Zelfs GroenLinksers overwegen op Rutte te stemmen om Wilders te dwarsbomen
© .

Zelfs GroenLinksers overwegen op Rutte te stemmen om Wilders te dwarsbomen

Drie bevindingen uit Volkskrant-onderzoek naar kiezer

Veel D66-, CDA- en GroenLinks-stemmers overwegen op 15 maart de overstap naar de VVD te maken. Om Geert Wilders te dwarsbomen. Dit blijkt uit onderzoek van de Volkskrant.

1. De strategische stem

Tot eenvijfde van de kiezers van andere partijen is bereid op 15 maart op de VVD te stemmen als dat de beste optie is om te voorkomen dat Geert Wilders' PVV de grootste partij wordt. Vooral aanhangers van D66 en CDA stappen dan over, maar ook GroenLinks- en PvdA-kiezers overwegen een anti-Wildersstem op de VVD. Andersom stappen door die tweestrijd nauwelijks kiezers over naar de PVV.

Bij potentiële D66-kiezers overweegt 22 procent toch maar op de VVD te stemmen om de PVV te dwarsbomen. CDA, GroenLinks en PvdA volgen met 17, 14 en 13 procent. Ook 13 procent van de 50Plus-kiezers stemt mogelijk toch op de minister-president. Dit blijkt uit de tweede ronde van het kiezersonderzoek van de Universiteit van Amsterdam en de Volkskrant, uitgevoerd door Kantar Public.

Andersom levert het duel met Rutte de PVV nauwelijks iets op. Alleen onder aanhangers van de SP en 50Plus kan Wilders nog stemmen winnen als hij die nodig heeft om de VVD te verslaan. De cijfers bevestigen dat de VVD kans maakt met de strategie om Rutte te positioneren als de man die de zorgen van de Wilders-aanhang begrijpt, maar tegelijkertijd een veiliger optie is als het aankomt op het landsbestuur. Het uitsluiten van de PVV als regeringspartner past ook in die tactiek.

Strategisch stemmen is iets van de laatste tien, vijftien jaar, zegt hoogleraar kiezersonderzoek Joop van Holsteijn, die er uitvoerig onderzoek naar deed. 'Daaruit is gebleken dat strategisch stemmen niet primair gebeurt om een partij de grootste te maken of te voorkomen dat een ander de grootste wordt. Strategisch stemmen doen kiezers omdat ze willen dat partijen in een coalitie komen. Daarbij blijven strategische kiezers het liefst zo dicht mogelijk bij de partij van hun oorspronkelijke keuze.' Dat de VVD meer dan de PVV van een nek-aan-nekrace profiteert, heeft volgens Van Holsteijn ook te maken met de 'coalitiekans' waar het bij strategisch stemmen om draait. 'Kiezers taxeren dat de kans dat de PVV in de coalitie komt, klein is.'

'Het potentiële electoraat van de PVV is veel meer begrensd dan dat van de andere grote partijen', zegt politicoloog Philip van Praag, die het kiezersonderzoek van de Volkskrant en UvA leidt. Geen enkele grote politieke partij roept onder kiezers zo veel weerstand op als de PVV. Vraag mensen om op een schaal van 1 tot 10 aan te geven hoe groot de kans is dat ze op een partij zullen stemmen en 54procent geeft de PVV een 1. Nooit of te nimmer krijgt die partij mijn stem, zeggen kiezers daarmee.

Andersom krijgt de PVV ook de meeste tienen: 8 procent zegt zeker op de partij van Geert Wilders te gaan stemmen op 15 maart. Potentiële PVV-kiezers talen nauwelijks naar andere partijen. Grofweg geldt: iemand stemt PVV of blijft thuis. Daarbij geven PVV-kiezers zichzelf van alle kiezers de minste kans naar het stemhokje te komen. 'Al die factoren zeggen iets over het maximale aantal zetels dat de PVV kan halen', zegt Van Praag. Van alle kiezers overweegt 22 procent op de PVV te gaan stemmen. 'Op basis van het onderzoek denk ik dat de groeimogelijkheden voor de PVV beperkt zijn.'

De stelligheid waarmee kiezers uitsluiten op de PVV te gaan stemmen, is terug te zien aan de woorden die spontaan bij hen opkomen als ze aan de partij van Wilders denken. De associaties gaan van neutraal ('Wilders' en 'Nederland'), via negatief ('tegen' en 'nooit') tot zeer negatief ('haat', 'discriminatie' en 'gevaarlijk').

PVV-stemmers houden het overwegend bij associaties als 'durf', 'recht voor zijn raap' en 'Nederland'.

'De PVV is een mannenpartij', zegt Van Praag, 'met een zware ondervertegenwoordiging van hoogopgeleide kiezers en een ondervertegenwoordiging van oudere kiezers. Het lijkt erop dat de PVV de jongere laagopgeleide kiezer trekt en 50Plus de oudere.'

