Leonardo Fibonacci
Leonardo Fibonacci ©

Charmant boekje over revolutionair wiskundige

Boek (non-fictie) - Finding Fibonacci

Het is een van de klassiekers van de wiskunde, de konijnenrij. Neem een konijnenpaar. Elk konijnenpaar krijgt elke maand één nieuw paar nakomelingen. En de konijnen sterven niet.

Finding Fibonacci

Non-fictie
Keith Devlin
Princeton University Press; 240 pagina's; euro 24,95

Hoeveel konijnenparen zijn er dan na één maand, na twee, drie, na n maanden? Scholieren die hebben opgelet herkennen er de befaamde Fibonaccireeks in: 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34... De regel voor wat hier gebeurt is simpel, elk volgende getal in de reeks is steeds de som van de voorgaande twee.

De Brits-Amerikaanse wiskundige en popularisator Keith Devlin schreef in 2011 een boek over de naamgever van de reeks, Leonardo Fibonacci, een Italiaanse wiskundige uit de twaalfde eeuw. Dat boek, Man of Numbers, was destijds ook tot Devlins eigen verbazing de eerste serieuze biografie van Fibonacci. Want zo bekend als de naam is, zo onbekend blijkt de man zelf. Het origineel van zijn belangrijkste werk Liber Abbaci uit 1202 is zoek, latere kopieën zijn schaars, zijn geboortejaar is vaag en zijn dood wordt nergens vermeld. In Pisa denken ze bij de naam Leonardo eerder aan Da Vinci dan aan hun stadgenoot.

Finding Fibonacci laat zien hoe een revolutionaire grootheid zomaar in vergetelheid kan raken

En dat terwijl Fibonacci veel meer dan alleen de man van de konijnenrij is. Als zoon van een ambtenaar uit de handelshaven Pisa reist hij rond in het Middellandse Zeegebied en pikt er het Hindoe-Arabische getallensysteem (inclusief de 0) op waarmee handelaren hun administratie voeren. In Liber Abbaci, waarvan de tweede druk uit 1224 wel nog bestaat, introduceert hij in Europa het getallensysteem waar we nu nog mee werken.

In zijn charmante nieuwe boekje Finding Fibonacci filosofeert Devlin over de redenen dat Fibonacci eeuwenlang nagenoeg vergeten was, terwijl hij de basis legde voor zo ongeveer al het exacte denken. Deels komt dat doordat ten tijde van Fibonacci de boekdrukkunst nog moest worden uitgevonden; latere gedrukte leerboeken van anderen over de getallen zijn lang voor de originele bronnen aangezien.

Finding Fibonacci is vooral een making of van de weergaloze eerdere biografie van Devlin, maar laat zich ook prima afzonderlijk lezen. Het laat zien hoe een revolutionaire grootheid zomaar in vergetelheid kan raken en hoe moeizaam het herontdekken daarna gaat. Vermakelijk is de manier waarop Devlin zichzelf neerzet als een bezeten Fibonacci-jager in shorts en sneakers die onverschillige toeristenbureaus en knorrige bibliothecarissen trotseert, door Pisa wandelt en door Toscane fietst, historici en vertalers opzoekt en uiteindelijk het oudste bewaarde manuscript van Liber Abbaci in zijn trillende handen houdt.