Chris Uktolseja (L) praat met advocaat Liesbeth Zegveld (M) en Brechtje Vossenberg in de Haagse rechtbank tijdens de rechtszaak van de nabestaanden van de Molukse treinkapers.
Chris Uktolseja (L) praat met advocaat Liesbeth Zegveld (M) en Brechtje Vossenberg in de Haagse rechtbank tijdens de rechtszaak van de nabestaanden van de Molukse treinkapers. © ANP

Rechtbank: onderste steen treinkaping De Punt moet boven

Er komt een uitgebreid onderzoek naar de beëindiging van de treinkaping in 1977 bij De Punt. Daarbij kwamen zes kapers en twee gegijzelden om het leven. Duidelijk moet worden of het geweld dat mariniers gebruikten om de gegijzelden te bevrijden, rechtmatig is geweest.

De rechtbank Den Haag heeft dit onderzoek woensdag gelast. Zij deed dat in een tussenvonnis in een zaak die nabestaanden van twee omgekomen kapers hebben aangespannen tegen de Staat. Zij menen dat Max Papilaja en Hansina Uktolseja bij de bevrijdingsactie moedwillig door mariniers zijn doodgeschoten en eisen een schadevergoeding.

De rechtbank wil tot in detail weten wat er bij de bevrijdingsactie is gebeurd en wat de instructie was aan de mariniers. Er is nu onvoldoende informatie beschikbaar om een oordeel te kunnen vellen over de rechtmatigheid van het geweld dat is gebruikt. Zo zijn de mariniers die erbij waren betrokken nooit officieel gehoord. Dat had meteen na de operatie moeten gebeuren, stelt de rechtbank. De autopsierapporten van de twee omgekomen kapers en deskundigenrapporten acht de rechtbank niet toereikend om tot een oordeel te kunnen komen. De rechtbank wil ook meer documenten van de Staat.

'Executie'

Aanvullend onderzoek, waarbij de identiteit van de gehoorde mariniers zal worden afgeschermd, moet de rechtbank inzicht geven in de vraag of de dood van de twee kapers een 'executie' was, zoals de nabestaanden beweren. Of dat er sprake was van 'honest belief' van mariniers; in het heetst van de strijd geen andere mogelijkheid zien dan dodelijk geweld  gebruiken. In bepaalde omstandigheden kan dat gerechtvaardigd zijn volgens het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Uit het autopsierapport van de twee omgekomen kapers blijkt volgens de nabestaanden dat zij van nabij zijn neergeschoten. Zij noemen dit een executie omdat de twee op dat moment zwaargewond en ongewapend waren. De Staat zou de mariniers 'heimelijk' de opdracht hebben gegeven alle kapers om te brengen. Dat weerspreekt de Staat. Als bewijs noemt zij het feit dat drie kapers levend uit de trein kwamen en konden worden gearresteerd. De rechtbank zegt hierover pas na het uitgebreide onderzoek te kunnen oordelen.

Verjaard

De Staat beweert dat de bevrijdingsactie zorgvuldig is verlopen en meent dat de zaak inmiddels is verjaard. Dat laatste weerspreekt de rechtbank. Zij gaf de Staat een paar vegen uit de pan. Zo verwijt de rechtbank haar cruciale informatie uit het autopsierapport van de twee omgekomen kapers nooit met de nabestaanden te hebben gedeeld. Ook zijn de nabestaanden volgens de rechtbank jarenlang op het verkeerde been gezet door de 'onjuiste mededeling' van de regering in een Tweede-Kamerdebat 'dat geen schot is gelost op een kaper die zich niet door middel van een vuurwapen had verzet'. De nabestaanden hebben volgens de rechtbank hierdoor nooit enige aanwijzing kunnen hebben dat de Staat aansprakelijk gesteld had kunnen worden voor de dood van de twee treinkapers. Pas in 2013 kregen zij het autopsierapport in handen via een journalist die het had bemachtigd.

De nabestaanden is veertig jaar lang een rad voor de ogen gedraaid

Liesbeth Zegveld, advocaat

Volgens advocaat Liesbeth Zegveld is de nabestaanden veertig jaar lang 'een rad voor ogen gedraaid'. Familieleden van de twee omgekomen kapers reageerden opgelucht op het tussenvonnis van de rechtbank. Zij zijn blij dat de zaak niet is verjaard en een uitgebreid onderzoek helderheid zal geven over wat er precies is gebeurd bij de beëindiging van de treinkaping.

Met de bevrijdingsactie 11 juni 1977 werd een einde gemaakt aan een 19 dagen durende gijzeling van veertig passagiers in een trein in een weiland in Drenthe. Diezelfde dag maakten mariniers een einde aan een gijzelingsactie van Zuid-Molukkers in een basisschool in Bovensmilde. De Molukse gijzelaars vroegen met hun acties aandacht voor niet ingeloste beloftes van de Nederlandse regering een eigen staat te mogen stichten. De gijzelingsacties wekten destijds grote beroering en hielden de Nederlandse bevolking wekenlang aan de buis gekluisterd. De gegijzelde passagiers in de trein waren door de afgeplakte ramen geheel 19 dagen van de buitenwereld afgesloten.