2. En wringt Pechtold zich ertussen?

Verantwoording

Dit onderzoek is in opdracht van de Volkskrant en de Universiteit van Amsterdam uitgevoerd door Kantar Public, voorheen TNS Nipo, onder leiding van Philip van Praag van de afdeling politicologie. Tussen 27 januari en 6 februari werden vragen gesteld aan 1.806 van de 2.144 kiezers die in oktober vorig jaar zijn ondervraagd. De grootte van deze groep maakt de onderzoeksresultaten geschikt voor toekomstige wetenschappelijke publicaties.

Het is een steekproef uit een database van 159 duizend respondenten waarbij het criterium is dat de steekproef een verantwoorde dwarsdoorsnede van de bevolking is. Voor Kantar werkten Tim de Beer en Koen de Groot mee aan dit tweede onderzoek. Vlak voor de verkiezingen op 15 maart wordt het onderzoek herhaald met dezelfde respondenten.

Welke lijsttrekker kan zich nog mengen in de tweestrijd tussen Wilders en Rutte? 'Wat opvalt in ons onderzoek', zegt UvA-politicoloog Van Praag, 'is dat D66-leider Alexander Pechtold consequent hoog scoort op vertrouwen.' Gevraagd naar het oordeel hoe 'sympathiek', 'bekwaam' en een 'echte leider' de lijsttrekkers zijn, komen Pechtold en Rutte ongeveer op hetzelfde, hoogste, niveau uit. 'Dat lijkt erop te duiden dat Pechtold een kans maakt om zich met Rutte te gaan mengen om de strijd wie de strijd met Wilders mag aangaan', is de analyse van Van Praag. Daarbij komt dat van alle partijen D66 het grootste kiezerspotentieel heeft. Op een schaal van 1 tot en met 10 geeft 23 procent van de kiezers D66 een score van 7 of hoger.

Dat Pechtold zich in de tweestrijd mengt, kan gunstig uitpakken voor Wilders, want strategisch stemmen om de PVV-leider van de winst af te houden, wordt lastig als er twee kandidaten zijn om die strategische stem op uit te brengen.

Waar Pechtold aan een opmars lijkt te zijn begonnen, vertrouwt een voor een zittende premier ongekend laag aantal van 1 op de 3 kiezers Rutte als minister-president. Normaal is 1 op de 2. Van Praag stelt deze vertrouwensvraag al ruim twintig jaar. 'Belangrijk is dat steeds de helft van de kiezers duidelijk maakt dat het 'vertrouwen in de lijsttrekker' doorslaggevend is als er tussen twee partijen wordt getwijfeld.'

'Rutte is zeker niet meer de ideale schoonzoon', vat Van Praag samen. 'Hij doet het relatief slecht onder vrouwen, waar GroenLinks-leider Jesse Klaver het juist veel beter doet dan bij mannen. Dat geldt in mindere mate voor Roemer. Pechtold scoort dan weer hoger onder mannen.' Opvallend is dat Asscher overal onopvallend scoort.

Klaver wordt het sympathiekst gevonden, Pechtold en Rutte het meest bekwaam en Rutte is het meest een 'echte leider'. Die leider, zo wil de kiezer, moet vooral 'goed luisteren naar wat er bij het volk leeft'. Dat heeft bij 56 procent de voorkeur tegen slechts 12 procent die van een leider verwacht 'vast te houden aan de eigen visie'.

Het is niet verwonderlijk dat kiezers zo hechten aan 'luisteren', zegt Paul Dekker. 'Dat 'ze' niet luisteren de politiek is natuurlijk een van de grootste klachten van de kiezer', stelt het onderzoekshoofd van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), niet betrokken bij het Volkskrant-onderzoek. Vanaf de jaren zeventig, zegt Dekker, is er stabiele instemming met de stelling 'politici geven niet veel om de mening van mensen zoals ik'.

3. Nederlandse identiteit

Als belangrijkste onderwerpen in de campagne blijven steevast gezondheidszorg en werkgelegenheid bovenaan staan. Onderwerpen die eerder concreet zijn dan abstract. Tegelijkertijd houdt de kiezer zich bezig met een van de meest gevoelsmatige thema's denkbaar: de Nederlandse identiteit. Bijna twee op de drie kiezers zijn het 'eens' tot 'helemaal eens' met de stelling: 'Vandaag de dag hebben veel mensen geen respect voor traditionele Nederlandse waarden.'

Bijna de helft van de kiezers meent dat 'nationale gevoelens weer meer centraal staan in de politiek'. Beide stellingen hebben een afgetekende topdrie: kiezers van PVV, 50Plus en CDA zijn het het meest eens met beide stellingen, het kwartet PvdD, GroenLinks, PvdA en D66 het minst.

'Het is overdreven om hierin een opleving van het nationalisme te zien', nuanceert SCP-onderzoeker Paul Dekker. 'Ik betwijfel of het onderwerp 'identiteit' toch ook een vaag begrip zo veel belangrijker is geworden voor de hele bevolking. Dat lijkt misschien zo, omdat er van tijd tot tijd een concentratie van aandacht voor is, zoals bij de discussie over Zwarte Piet. Maar het is een kleine groep die dat enorm bezighoudt.'

Eenderde van alle kiezers voelt zich niet meer thuis in eigen land. De helft van de respondenten wijt dat onbehagen aan een groeiend aantal buitenlanders, de andere helft aan groeiende intolerantie en tegenstellingen.