Ook zonder zichtbare littekens kunnen soldaten gewond raken

Fotoboek Claire Felicie over posttraumatische stress

De Nederlandse fotograaf Claire Felicie (50) verdiept zich in het wel en wee van militairen. Meer specifiek zoekt ze naar beschadigingen die op het eerste gezicht onzichtbaar zijn. Niet de gesneuvelden, niet de oorlogsinvaliden, maar zij die zonder littekens uit het strijdgewoel zijn gekomen en die, misschien wel juist daarom, bij het thuisfront op weinig begrip kunnen rekenen voor psychische klachten die zich nog lang na hun missies kunnen manifesteren. Geen gemakkelijk onderwerp, en al helemaal niet in de fotografie, waar effectbejag en makkelijke symboliek op de loer liggen. Felicies nieuwe boek Only the sky remains untouched - monumentale foto's in zwart-wit en zwaarmoedige portretten - vergt inlevingsvermogen. Net zoals het onderwerp van het boek: posttraumatische stress. Daar heeft het, merkte ik, sinds de Eerste Wereldoorlog aan ontbroken.

De eerste keer dat ik werd geconfronteerd met beelden van getraumatiseerde soldaten was zo rond de leeftijd dat andere jongens onder de militaire dienstplicht werden opgeroepen. Door een speling van het lot (geboren in 1959, een jaargang die het leger uit praktische overwegingen kon missen) werd mij de gang van anderhalf jaar naar de kazerne bespaard. Om me heen zag ik wat de dienstplicht bij bijna-leeftijdgenoten in Koude Oorlogstijd aanrichtte. Veel verveling. Afzien in de regen gedurende een tiendaagse oefening op de hei. Elke zondagavond met de trein naar een afgelegen legerplaats in Overijssel of Brabant. En ook: de cynische voldoening van een tank besturen en daarmee de gewassen en omheining op een stuk boerenland volledig aan gort rijden.

Oorlog en krijgsgeweld waren onmetelijk ver weg, toen ik dat schokkerige filmpje zag van een soldaat die in de Eerste Wereldoorlog wat toen shellshock heette, had opgelopen. Met een lege blik staarde hij voor zich uit, nee, de blik was erger dan dat: het leek alsof de blik zich had volgezogen met de verschrikkingen die zich voor zijn ogen in de loopgraaf hadden afgespeeld. De ogen vormden zwarte gaten, waarin niet alleen het licht maar ook alle geweld verdween. Andere soldaten in het gruizige filmpje maakten spastische bewegingen, ze trokken grimassen of schreeuwden geluidloos naar de camera.

Shellshock

De soldaten met shellshock waren van dezelfde leeftijd als ik, die aan de dienstplicht ontkwam: 18, 19 jaar. Ze werden, vermoed ik nu, gefilmd om als voorlichtingsmateriaal te dienen. Soldaten met traumatische frontervaringen waren niet nieuw, de term shellshock wel. Soldaten die leeg voor zich uit staarden of hun ledematen niet onder controle hadden, werden lang beschouwd als laf, of slap - heimwee naar moedertje thuis. Maar toen horden soldaten terugkwamen van de loopgraven met diezelfde symptomen - geen zichtbaar fysiek letsel, maar niet in staat orders op te volgen en behept met talrijke lichaamskwalen - ging bij medici een lichtje branden. De klachten kwamen, dachten ze, door de ontploffende granaten, die het hart, de spieren en het gestel aantastten van de soldaten die zich te dicht bij de explosies bevonden. Niet geraakt door de scherven (shells), toch iets stuk door de schokgolven.

Shellshock was, dacht ik lang in grote naïviteit, iets waaraan mijn generatiegenoten een halve eeuw vóór mij hadden geleden, een loopgraafgebonden kwaal, opgelopen in de frischfröhliche Krieg waarin ze blakend van jeugdig enthousiasme verzeild waren geraakt. Tot ik eigentijdse foto's zag, van soldaten wiens gezichtsuitdrukking verdacht veel leek op die uit de loopgraven. Foto's als Shellshocked US Marine, Hue, Vietnam uit 1968. Een foto van de Engelse oorlogsfotograaf Don McCullin. De marinier heeft diezelfde lege blik, de grote ogen starend onder de helm, krampachtig opgetrokken schouders, de handen vastgeklampt aan de loop van het wapen, zijn laatste houvast.

