'We mogen niet berusten in moderne slavernij van prostitutie'
© ANP

'We mogen niet berusten in moderne slavernij van prostitutie'

De uitgeklede prostitutiewet is een grof schandaal, temeer daar meldingen van mensenhandel stijgen, schrijft Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers. 'Intussen vaart het slavenschip gewoon door.'

 
Het Nederlandse prostitutiebeleid schiet tekort. Prostitutie en dwang zijn nog steeds onlosmakelijk met elkaar verbonden

Na een proces van maar liefst zes jaar dreigt de nieuwe prostitu tiewet morgen in de Eerste Kamer gemankeerd over de streep gesleept te worden. De meldingen van mensenhandel stijgen schrikbarend, maar met een beroep op privacy lijkt de wet die gedwongen prostitutie wil bestrijden uitgekleed te worden. Als deze gehavende wet werkelijk alles is wat wij als wetgever te bieden hebben aan verhandelde en mishandelde mensen, dan is dat een grof schandaal. Het is alsof we ons nu druk aan het maken zijn over goede ventilatie op een slavenschip. Misschien staan daarna de patrijspoorten iets verder open, maar intussen vaart het slavenschip gewoon door.

'Niemand staat hier voor haar lol', zei een jonge vrouw die haar plek had gevonden in wat in Amsterdam de 'vleescarrousel' heet. Een overdekt steegje met allemaal kleine kamertjes voor prostituees. Ik liep een dag mee met hulpverleners en ze brachten me in gesprek met deze hoogopgeleide vrouw die naar eigen zeggen 'een verkeerde afslag' had genomen. Ik sprak ook met een Bulgaarse vrouw die op haar twaalfde door haar moeder was klaargestoomd voor het vak. Een glimlachende, aan medicijnen verslaafde vrouw die haar pooier voor 'vriend' aanzag, en oprecht dacht dat haar borstvergroting een uiting van zijn liefde was. Het was een bezoek dat deel uitmaakt van een veel langere zoektocht naar de werkelijkheid achter schone schijn. Het is een droeve tocht over een 'boulevard of broken dreams', met talloze verhalen over dwang, mishandeling, schulden aan pooiers en gedwongen abortussen. Met als recent dieptepunt de instroom van verstandelijk beperkte meisjes vanuit Oost-Europa, die worden verhandeld als 'dames van plezier'.

Niet elke Nederlandse prostituee is slachtoffer. Maar er zijn er wel ontelbaar veel. Vrouwen met een glimlach op hun gezicht en een gebroken hart in hun misbruikte lijf. Afgelopen jaar registreerde Comesha bijna 1200 slachtoffers van mensenhandel in de Nederlandse prostitutie, een dramatische stijging van 60 procent. En dan zijn er nog de vele vrouwen en mannen die nog steeds in de prostitutie zitten en de dwang, uitbuiting en mishandeling niet durven melden. Schattingen met betrekking tot onvrijwillige prostitutie lopen op tot wel 90 procent van de 25 à 30.000 prostituees in Nederland. Zelfs bij een voorzichtiger schatting betekent dat er in ons land dus iedere dag tienduizenden commerciële verkrachtingen plaatsvinden. Als de wetgever zich dan meer zorgen maakt over de privacy bij registratie van prostituees dan over dwang en uitbuiting, dan is ons morele kompas kapot.

Gedwongen prostitutie
Dertien jaar geleden is in Nederland het bordeelverbod opgeheven. Een belangrijk doel daarvan was om onderscheid te kunnen maken tussen vrijwillige en gedwongen prostitutie. De meeste hulpverleners, toezichthouders en betrokken politiemensen zijn het erover eens dat dat doel niet is bereikt. In 2007 al werd daarom de Wet Regulering Prostitutie in voorbereiding genomen. Juist omdat sinds de legalisering van prostitutie mensenhandel vanuit vooral Oost-Europa alleen maar is toegenomen. Daarom was en is er de bittere noodzaak om extra drempels op te werpen. De prostitutieleeftijd zou worden verhoogd naar 21 jaar, voor prostitutie zou voortaan een vergunning nodig zijn, en prostituees zouden worden geregistreerd. Maar na een uiterst moeizaam parlementair proces dreigt slechts een beperkt deel van de wet de eindstreep te halen.

Het is maar zeer de vraag of het merendeel van de prostituees een bezwaar tegen registratie heeft. De bezwaren komen vooral van mensen die prostitutie als 'normaal werk' verkopen, of als een 'instapberoep voor nieuwkomers'. De gemeente Utrecht heeft in elk geval wel goede ervaringen met registratie. Prostituees hebben daar een gesprek met de GGD en hebben een naam en een gezicht gekregen. Mede daardoor kon Utrecht tot actie overgaan toen er steeds meer signalen kwamen van mensenhandel. Anderhalve week geleden werd de laatste vergunning voor raamprostitutie ingetrokken.

Het is meer dan veelzeggend dat nog geen enkele exploitant van wie de vergunning is afgenomen naar de rechter is gestapt. De duisternis mijdt hier liever het licht. Maar tegelijk laat Utrecht ook zien hoe noodzakelijk het is dat er een landelijke registratie komt. Want de vrouwen van het Utrechtse Zandpad zijn hun werkplaats kwijt, zijn weer mensen zonder naam en gezicht geworden en zwermen uit in een wereld waar uitbuiting en dwang meer regel is dan uitzondering.

Het Nederlandse prostitutiebeleid schiet tekort. Prostitutie en dwang zijn nog steeds onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er is geen eenvoudige oplossing om dwang en uitbuiting definitief uit te bannen. Maar het is moreel onaanvaardbaar om te rusten na een moeizame finish van een gehavende prostitutiewet.

De eerste stap die gezet moet worden is het strafbaar stellen van klanten die weten of hadden kunnen weten van dwang en mishandeling. Deze zomer werk ik samen met anderen aan een initiatiefwetsvoorstel op dat punt. Een volgende stap zou een pooierverbod kunnen zijn, omdat het onbestaanbaar is dat we blijven tolereren dat prostituees zich kapot moeten werken voor harteloze mannen voor wie mensen handelswaar zijn. En als al die extra drempels niet werken, moeten we maar gaan nadenken of het kopen van seks niet rijp is voor een verbod. Net als in Noorwegen, Zweden, IJsland en wellicht binnenkort ook in Frankrijk en Ierland. Want liever dat de vrijwillig bijklussende studente ander werk moet gaan zoeken dan dat we berusten in moderne slavernij van duizenden vrouwen en mannen van wie we niet eens de naam kennen.

Gert-Jan Segers is Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie