Strijd tegen drugscriminaliteit in Zuid-Nederland 'logistieke nachtmerrie'
© Marcel van den Bergh

Strijd tegen drugscriminaliteit in Zuid-Nederland 'logistieke nachtmerrie'

Strafprocessen tegen drugscriminelen zijn 'een logistieke nachtmerrie' geworden, zegt officier van justitie Greetje Bos. In 2015 resulteerden de 400 aanhoudingen in Zuid-Nederland in slechts zes veroordelingen.

In de strijd tegen de georganiseerde drugscriminaliteit is het strafproces 'een logistieke nachtmerrie' geworden. Verdachten ontspringen steeds vaker de dans. Ze weten met hulp van hun advocaten een proces eindeloos te vertragen. Veroordeelden wacht uiteindelijk een relatief lage straf. Een helder en zakelijk proces is 'het stiefkind' geworden van het strafrecht.

Dit betoogt Greetje Bos, officier van justitie in Breda, belast met strafrechtelijke bestrijding van het witwassen van illegaal verkregen geld. Strafprocessen lopen steeds vaker vast. In 2015 werden in Zuid-Nederland in de strijd tegen georganiseerde misdaad vierhonderd aanhoudingen verricht. Het resulteerde dat jaar in zes veroordelingen.

Lees ook:

Interview uit Vonk met Greetje Bos: Onderwereld spant burgers en ondernemers voor haar karretje. (+)

Volgens Bos zit er een psychologische component in de procesgang. 'Weet je hoeveel uithoudingsvermogen je moet hebben om jarenlang met een strafzaak bezig te zijn? Ik heb toevallig gigantisch veel uithoudingsvermogen en ik ben ontiegelijk gedreven. Maar ook ik denk op een gegeven moment: in godsnaam, neem ze van me weg, al die slepende dossiers, ik word er gek van. Geloof me, het speelt een belangrijke rol. Kijk maar naar al die zaken die bij de aanhouding nog zo veelbelovend waren en die na zes jaar, bij de laatste uitspraak verschrompeld zijn.'

Advocaten vluchten volgens haar in procedures die vooral mogelijk gemaakt worden door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Met een beroep op dit verdrag kan de verdediging eindeloos onderzoekswensen formuleren, waarvan de rechter de meeste toewijst. Zo ontstaat een rechtsgang die jaren kan duren.

In 2012 zijn over deze gang van zaken al Kamervragen gesteld aan de toenmalige minister van Justitie, Ivo Opstelten. Nederland kent toch 'een zorgvuldige rechtsgang', meende de vragensteller, en het Europese Hof zit 'op enorme afstand'. Opstelten antwoordde dat het EVRM rechtstreeks toepasselijk is in het Nederlandse strafproces. De vragensteller was het kamerlid Ard van der Steur, de huidige minister.

Hindernisbaan

Politici hebben geen benul en er is een schrikbarende berg papier om te bewijzen hoe zwaarmoedig de vervolging is van zware criminelen

criminoloog Cyril Fijnaut

De criminoloog Cyril Fijnaut bevestigt de ervaringen van officier Bos. 'De procesgang is ondertussen zo'n hindernisbaan geworden dat je bij de laatste hindernis volkomen op apegapen ligt.'

Hij verwijt het Openbaar Ministerie en ook de politie een afwachtende houding. 'Het structurele karakter van dit probleem komt niet op tafel. Leg een dossier aan, kom met een onderzoek. Politici hebben geen benul en er is een schrikbarende berg papier om te bewijzen hoe zwaarmoedig de vervolging is van zware criminelen.'

Bestuurders vertrouwen in toenemende mate op andere sancties dan die van het strafrecht. Burgemeesters sluiten panden, de politie neemt dure auto's in beslag, de Belastingdienst legt naheffingen op. Het oogmerk van de bestuurders is de crimineel te raken op zijn gevoeligste plek: in zijn portemonnee. Bos: 'Daar hebben die bestuurders gelijk in.'

Bos is groot voorstander van intensieve samenwerking tussen instanties als gemeenten, fiscus, politie, woningcorporaties en justitie. Aan dat beleid kleven praktische en principiële bezwaren. Praktisch: iedere instantie kent haar eigen cultuur, haar eigen traditionele manier van werken. Het bemoeilijkt de samenwerking. Principieel is de vraag aan de orde of de burgemeester en de belastinginspecteur niet op de stoel van de rechter gaan zitten.

Officier van justitie Bos ziet vooral een ander probleem: justitie kan maar in beperkte mate informatie delen met partijen als gemeentebesturen en woningcorporaties. Bos ervaart de privacywetgeving als een ramp. Ze zegt: 'Ik ben continu de mist in gegaan met die privacyregels.'

Tegenwoordig zit bij ieder parket een privacyfunctionaris die beoordeelt welke informatie onder welke voorwaarden gedeeld mag worden. En vooral: welke informatie niet. Bos: 'Ik kan me goed voorstellen dat gemeentebestuurders tegen ons zeggen: jullie zijn eikels. Ik zeg dan: sorry, maar we mogen gewoon niet.'