmpje te onthullen. Leuk verhaal.Zo heeft Nord in 1952 ook Buster Keaton ontmoet, die een mime-act had in een circus dat toevallig in Parijs neerstreek. De Hollander ging er niet uit hoofde van zijn werk naartoe. Maar in de pauze dacht hij: 'Als ik nu naar Keatons kleedkamer ga, kan ik hem misschien interviewen.' Enfin, hij klopt op de deur, en treft daarachter een spiernaakte vrouw aan, die haar man - in onderbroek - erbij haalt. Wat dan gebeurt, laat zich alleen met Nords pen beschrijven. Je krijgt prompt weer zin in een film van de komiek met het stenen gezicht. Nord kon er niks mee in de krant, met die ontmoeting, maar zij was te aardig om achter te houden nu hij van het Fonds op zijn praatstoel mocht zitten. De lezer dankt Max Nord voor het aangenaam verpozen. Leuk verhaal ook weer, zo hadden we Keaton nog niet gezien. Het was een witte.Arjan PetersMax Nord: Achterwaarts - Memoires.Meulenhoff; 287 pagina's; * 39,90.ISBN 90 290 5747 5.