‘Twee kerels die een vrouw slaan, wat een moed’

Columniste Ebru Umar werd vrijdag in de buurt van haar huis in Amsterdam door twee Marokkaans uitziende jongens neergeslagen. Ze is kwaad op hen, hun moeders, maar vooral ook op burgemeester Cohen....

Ze kreeg een vuistslag vol op haar gezicht en daar doet het nu ‘waanzinnige pijn’. ‘Van oor tot neus doet alles zeer, op rechts liggen gaat nauwelijks en gekust worden doet ook zeer.’ Ze heeft een bult op haar hoofd, omdat ze na de klap tegen de muur aan tuimelde. Maar bang? Zij, Ebru Umar, columniste van gratis krant Metro en fel bestrijder van de radicale islam en van ‘kutmarokkanen’, bang? ‘Tuurlijk niet.’

Maar boos is ze, razend zelfs. ‘Iemand die zoiets doet, die spoort niet. Twee kerels die een vrouw met hun vuisten slaan, wat een moed moeten die hebben.’ Ook boos, nee razend, is ze op de ouders van die twee. ‘Wat voor opvoeding hebben die lui gehad? Waar zijn die moeders? Zijn die nu trots op hun stoere zonen?’

Maar misschien nog wel bozer is ze op Amsterdams burgemeester Job Cohen. ‘Hij heeft het gepresteerd om vorig jaar in Paradiso, in een zaal met negenhonderd Marokkanen, tegen mij te zeggen: ‘‘U hoeft hier niet te wonen als het u niet bevalt.’’ Natuurlijk kweekt dat soort opmerkingen een stemming tegen mij. Natuurlijk ben ik razend op hem. Maar hij mag nog blij zijn dat ik zijn telefoonnummer niet doorgeef aan mijn moeder, want die is helemaal ziedend.’

Of ze van plan is actie tegen Cohen te ondernemen? ‘Wat zou ik moeten doen? Met mest gaan gooien? Nou, je brengt me nog op een idee. Nee, natuurlijk niet. Maar ik heb een scherpe pen.’ En ze heeft veel met hem af te rekenen. ‘Hij heeft een hele reeks uitlatingen gedaan waar ik woest over ben. Hij is nooit kritisch op randjongeren. Hij staat toe dat ze mensen uit hun buurt wegpesten, en hij zoekt altijd begrip voor die lui.’

Ze gaat ervan uit dat ze de klappen kreeg vanwege haar meningen, ‘om wie ik ben’, maar ze vermoedt geen geplande actie. ‘Ik denk niet dat ze vanmorgen uit hun bed zijn gestapt met het idee om mij eens te gaan opzoeken.’

Bang is ze niet, en anders schrijven zal ze zeker niet, maar vrijdagavond, in de uren na de klap, was ze hysterisch, dat wel. En haar reflexen, die zijn anders. ‘Als iemand bij mij aanbelde, liep ik altijd naar de intercom om open te doen. Nu loop ik naar het balkon om te zien wie er is. En zaterdag liep ik op straat en hoorde stappen achter me. Toen keek ik achterom. Dat zijn reflexen die ik weer wil afleren, want ik wil weer gewoon zijn wie ik was.’