Vrouwe Justitia op het voormalige Gerechtgebouw in Rotterdam aan de Noordsingel. Hier is nu de Raad voor de Kinderbescherming in gevestigd.
Vrouwe Justitia op het voormalige Gerechtgebouw in Rotterdam aan de Noordsingel. Hier is nu de Raad voor de Kinderbescherming in gevestigd. © ANP

Rechter berispt kinderraad om vechtscheidingzaak met aangifte van pedofilie

Volgens het gerechtshof heeft de raad onzorgvuldig onderzoek gedaan

Het gerechtshof Amsterdam heeft de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie op de vingers getikt in een vechtscheidingszaak waarin de moeder bang was dat haar zoon werd misbruikt door haar ex-man met een pedofiel verleden. Volgens het hof heeft de raad onzorgvuldig onderzoek gedaan.

Na de echtscheiding van het stel bepaalde het gerechtshof in Den Haag in 2012 dat de vader het eenhoofdig gezag kreeg over hun gezamenlijke kind. De moeder heeft herhaaldelijk haar ernstige zorgen uitgesproken over de veiligheid van de jongen bij zijn vader. In de jaren negentig is de man twee keer veroordeeld - in de Verenigde Staten en in Nederland - omdat hij als scoutingleider ontucht pleegde met minderjarige jongens. Nadien onderging de man therapie om recidive te voorkomen.

Volgens de moeder begon de vader vanaf 2009 naaktfoto's te maken van hun zoon en mocht zij daar gaandeweg niet meer bij aanwezig zijn. Ook zou het kind tegen zijn moeder hebben verteld dat zijn vader aan zijn penis had gezeten en tattoostickers op zijn geslachtsdeel had geplakt. De man ontkende dit.

De vader deed aangifte van smaad tegen zijn ex-vrouw, juist omdat zij de instanties had gewaarschuwd voor zijn pedoseksuele verleden

Gerechtshof oordeelt vernietigend

In 2010 en 2011 heeft de vrouw meermaals bij de instanties aangeklopt en deed de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek naar de situatie. Dat onderzoek is niet zorgvuldig geweest, oordeelt het gerechtshof nu in een zaak die de moeder aanspande tegen de staat. 'Het had op de weg van de Raad gelegen om vragen te stellen aan de vader over de manier waarop hij zijn leven heeft ingericht teneinde herhaling van zijn pedoseksuele gedragingen te voorkomen, over hoe hij zich beschermt tegen (eventuele) pedoseksuele verlangens en welke strategie hij zich heeft eigen gemaakt om herhalingsrisico zo klein mogelijk te laten zijn', aldus het Hof.

Ook het Openbaar Ministerie (OM) krijgt er in de uitspraak van langs. De vader deed aangifte van smaad tegen zijn ex-vrouw, juist omdat zij de instanties had gewaarschuwd voor zijn pedoseksuele verleden. Het OM interpreteerde dit inderdaad als smaad, maar besloot de vrouw niet te vervolgen onder voorwaarde dat zij verder geen mededelingen over het verleden van haar ex-man zou doen bij de instanties.

Juist van instanties als de Raad voor de Kinderbescherming mag worden verwacht dat zij de expertise hebben om de zorgen van de moeder te beoordelen en het belang van de vader mee te wegen

Het Hof oordeelt vernietigend over deze aanpak, omdat dat feitelijk betekent dat de moeder de mogelijkheid werd ontnomen om straffeloos haar zorgen over de vader te delen met anderen, ook met al die instanties 'tot wier taak in het bijzonder behoort het belang van kinderen te bewaken'.

Het Hof vindt dat het OM dit 'in redelijkheid' niet had kunnen besluiten, juist omdat van instanties als de Raad voor de Kinderbescherming mag worden verwacht dat zij de expertise hebben om de zorgen van de moeder te beoordelen en het belang van de vader mee te wegen.

Vechtscheidingen

Het komt in vechtscheidingen voor dat exen elkaar valselijk beschuldigen van seksueel misbruik van hun kind. Juist hoogopgeleide ouders trekken in vechtscheidingen juridisch alles uit de kast, constateerde de Kinderombudsman in 2014, 'van absurde beschuldigingen van seksueel misbruik tot het elkaar om de oren slaan met verklaringen van allerlei zelfbenoemde experts'.

Of in deze zaak werkelijk sprake is geweest van seksueel misbruik van de zoon, beoordeelt het gerechtshof niet, zo staat uitdrukkelijk in de uitspraak. Het gaat erom dat 'ondanks de weerstand van de vader uitgebreider onderzoek naar het herhalingsrisico had moeten plaatshebben' en dat de kanalen die bedoeld zijn om zorgen als deze te delen, niet voor de moeder hadden mogen worden afgesloten.