Jesse Klaver gaat maandag op de foto tijdens het verkiezingsdebat op de TU Delft.
Jesse Klaver gaat maandag op de foto tijdens het verkiezingsdebat op de TU Delft. © ANP

Wetenschappers bezorgd: peilers missen groeiend deel van het volk

Het aantal mensen dat wil deelnemen aan enquêtes daalt. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van Annemieke Luiten van het Centraal Bureau voor de Statistiek bij de nationale statistiekbureaus van 22 landen, waaronder Nederland. Ook onderzoeksbureaus die de stemvoorkeur peilen hebben steeds meer moeite deelnemers te vinden, blijkt uit een rondgang langs vijf grote opiniepeilers.

Wetenschappers zijn bezorgd over deze trend. Resultaten van belangrijke onderzoeken kunnen vertekend raken wanneer groepen die doorgaans wel meedoen aan enquêtes te veel verschillen van groepen waarbij geen ingevulde vragenlijst terugkomt.

En dat terwijl peilingen een steeds belangrijker rol spelen bij verkiezingen. Sinds het einde van de verzuiling zijn kiezers in Nederland minder honkvast. Nu, een maand voor de verkiezingen, weet 75 procent van de kiezers nog niet zeker op welke partij ze zullen stemmen, aldus I&O Research. Een deel van die kiezers stemt strategisch om de kans op bepaalde coalities te vergroten of juist te verkleinen. Betrouwbare en duidelijke peilingen zijn voor hen cruciaal.

Panels

Zaterdag bleek dat veel Nederlanders overwegen op de VVD te stemmen, alleen maar om te voorkomen dat de PVV van Geert Wilders de grootste wordt. 'Tegelijkertijd maken al die zwevende en strategische kiezers die laat hun keuze maken een duidelijke peiling ook bijzonder moeilijk', zegt Jelke Bethlehem, emeritus hoogleraar surveyonderzoek. 'En dan heb je ook nog eens een groeiende groep mensen die hun mening überhaupt niet wil geven.' Hoe groot het effect van peilingen precies is op de uitslag van verkiezingen, is onbekend.

Het probleem van de slechte panels speelde onder meer bij de Britse verkiezingen van 2015, waarbij de peilers de aanhang van de conservatieven zwaar hadden onderschat. Oorzaak: te weinig conservatieven in de opiniepanels, aldus de British Polling Council in een onderzoek.

'Enquêtemoeheid'

Ook bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen - veel peilers gaven Hillary Clinton de grootste kans op de overwinning - waren volgens de bekende Amerikaanse opiniepeiler Nate Silver niet alle soorten kiezers voldoende vertegenwoordigd in de enquêtes. Waarschijnlijk zijn er te weinig lager tot middelbaar opgeleide blanken geïnterviewd, oordeelt hij op de website FiveThirtyEight.

Het Amerikaanse Pew Research schrijft dat bij hun telefonische enquêtes minder dan 10 procent van de telefoontjes leidt tot deelname, terwijl dat in 1997 nog 36 procent was.

Bij de nationale statistiekbureaus is de respons weliswaar dalend, maar nog relatief hoog. Deed in 1980 nog ruim 90 procent van de benaderde huishoudens mee aan een enquête van een nationaal statistiekbureau, nu is dat gezakt naar 70 procent. Nederland zit op 60 procent - met daarbij de kanttekening dat deelname hier vrijwillig is, terwijl dat in andere landen soms verplicht is. Luiten: 'Internationaal gezien is de dalende trend duidelijk en die gaat onverminderd door. Commerciële onderzoekbureaus lijden nog meer.'

Volgens Luiten van het CBS speelt 'enquêtemoeheid' een rol, vooral bij groepen waaraan onderzoeksbureaus een tekort hebben, zoals Nederlanders met een migratieachtergrond. 'Die zijn dermate gewild dat ze om de haverklap in een of andere steekproef zitten of op een andere manier om medewerking worden verzocht.' De onderzoeksbureaus hebben volgens Luiten ook last van de groei aan vragenlijsten uit andere sectoren. 'De vreselijke neiging van bedrijven om je bij ieder wissewasje een vragenlijst te sturen helpt niet mee.'

Betrouwbaarheid peilingen

Een kwart van de kiezers stemt strategisch en leunt daarbij zwaar op de peilingen. Maar aan die peilingen willen steeds minder mensen meedoen - en wie dat wel wil, is vaak hoogopgeleid en blank. Wat doet dat met de betrouwbaarheid van het opinieonderzoek? (+)