Partijprogramma's langs de meetlat: verschil moet er zijn, maar niet te veel

Doorrekening CPB: 'Er valt wat te kiezen'

De SP dringt de werkloosheid op korte termijn terug, GroenLinks de staatsschuld. De VVD laat de inkomensongelijkheid oplopen, de PvdA verzwaart de lasten voor bedrijven. D66 vermindert broeikasgassen en het CDA doet alles gemiddeld.

'Er valt wat te kiezen', is de kernzin van CPB-directeur Laura van Geest bij de doorrekening van elf verkiezingsprogramma's op financieel-economische effecten door het Centraal Planbureau. Van Geest bedoelde dat niet alleen de plannen van politieke partijen flink uiteen lopen, ook hun gevolgen voor zaken als de Nederlandse economie, werkloosheid, koopkracht en overheidsfinanciën.

Wát er voor u, de kiezer, te kiezen valt, maakt de doorrekening - uniek in de wereld - inzichtelijk. Vindt u, net als president Trump, dat Nederland de defensieuitgaven moet verhogen, dan komt u bij de SGP (+3 miljard) of CDA en ChristenUnie (+2 miljard) uit. Moeten van u de zorguitgaven omhoog? Dat vindt de SP ook: plus 11 miljard. Prefereert u een belastingverlaging? De VVD verlaagt de lasten voor gezinnen met 14,7 miljard. 

Wilt u meer onderwijsgeld? D66: plus 3,8 miljard. Kiest u voor flink meer of minder ontwikkelingssamenwerking? VVD: min 2,7 miljard op een totaal van een kleine 4 miljard, GroenLinks en Denk: plus 2,1 miljard. Moet de Groningse gaskraan weer helemaal open gezet? Dat doet Denk, waar links hem dichter draait. Aanzienlijk meer koopkracht voor éénverdieners? SGP.

De staatsschuld wordt door de meeste partijen niet of nauwelijks afgelost

Vier jaar geleden ging het anders. Toen zat Nederland nog in een crisis en hadden de plannen van de meest uiteenlopende partijen één noemer: bezuinigingen. De doorrekening vertoonde nauwelijks waarneembare verschillen tussen partijen. Nu wel doordat de economie aantrekt en de partijen dat vieren door flink geld uit te geven. Geld overhouden op de begroting om het dak te repareren als de zon schijnt, daar doen ze niet aan. De staatsschuld wordt door de meeste partijen niet of nauwelijks afgelost. 

De SP liet de modellen van het CPB het meest op tilt slaan, met als resultaat uitkomsten als de grootste werkloosheidsdaling en de grootste koopkrachtstijging. Maar over tien jaar laat de SP de werkgelegenheid fors afnemen. 'Onze maatregelen gelden voor de komende vier jaar, niet voor daarna', is het verweer van de SP. Gevraagd of de partij zich zo niet buiten een coalitie houdt, wijst de SP op de bij haar wél dalende staatsschuld in 2021.

De VVD, PvdA, SP, D66, ChristenUnie, GroenLinks en VP en de eenmansfractie van Norbert Klein lieten hun programma's ook doorrekenen op milieueffecten door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Ook het PBL ziet verschillen: de VVD dringt de CO2-uitstoot niet terug waar D66, ChristenUnie en GroenLinks in 2030 flink op weg zijn de Parijse klimaatdoelen te halen. Volgens GroenLinks kan het hele verkiezingsprogramma van de VVD in de prullenbak omdat het strijdig zou zijn met het Parijse milieuverdrag. GroenLinks ziet zich dan ook niet snel met de VVD in een coalitie zitten.

Verschil moet er zijn, maar mogelijk moeten vier of meer partijen na 15 maart een regering vormen. Daar leek D66-leider Alexander Pechtold op te zinspelen door zijn concurrenten complimenten uit te delen. De VVD voor lastenverlichting en banengroei, GroenLinks en ChristenUnie voor vergroening, het CDA voor het mooie koopkrachtcijfer voor ouderen, de PvdA vanwege de onderwijsinvesteringen. 'En vooruit, ook de SP vanwege de extra handen aan het bed in de ouderenzorg', zei Pechtold, waarmee hij de werkelijkheid van de Nederlandse politiek nog eens onderstreepte: geen verschil zo groot of het kan straks in coalitieonderhandelingen worden uitgeruild.