© ANP

Rechter: undercoveragenten gingen te ver met bedreigen verdachte om bekentenis af te dwingen

Twee undercoveragenten zijn in Groningen over de schreef gegaan in een poging een 30-jarige verdachte te ontmaskeren als pleger van een geweldsmisdrijf. Om Dennis J., bij gebrek aan bewijs donderdag vrijgesproken, een bekentenis te ontlokken, zeiden de twee agenten vorig jaar dat hij 'aan de andere kant van het raam' van zijn huis op drie hoog zou belanden. Daarmee is volgens de rechter 'een ongeoorloofde psychische druk op de verdachte uitgeoefend'.

'Ik ben heel blij dat de rechter het met mij eens is dat hiermee zogeheten pressieverbod is overtreden', zegt J.'s advocaat Erik de Mare. 'Het is zorgelijk dat de politie dit kennelijk wel normaal vindt, want ze schreven hun handelen zelf op in het verslag van het bezoek.'

Hoogleraar sanctierecht Henny Sackers (Radboud Universiteit) zegt dat rechters zeer sporadisch oordelen dat het pressieverbod is overtreden. Het verbod schrijft voor dat agenten niets mogen doen waardoor verdachten niet meer in vrijheid een verklaring durven af te geven. Maar, zegt Sackers: 'Er is een geweldig grijs gebied, want onder druk zetten is toegestaan'. In Groningen is men volgens Sackers 'wel erg dicht bij de grens van het toelaatbare gekomen'.

Dreigen met de dood

Het Openbaar Ministerie (OM) erkent dat dreigen met de dood door agenten niet is toegestaan

Maandag werd tegen J. vijf jaar cel geëist vanwege beroving en poging tot doodslag op een 21-jarige prostituee in 2008. De undercoveragenten deden zich acht jaar later tijdens het bezoek voor als boze familieleden van het slachtoffer en spoorden hem aan zich aan te geven bij de politie. J. vindt dat hij daarbij met de dood is bedreigd en gaat aangifte doen.

Het Openbaar Ministerie (OM) erkent dat dreigen met de dood door agenten niet is toegestaan, maar wil na de vervroegde uitspraak van donderdag nog geen mening geven over het handelen van de agenten. 'We weten niet precies hoe het is gegaan en onder welke omstandigheden', zegt Melanie Kompier van het OM. 'We wachten het vonnis, de aangifte en een mogelijk onderzoek af.'

Het dreigende bezoek was niet de eerste poging J. tot praten te brengen. In 2015 komt hij in beeld na een roofoverval. Hij moet zijn dna afstaan en die matcht met het sperma uit de condoom die in 2008 in de prullenbak bij de prostituee is gevonden. In een ultieme poging meer bewijs te verzamelen, zoekt de politie de publiciteit en laat het Dagblad van het Noorden (DvhN) eind-2016 weten dat er een 'mogelijke doorbraak' is in het onderzoek naar de zware mishandeling van de prostituee.

Politiekarretje

Het Dagblad van het Noorden voelt zich voor het politiekarretje gespannen

De krant zet een bericht op 21 november 2016 op pagina 2, waarna de politie de opengeslagen krant op het adres van de verdachte aflevert. Inmiddels wordt J. zijn telefoon en internet afgetapt, hopende dat het krantenbericht hem aanzet er dingen over te zeggen, schrijven of op te zoeken op internet. Het levert, net als een item in Opsporing Verzocht, niet genoeg bewijs op, waarna de undercoveragenten langskomen. J. meldt zich vervolgens niet zelf, maar wordt op 29 november gearresteerd.

Het DvhN voelt zich door de krantenactie voor het politiekarretje gespannen, en schrijft dat dit 'het vertrouwen (in de politie, red.) schaadt'. Volgens de krant is ze doelbewust informatie toegespeeld om 'de verdachte met een krantenbericht onder druk te zetten'.

Het OM vindt dat ze zich aan de opsporingsregels heeft gehouden, geen 'nepnieuws' heeft verspreid en niemand heeft misleid, maar wil niet zeggen of het bezorgen van de krant vooraf was uitgedacht. 'Wij doen geen uitspraken over opsporingsmethoden', zegt Kompier. Wel erkent ze dat er een 'ruisstrategie' is toegepast, waarbij wordt geprobeerd verdachten te verleiden tot belastend gedrag. 'Het heeft geleid tot de aanhouding van de verdachte, en daar is het OM voor.'

Advocaat De Mare ging ervan uit dat J. vrijgesproken zou worden. Zo gaf de prostituee, die inmiddels spoorloos is, een heel ander signalement van de dader, is van haar zes andere klanten die dag in 2008 geen dna veiliggesteld en werd J. volgens zijn advocaat 'ten onrechte' aangerekend dat hij zich beriep op zijn zwijgrecht nadat hem door de politie was medegedeeld te zijn bedreigd door agenten.