Het werd me nog duidelijker dat soldaten ook zonder zichtbare littekens psychisch gewond kunnen raken - en dat dit van alle tijden is - toen ik eind jaren negentig met mijn gezin in Frankrijk kampeerde. Naast ons stond een Engelse veteraan in half-militair tenue, met zware tatoeages, in gezelschap van zijn vrouw en dochtertje van een jaar of 6. Hij dronk veel bier, oreerde urenlang en soms klonken sussende woorden van zijn vrouw én zijn dochtertje. Na middernacht waagde een andere campinggast zich naar de tent om te vragen of het wat zachter kon: hij hield de kinderen uit hun slaap. Hij ontstak in woede en stond een half uur dreigend  voor de campinggast. Toen sommeerde hij vrouw en dochtertje uit de tent te komen, brak die af, propte hem met de bagage in de kofferbak van zijn auto, brulde vrouw en kind naar binnen en scheurde weg. Even later hoorden we, verbijsterd en opgelucht, de wagen vol gas over een landweggetje jakkeren, een naar lavendel geurende horrornacht in.

Jurgen

Zulke mannen, en talrijke, ook niet- gewelddadige varianten, ontmoette Claire Felicie voor haar project Only the sky remains untouched. Zoals Jurgen, die in 1980 als vrachtwagenchauffeur in Libanon diende, bij UNIFIL, de vredesmissie van de Verenigde Naties. Tijdens een konvooi met pantserwagens op volle snelheid waarbij  onder geen beding mag worden gestopt, verschijnt er een personenauto voor zijn voertuig. Jurgen herinnert zich een voorruit vol bloed, en kan sinds het ongeluk geen kindergeschreeuw meer velen. Terug in Nederland gaat hij coke en speed gebruiken. In 2010 wordt hij met zijn vrachtwagen gesneden door een medeweggebruiker. Hij rijdt die klem en eist, met een sloophamer in zijn vuist, dat zijn opponent het met hem uitvecht bij de volgende parkeerplaats. Onderweg ernaartoe belt hij de politie, om te waarschuwen dat hij een moord begaat. Hij wordt gearresteerd en overgebracht naar een behandelhuis voor psychiatrische klachten.

Jurgen is een van de ex-militairen met wat tegenwoordig Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS) heet die voor Felicie poseerden. Ze liggen in eenzame afzondering op een brits in een kale ruimte met afgebladderde betonnen muren, de voormalige munitiefabriek bij Zaandam. Sommige van de mannen - en één vrouw - kijken in de lens, anderen staren omhoog, weer anderen hebben de camera de rug toegekeerd. Wie welke naam draagt, onthult Felicie niet, en doet eigenlijk niet ter zake. De sfeer op de foto's is onveranderd contemplatief, somber, op het deprimerende af.

De vormgeving van het boek - door ontwerper SYB (Sybren Kuiper) - is gewaagd. Grote portretten worden onderbroken door bladzijden met fabrieksinterieur of foto's van het terrein rondom. Zo zie je op de ene pagina de bovenkant van een lijf, en een paar bladzijden verderop het onderstel. De eerste indruk: verwarrend, productiefoutje. De tweede gedachte: een geforceerde manier om de getroebleerde geest van de geportretteerde te weerspiegelen. De derde gedachte volgde pas nadat een boel twijfel was overwonnen.

Is het niet van dik hout zaagt men planken om militairen te portretteren op zo'n kille plek die zo nadrukkelijk - Armando is nooit ver weg - schuldig is? Wordt de kwetsbaarheid van de ex-militairen niet te gemakkelijk benadrukt door het gedeeltelijk ontbloten van hun bleke lijven van middelbare leeftijd? Is het, door die veldbedjes, niet alsof ze gedoemd zijn eeuwig wakend in hun nachtmerrie gevangen te blijven? Is de symboliek in de beeldtaal niet dusdanig eenduidig dat het bijna kitsch wordt?

Missie geslaagd

Uiteindelijk zijn het vragen die vooral de vorm betreffen. Naarmate ik het boek vaker bekeek, verdwenen de twijfels. Want het decor van de munitiefabriek verbindt alle personen die Felicie portretteerde. Het veldbedje hielp bij de sessies zo te zien bij het oproepen van herinneringen en de sfeer van ernst en toewijding. Bovendien werkt de liggende houding ontspannend voor de geportretteerden en is hun aanblik ontwapenend, zoals Felicie (schrijft ze zelf) leerde uit de serie Sleeping Soldiers van wijlen Tim Hetherington.

In derde instantie blijkt ook die gefragmenteerde vormgeving functioneel. Zoals het beladen verleden van de ex-militairen steeds weer opspeelt, zo dringt het zich in het boek als lichte, overkomelijke hinder aan ons op. Ik besefte daardoor dat ik moeite moest doen om dicht bij deze mensen te komen. Doe je dat, dan draag je ze mee in je hart. Als samenleving, schrijft Felicie in de glasheldere begeleidende tekst bij de foto's, hebben we de taak te zorgen voor de mensen die terugkeren van de oorlog waar we ze naartoe hebben gestuurd. Die verantwoordelijkheid dringt zich onontkoombaar op. Missie geslaagd.

Claire Felicie: Only the sky remains untouched, 34,95 euro. Expositie in De Fundatie, Zwolle, t/m 15/1.