Van licht en donker door Anton Dautzenberg en Diederik Stapel.
Van licht en donker door Anton Dautzenberg en Diederik Stapel. ©

Als gratis blog prima, als speelfilm boek werkt het niet

Boek (non-fictie) - Van licht en donker

De wikiweetjes vliegen je om de oren in de essays over film van Anton Dautzenberg en Diederik Stapel. In de tweede helft van de bundel wordt de toon minder neurotisch: meer witregels, minder woede.

Van licht en donker

Non-fictie
A.H.J. Dautzenberg en Diederik Stapel
Uitgeverij Jurgen Maas; 328 pagina's; euro 19,95.

In Tilburg hebben ze een filmhuis dat in 1983 vernoemd werd naar die beroemde studio in Rome: Cinecitta (minus het accent grave op de à). Het pand aan de Willem II-straat nummer 29 bestaat al langer, en in 2016 was het precies honderd jaar geleden dat daar voor het eerst een film werd vertoond: Salambò (1914) van de Turijnse pionier Domenico Gaido.

Vandaag staan vooral de betere arthousefilms op het menu, en om het eeuwfeest te vieren kregen twee auteurs de opdracht om wekelijks bij toerbeurt een deftig essay van circa 1500 woorden te schrijven over film, bedoeld voor de website. Die stukken zijn nu gebundeld: Van licht en donker, en de auteurs van dienst zijn Anton Dautzenberg en Diederik Stapel.

Odd couple van 'alternatieve feiten' buigt zich over een medium dat bedacht is om de waarheid te liegen

Wat je noemt een odd couple, in het tijdperk van de 'alternatieve feiten'. Schrijver Dautzenberg maakte binnen de journalistiek enige naam met fake interviews voor de VPRO Gids en sociaal-pyscholoog Stapel zag in 2011 zijn wetenschappelijke loopbaan geknakt door een even omvangrijke als veelbesproken fraudezaak. Over hun lotgevallen correspondeerden de twee al eens in De Fictiefabriek (2014), nu buigen ze zich over de speelfilm - vanuit de aard van de zaak een medium dat bedacht is om de waarheid te liegen.

Aardig idee, zoveel verschijnt er in Nederland nu ook weer niet over speelfilm in boekvorm. De generatie van oud-Volkskrant recensent Bob Bertina (in 2002 op 87-jarige leeftijd overleden) wilde nog weleens hun memoires neerpennen (zie diens: 'n Beeld van 'n Meneer uit 1981), maar vervolgens bleef het opvallend stil. Hans Schoots schreef een paar stevige biografieën over Joris Ivens en Bert Haanstra, je hebt dat terugkerende Filmjaarboek, Grunberg noteert weleens wat (bundel: Buster Keaton lacht nooit, 2013), Kees 't Hart, Willem Jan Otten, vroeger.

Wellicht komt het omdat Nederlandse uitgevers weinig brood zien in filmboeken, maar misschien heeft het er ook mee te maken dat schrijven over populaire cultuur zo eenvoudig nog niet is. Het heet niet voor niets populaire cultuur, iedereen heeft er al een mening over ('Goeie film', 'Slechte film').

Lees verder onder de foto.

Dus een auteur zal wel met een metablik moeten komen, zonder zich te verschuilen achter academische camouflagetaal. Zaken waarvan je denkt: o, dat is goed gevonden, of: die crosslink had ik nog niet gelegd. Alleen het verhaaltje navertellen met wat cijfers en rugnummers, dat heeft doorgaans niet zoveel zin.

Nu gaan we dus de diepte in met het duo Dautzenberg/Stapel, ze pakken de stukken thematisch aan. Dan kan het gaan over de relatie van een regisseur met zijn vaste hoofdrolspeler (Quentin Tarantino met Samuel L. Jackson), Jezusfilms, oorlogsfilms, horrorfilms, biopics over schrijvers, alsook over de vraag wat het publiek naar de bioscoop brengt.

Helaas zijn het, zeker in het eerste deel, nogal rommelige essays waarin de wikiweetjes je om de oren vliegen, en er danig op witregels lijkt te zijn bezuinigd. Enorme opsommingen, aan elkaar geplakt, zonder noemenswaardige eindredactie. Voorts valt de geëtaleerde rancune op, en niet eens tussen de regels. Zo is er sprake van 'Mensen met een Mening', of 'De verzamelde filmpers vond het prachtig, heel diep'.

Geheel nieuwe vergezichten tref je niet aan

Dat zal dan wel de 'elite' zijn waar het duo niets van moet hebben, blijkbaar. Dat kan, maar het zou enorm helpen om dan zelf eens met geheel nieuwe vergezichten te komen. Die tref je niet aan, al wordt wel de toon in de tweede helft wat minder neurotisch. Meer witregels. Minder woede. Maar om op dat punt te komen wordt heel wat geploeter van de lezer gevraagd.

Als gratis blog voor een filmhuis in Tilburg zullen deze essays wel hebben volstaan, bij wijze van cultcorner. Als zelfstandig nieuw verrassend Nederlands filmboek werkt deze bundel een stuk minder.