Foto's ter illustratie.
Foto's ter illustratie. © ANP

Teruglezen: de getinte risicoprofielen van de politie

Bij controles discrimineert de politie, constateerden de Nationale Ombudsman en Amnesty International reeds in 2013. Hoe dat in zijn werk gaat? Lees hier terug hoe etnische profilering in zijn werk gaat.

'Te bijdehand voor een Turk'

Mehmet Sari (38), juridisch adviseur van Turkse komaf.

'Ik had een conflict met een verzekeringskantoor en zei: ik ga niet weg voordat het is opgelost. Werd er meteen een politieagent bij gehaald, die mij in het gezicht sloeg en afvoerde. Ik probeerde de situatie uit te leggen. Hij zei dat ik schuldig was. Ik vond dat hij naar me moest luisteren. Voor een Turk was ik veel te bijdehand, zei hij. Ik was rechtenstudent, wist wat mijn rechten waren. Dit gebeurde dertien jaar geleden, maar ik ben het nog steeds niet vergeten.'

Opgepakt na foto theehuis

Ibrahim Wijbenga, jongerenwerker in Amsterdam en CDA-raadslid in Eindhoven.

'Met de voorzitter van de Stichting Jongeren aan Zet liep ik door de Haagse Schilderswijk. Ik in pak, hij een joggingsbroek. Ik maakte een foto van een theehuis, toen werden we opgepakt en naar het bureau gebracht. Zonder uitleg. Uiteindelijk kregen we te horen dat we ons verdacht ophielden.'

Verdacht in dure cabrio

Gerald Roethof (40), advocaat met Surinaamse achtergrond.

'Ik houd van dure auto's, heb een cabrio, Mercedes S-klasse. Ik woon in de Bijlmer. Vrijwel alle agenten kennen mij, ze laten me met rust. Maar onlangs werd ik aangehouden door twee nieuwe agenten. Ik was verdacht, een zwarte man in een chique auto. Nu zij weten wie ik ben, zal het me niet meer overkomen. Althans, niet in de Bijlmer.'

'Zes agenten volgden ons'

Wesley (23), Marokkaans-Nederlandse student psychologie.

'Dit voorjaar wandelde ik met een vriend door de Haagse wijk Wateringse Veld. Toen we terugliepen naar de auto werden we aangesproken door agenten. Onze identiteitspapieren werden nagetrokken. Er waren veel inbraken in die wijk. Daarom snap ik dat ze ons staande hielden. We hebben netjes meegewerkt. Maar ze bleven ons volgen. Lopend, op de fiets, wel zes agenten. Onze auto werd onderste boven gehaald. Je wordt beschouwd als potentiële inbreker. Extreem.'

Bij verkeerscontroles pikt de politie ze eruit: Marokkanen, Antillianen en andere niet-blanke weggebruikers. Verdacht op basis van uiterlijk. Hoe is deze discriminatie te voorkomen?

Het is een van zijn meest vernederende ervaringen. Dat hij als jongetje aan het voetballen was op een pleintje en in zijn eigen buurt werd aangesproken door een politieagent. 'Wat doe je hier?' Zo'n vraag wordt niet gesteld uit nieuwsgierigheid, zegt de Turks Nederlandse cultureel antropoloog Sinan Çankaya (31), die opgroeide in de Nijmeegse achterstandswijk Hatert. Die komt altijd voort uit achterdocht.

Uit je ooghoek zie je omstanders. Die hebben de context gemist en veronderstellen: 'Dat is er weer zo eentje.'

'Wat maakt het uit?'
Agenten onderschatten de uitwerking van zo'n actie en vooral van preventief fouilleren. Voor hen is dat routine. Çankaya: 'Wat maakt het uit, effe drie minuten aan de kant. Zo redeneren ze. Eén keer gelabeld te worden als potentiële verdachte is al erg. Laat staan als je dat, zoals zo veel allochtonen, geregeld overkomt.'

De antropoloog raakt een gevoelige snaar. Allochtonen kunnen het ene na het andere voorbeeld opdissen van 'etnische profilering', vakjargon voor handelen op grond van uiterlijke kenmerken. Vooral 'het misbruik' dat de politie maakt van de Wegenverkeerswet is een doorn in het oog. Bij verkeerscontroles worden ze er 'onevenredig vaak' uitgepikt, zeggen zowel Turkse als Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders. Even de lichten controleren, het rijbewijs vragen. En passant wordt in de kofferbak gekeken. Kennelijk zijn ze a priori verdacht. Doen ze dat ook bij willekeurige blanke automobilisten? Vast niet.

Dan is er het verhaal van Moussa Sealiti, dat de ronde doet in de Haagse Schilderswijk. Hij beweert te zijn mishandeld door een 'racistische Haagse motoragent', alleen omdat hij een verkeersaanwijzing niet opvolgde. (zie pagina 4).

Onlangs versprak de burgemeester van Eindhoven zich door de bewakingcamera's in de binnenstad 'Antillianen-camera's' te noemen. 'Dat zette kwaad bloed in de gemeenschap', zegt voorzitter Red Wijngaarden van het lokale Antilliaans Beraad, ook al heeft de burgemeester die uitspraak inmiddels gecorrigeerd. Volgens hem is nu duidelijk geworden dat de politie het vooral heeft gemunt op Antilliaanse jongeren. 'Natuurlijk, er zijn Antillianen van de verkeerde soort. Maar de politie pakt te vaak onschuldige jongens op die alleen maar hangen.' Hij vindt dat de hangjeugd in Nederland te makkelijk wordt gecriminaliseerd.

'Gekleurd wordt staande gehouden, wit niet. Een beetje mondig type wordt al snel meegenomen', reageert een welzijnswerker uit de Bijlmer, die namens meer collega's spreekt. Agenten zijn vaak arrogant, jongens worden niet op hun rechten gewezen, de politie is intimiderend, daagt zelf uit. 'Als er maar iets aan de hand is, komen er al vijf politieauto's de hoek om loeien. Je moet als hulpverlener leren je niet door de politie te laten overrompelen. Agenten zijn zich onvoldoende bewust dat 'neger' echt niet meer gebruikt kan worden.'

'Antillianen-camera's'
In juni maakte een incident in Amersfoort veel boze reacties los. PvdA-raadslid en ooggetuige Youssef el Messaoudi had een foto rondgestuurd van een agent die twee Marokkaanse jongens 'zomaar' aanhield, tegen de politiewagen drukte en fouilleerde. Vanwege een te smalle stoep liepen ze op de autoweg. Dat mag niet. 'Dit kan niet waar zijn!!!!', twitterde het PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch, die Kamervragen stelde.

'Zo, er wordt ook iemand wakker', reageerde Abdelkarim el-Fassi op de website Wijblijvenhier. Zelf was hij ook net preventief gefouilleerd. 'Ik voldeed blijkbaar aan profiel. 4e x in 1.5 jaar. Mensonterend.'

Het zijn subjectieve voorbeelden, die moeilijk zijn te verifiëren. Want tegen politieagenten wordt nauwelijks aangifte gedaan. Slachtoffers schatten de kans dat ze hun recht kunnen halen op vrijwel nihil. Ze kunnen de tegenargumenten uittekenen: de verdachte provoceerde, negeerde aanwijzingen, hield zich verdacht op. Dan is er nog de 'blauwe code', de onderlinge solidariteit. Een agent zal zijn collega er nooit bijlappen.

In politiekringen wordt al snel gewezen op de lange tenen van allochtonen. Natuurlijk tref je ook bij de politie rotte appels, wordt gezegd, maar structureel is niets mis. Uit diverse onderzoeken blijkt dat er wel iets aan de hand is.

Voetballer
'Incidenten als die in Amersfoort gebeuren elke dag', zegt sociologe Sophie Gunnink, die in 2010 veldonderzoek deed bij de politie Zeist. 'Toevallig was een raadslid ter plekke en dan komt het in de publiciteit.'

Gunnink besloot tot haar onderzoek, nadat ze een allochtone studiegenoot had horen vertellen over zijn frustrerende ervaringen. Hij voetbalde bij Sparta, kon zich een Audi permitteren, maar werd bijna wekelijks van de weg geplukt. Zelf reed ze vaak in de auto van haar moeder. Haar overkwam dat nooit.

Zij ging enige maanden mee op surveillance met 'hele vriendelijke mannen', die niettemin discrimineren. 'Wie er uitziet als een junk of een Marokkaans uiterlijk heeft, wordt al snel gecontroleerd. Nummerborden worden zomaar opgevraagd. Ze selecteren op uiterlijke kenmerken, maar zijn zich daarvan niet bewust.'

Gunnink zet vraagtekens bij de criminaliteitsstatistieken, waarin bepaalde allochtone groepen onevenredig vaak opduiken. 'Als je vooral Marokkanen controleert, ga je ook Marokkaanse dieven vinden.'

Ook antrolopoog Çankaya stuitte bij zijn onderzoek naar de Amsterdamse politie op discriminatie. Marokkanen, Antillianen en Oost-Europeanen lopen een groter risico onterecht staande te worden gehouden, stelt hij in zijn rapport dat hij eind vorig jaar presenteerde.

Vanwege zijn ervaringen in de Nijmeegse achterstandswijk had Çankaya niet bepaald een positief beeld van de politie. Toch heeft dat zijn onderzoek niet negatief beïnvloed, bezweert hij. 'Ik heb juist veel waardering voor de politie gekregen. Het is complex, ondergewaardeerd, risicovol werk. In stressvolle situaties moeten agenten snel handelen. Ze worden geacht criminaliteit te voorkomen. Probleem is dat ze daarbij gebruikmaken van generalisaties, van risicoprofielen met een raciale component. Zo wordt gediscrimineerd, vaak onbewust.'

Çankaya typeert Amsterdam als een 'vervloeiend waterverfschilderij', dat in de politiepraktijk een simplistisch karakter heeft gekregen. 'Uit pragmatisme.' De politie kan niet overal achteraan. Dus is het handig de wereld in te delen in risicoprofielen en vakjes, waar bepaalde personen thuishoren of juist niet.

Verenigde Staten: ook Obama hoorde autosloten klikken

De Amerikaanse president Barack Obama weet hoe racial profiling aanvoelt. 'Trayvon Martin, die had ik 35 jaar geleden kunnen zijn', zei hij in juli vlak na de vrijspraak van burgerwacht George Zimmerman. Volgens de jury in Florida was niet onomstotelijk bewezen dat Zimmerman Martin had vermoord. En ook niet dat hij Martin als verdachte was gevolgd, louter en alleen omdat hij zwart was. De 19-jarige liep op straat met een capuchon over zijn hoofd getrokken, had boodschappen gedaan voor zijn moeder en was ongewapend.

Zwarte Amerikanen wisten wel beter. Zwarte jongemannen zijn overal verdacht. De president beaamde dat. 'Weinig Afrikaans-Amerikaanse mannen hebben niet de ervaring te worden gevolgd als ze shoppen in een warenhuis, inclusief ik.' Ook Obama hoorde vroeger als hij op straat liep het geklik van autosloten en merkte dat vrouwen in de lift hun tas tegen zich aandrukten.

Niet alleen de politie werkt met risicoprofielen, ook burgers vinden zwarten, vooral jongemannen, eerder verdacht en zijn sneller geneigd de politie te bellen dan wanneer een blanke man zich vreemd gedraagt.

Een Amerikaans videofilmpje (met acteurs) brengt dat treffend in beeld. Een blanke jongeman die met een tang een fietsslot probeert door te knippen, komt makkelijk weg met het verhaal dat hij zijn sleutels kwijt is. De zwarte wordt meteen gezien als dief. De jonge blonde vrouw krijgt zelfs hulp bij haar klus.

Het geïnstitutionaliseerde hokjesdenken. Een Marokkaanse jongen op een scooter past in Amsterdam Nieuw-West, niet in Oud-Zuid. Daar wordt hij al snel aangehouden. Een blanke vrouw achter het stuur van een BMW: getrouwd met een rijke man. Een zwarte vrouw doet het met een drugscrimineel.

Çankaya heeft alleen het Amsterdamse korps onderzocht, maar is ervan overtuigd dat die hokjesgeest ook rondwaart in andere korpsen.

Ook de Leidse onderzoekers Maartje van der Woude en Joanne van der Leun zeggen 'sterke aanwijzigingen' te hebben dat de Nederlandse politie controleert 'op basis van onderbuikgevoelens, uiterlijke kenmerken en stereotiepe beelden'. Althans steeds vaker. Door de zorgen over migratie en criminaliteit is de professionele terughoudendheid van de politie onder druk komen te staan, schrijven ze in het julinummer van het Tijdschrift voor Cultuur & Criminaliteit. Met andere woorden: migratie wordt geframed als veiligheidsprobleem, allochtonen zijn de 'hedendaagse zondebokken'.

Gaan de onderzoekers te veel mee in het slachtofferdenken? Nou nee, er is echt wel wat aan de hand, reageert 's lands eerste allochtone korpschef Martin Sitalsing. Hij heeft de politie verlaten, is nu hoofd van Bureau Jeugdzorg Groningen.

Straatjeugd niet onderschatten
Sitalsing wil gezegd hebben dat de straatjeugd niet mag worden onderschat. De politie heeft daar veel mee te stellen. 'Die jongeren provoceren, treiteren, halen het bloed onder je nagels vandaan. Ze veroorzaken spanningen in de wijk.' Niettemin baart het hem zorgen dat het repressieve model ook in Nederland oprukt. Nederlandse agenten stonden internationaal te boek als bruggenbouwers, die redelijk goed in staat waren etnische spanningen in wijken te reduceren. Dat is aan het veranderen.

Sitalsing was deze zomer met vakantie in Frankrijk. Hij merkte dat de politie daar in achterstandswijken nog altijd 'vijand nummer 1' is. Zo erg is het in Nederland nog lang niet. Maar Franse toestanden dreigen. 'De politie maakt een terugtrekkende beweging, is er minder op gericht contact te maken in wijken. Gemeentelijke toezichthouders en particuliere beveiligers nemen een aantal rollen over. De politie raakt zo haar voelsprieten kwijt op straat.'

Overigens wil niemand de problemen met allochtone criminaliteit bagatelliseren. Ook de meeste zelforganisaties niet. Vlak voor de zomer kwamen Marokkaanse leiders bijeen in de Amsterdamse Blauwe Moskee. Ze verwezen naar de liquidaties in het Marokkaanse criminele circuit en riepen de gemeenschap op verantwoordelijkheid te nemen voor het steeds verder afglijden van haar probleemjeugd. Tegelijkertijd constateerden ze dat de goeden moeten lijden onder de kwaden. Dat is een rampzalige ontwikkeling, dan gaat het onderhuids broeien in de wijken.

Allochtone agent. Het verschil tussen Ali en Ahmet

Zal het onbewust discrimineren afnemen als de diversiteit van de politie wordt vergroot? Cultureel antropoloog Sinan Çankaya denkt dat het aanstellen van meer Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Antilliaanse agenten weinig effect zal sorteren. Wellicht bejegenen zij potentiële verdachten op een iets andere manier, maar uiteindelijk worden ook zij gevoed door getinte profielen en criminaliteitsstatistieken.
'Het gaat niet om individuele agenten', zegt hij. 'Het is een institutioneel probleem, beïnvloed door het maatschappelijk klimaat. En door proactief politiewerk dat het gebruik van risicoprofielen en indicatoren zoals ras en etniciteit in de hand werkt.'
PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch, die jaren bij de Amsterdamse politie heeft gewerkt, ziet dat anders. 'Specifieke culturele expertise is van groot belang', zegt hij. Onvermijdelijk is dat agenten werken met signalementen waar uiterlijke kenmerken deel van uitmaken. Zoals een autochtoon beter in staat is een Limburgs accent van het Gronings te onderscheiden, zo ziet een Marokkaanse agent eerder het verschil tussen Ali en Ahmet.
Met expertise bedoelt hij: begrijpen wat je ziet, getuigenissen goed verwerken, doeltreffende verhoortechnieken toepassen. Daar valt op de trainen, maar het is makkelijker als je zelf tot die groepen behoort. Marcouch vindt het niet gek dat vanwege de criminaliteitscijfers bepaalde groepen extra in het vizier zijn. 'Juist daarom is het noodzakelijk dat de politie de expertise in huis haalt om Ali die deugt te kunnen onderscheiden van Ahmet die niet deugt.'

'Zelf ben ik ook geregeld aangehouden op basis van mijn uiterlijk. Ik weet hoe het voelt', zegt voorzitter Aissa Zanzen van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN). 'Het overkomt me nu minder, wellicht doordat ik een pak draag. Maar men beseft niet hoe schadelijk dergelijke ervaringen zijn voor het gevoel van burgerschap en de identificatie met Nederland.'

'De politiek verantwoordelijken nemen de klachten niet serieus. Ze leven in een papieren werkelijkheid', zegt Zanzen, verwijzend naar de teleurstellende antwoorden van minister Opstelten op de vragen van Marcouch. Eind augustus meldde de minister dat de politie in Amersfoort correct had gehandeld. De jongens waren verdacht. Ze droegen winterkleding bij een temperatuur van 20 graden, hadden een capuchon over hun hoofd getrokken, liepen op de weg, hinderlijk voor de politiewagen. Op grond van de Wegenverkeerswet was de agent gerechtigd hen aan te houden.

Van etnische profilering bij Nederlandse korpsen is volgens Opstelten geen sprake. Agenten handelen 'naar aanleiding van objectieve selectiecriteria'.

Zanzen: 'Dat is de kop in het zand steken. Als maar de helft klopt van alles wat ik hoor, is er veel aan de hand.'

Laatste taboe
Een politiek debat over deze materie is broodnodig, vindt hij, maar dat komt niet van de grond. Toegeven dat wordt gediscrimineerd, is taboe. Misschien wel het laatste taboe in Nederland. Dat taboe kan mogelijk worden doorbroken als het handelen van de politie wordt geobjectiveerd. Volgens sommige onderzoekers kan dat met de introductie van zogeheten stop & search-formulieren. Agenten moeten bij iedere aanhouding noteren waarom zij de persoon als verdachte zien, wat diens afkomst is en wat de aanhouding heeft opgeleverd.

Vragen naar de etniciteit van een verdachte ligt gevoelig. Maar volgens de onderzoekers weegt dat nadeel niet op tegen de voordelen. Gewezen wordt op een succesvolle pilot (uit 2008) in het Spaanse Fuenlabrada. Het aantal controles liep daar drastisch terug (van 958 naar 396 per maand). Het percentage succesvolle controles (ontdekking van overtredingen en/of misdaden) steeg van 6 naar 28 procent. Kennelijk houdt zo'n project de onderbuikgevoelens in toom.

Vanwege het succes zijn die controleformulieren in Fuenlabrada definitief ingevoerd. Een aantal andere Spaanse steden heeft ze inmiddels in gebruik.

Zo'n pilot moet er ook in Nederland komen, vindt Çankaya. 'De formulieren dwingen de politie verantwoording af te leggen. Als korpsen objectieve selectiecriteria hanteren, dan heeft de politie niets te vrezen.'

Mousa Sealiti: Hij ziet mij als Marokkans Tuig

Mousa Sealiti (39) wil de confrontatie aan met de Haagse motoragent die hem mishandelde. 'Ik wil hem maar één vraag stellen: waarom ik?' Eigenlijk weet hij het antwoord al. 'Hij ziet mij als Marokkaans tuig.'

Sealiti loopt moeilijk. zijn pols, die gebroken was, is enigszins misvormd. hij kan niet meer werken, is afgekeurd. Allemaal het gevolg, beweert hij, van het geweld dat de motoragent tegen hem gebruikte.

Hij is vanuit Den Haag naar Delft verhuisd. 'Voor zijn eigen bestwil', zegt zijn vrouw Saloua (35). 'Mous krijgt een waas voor ogen als hij Haagse agenten ziet. Met de Delftse wijkagent heeft hij wel goed contact.' Ze vertelt over 'die zwarte dag', 10 oktober 2011. Mousa had haar opgehaald van haar werk in het Bronovo ziekenhuis. Samen waren ze op weg naar de crèche om hun dochtertjes op te halen. Op de Vaillantlaan in den haag moesten ze stoppen, om een bus te laten invoegen. een auto van een blanke ondernemer botste achterop. 'vieze buitenlander, riep ie.'

Twee vrouwelijke agenten kwamen op het opstootje af. Verderop stond de bewuste motoragent de zaak te observeren. Sealiti noch de zakenman had een schadeformulier bij zich. Mousa: 'Ineens bemoeide die motoragent zich ermee. we moesten elkaars nummerbord noteren en wegwezen.'

De crèche was om de hoek. Saloua was vertrokken om de kinderen op te halen. volgens Mousa reed de zakenman het eerst weg. 'ik ging achter hem staan bij het stoplicht. ik moest linksaf naar de crèche. die motoragent dacht natuurlijk dat die agressieve Marokkaan verhaal ging halen bij die zakenman. want zo zijn Marokkanen.' hij kwam langszij en gebaarde Mousa hem te volgen. dat deed hij.

Uiteindelijk gebaarde de agent dat hij rechtsaf moest slaan. Mousa weigerde. hij wilde niet rechtsaf, maar omkeren om zo snel mogelijk bij de ongeruste Saloua te zijn. de agent pikte dat niet. Sealiti moest mee naar bureau Heemstraat. Mousa: 'die agent stormde binnen, duwde me met geweld tegen de grond. ik hoorde krak.' Hij toont een verklaring. 'kom hier, gvd, ik zal je laten luisteren, stuk tuig', ving een getuige op die de agent woedend achter Mousa aan zag gaan.

Volgens Sealiti is hij in een donker hok verder afgerost. hij mocht pas 's avonds laat naar het ziekenhuis. Mousa: 'de arts zei: als ik jou was zou ik een hele goede advocaat nemen.' Sealiti is het juridisch circuit ingegaan, maar heeft de zaak verloren.

Ook na uitvoerig intern onderzoek herkent de politie den haag zich niet in het verhaal van Sealiti, reageert woordvoerder Wim Hoonhout.

Volgens Sealiti's advocaat Gerald Roethof heeft de politie het 'slim gespeeld'. Mousa zou zijn gestruikeld. zijn cliënt wil nu een civiele procedure beginnen.

Dit artikel verscheen eerder op 5 oktober 2013 in het zaterdagkatern Vonk.