'Commerciële televisie' is een onzinbegrip
© ANP

'Commerciële televisie' is een onzinbegrip

Stockholm, 16 juni 1999.

Een gelukje, ik word aangewezen als vrijwilliger om het digitale nieuwsstation van de Zweedse publieke televisie te gaan bezichtigen. Daardoor heb ik 's middags twee uur vrij. Het lukt me de rest van het gezelschap ervan te overtuigen dat het schip de Wasa de moeite van het bezichtigen waard is.

Van het filmpje van de berging met beelden uit de jaren vijftig krijg ik tranen in mijn ogen. Heel voorzichtig worden de voorwerpen uit het schip schoongemaakt, behandeld, gekoesterd. Vroeger wilde ik archeoloog worden.

Daarna een bezoek aan de commerciële televisie. Waarom blijven we dat toch zeggen? We zeggen toch ook niet 'commerciële tijdschriften' of 'commerciële kranten'? Het bestaan van de term publieke omroep (voor een derde uit reclamegelden gefinancierd) legitimeert het bijvoeglijke naamwoord 'commercieel'.

Als we het systeem van de bodem af konden opbouwen zouden we het anders doen. Kijken wat de markt in de praktijk als aanbod genereert en het ontbrekende aanbesteden. Dan zijn alle aanbieders gelijkwaardig. En wordt alleen de kwaliteit beoordeeld.

Bij de ambassadeur voel ik me ontheemd. Waartoe, waarheen, waarvoor? Van verveling twaalf keer de regelmatig langskomende lekkernijen genuttigd. Satéstokjes, worstjes, kippenpootjes, pasteitjes, gehaktballetjes en kaasjes. Wat zit me dwars?

Marjet van Zuijlen (1967), voormalig PvdA-politicus. Ingekort fragment uit Retour Nijmegen-Den Haag. Prometheus, 2000.