Nieuw station Breda verkozen tot beste gebouw van Nederland

Maar de Bredanaars moeten nog een beetje wennen

Toch gek: Breda heeft het beste gebouw van Nederland, maar dat laat de inwoners zo goed als koud. Zegt dat iets over het station of over de Bredanaar?

Het vele natuursteen in de stationspassage is lekker koel op een warme dag. Student Daniel Vergouwen, die op een stenen borstwering zit, lijkt niet verbaasd door de luxe materiaalkeuze. 'Marmer, is het marmer? Je kunt hier prima chillen.' Breda kreeg een chic prijswinnend treinstation van architect Koen van Velsen, maar de inwoners zijn er redelijk laconiek onder.

Marmer, is het marmer? Je kunt hier prima chillen

Bredanaar en student Daniel Vergouwen

'Beetje groot voor Breda, toch is het station een prima plek geworden', zegt student Casper Sneep. Hij zit op het plein aan wat vroeger de achterkant van het station was, de dooie kant. Het spoor scheidde de noordkant vrij genadeloos van het centrum. Nu zou je als argeloze reiziger dit plein met zijn grandeur en kolommen makkelijk voor de voorkant kunnen aanzien.

Dat is het mooie van het ontwerp van Koen van Velsen, dat vrijdag de prijs voor Beste Gebouw van het Jaar 2017 kreeg toegekend. Het gebouw heeft geen voor- en achterkant. Het is ook geen station, althans het is óók een station, want bovenal is het een nieuw stuk stad. Met een busstation, een parkeergarage op het dak, 9 duizend vierkante meter winkels, 20 duizend vierkante meter kantoren, 147 woningen, stalling voor 6 duizend fietsen en 2 pleinen.

De genomineerden

Bekijk hier de negen gebouwen die genomineerd waren voor de titel Beste Gebouw van het Jaar.

Van Velsen dé architect van 2016

'Toen ik voor het eerst de plannen zag, dacht ik: Jezus, dat is megalomaan voor Breda', zegt inwoner Sander Buijs. De interieurarchitect veranderde van mening toen hij het complex langzaam zag verrijzen. 'De schaal heeft goed uitgepakt. Het gebouw oogt niet kolossaal, terwijl er wel veel functies in zitten.' Alleen dat glimmende natuursteen in de passage, 'dat vind ik wat decadent'.

De passage is het hart van het gebouw. Het is een echte overdekte stadsstraat. Doordat Van Velsen zowel voetgangers als fietsers erdoor leidt, voelt die druk en veilig aan. De winkels zijn uit de doorgaande route - die ov-poortvrij is - verwezen naar de zijstraten, net als de entree tot de perrons. In de passage zelf is het prerogatief voor de voetganger die Breda van zuid naar noord wil doorsteken. 'Dat is handig, en het werkt ook', zegt student Vergouwen, 'maar als ik snel een broodje wil op weg naar mijn trein, moet ik een stuk omlopen naar de winkels. Misschien is het wennen.'

Wennen moeten ook oudere Bredanaars die verbaasd rondkijken in het ruime winkeldeel. 'Het lijkt hier wel Schiphol', zegt een oudere man tegen twee vrouwen die een modewinkel bemannen.

Winnen: exclusieve rondleiding OV terminal Breda

Op zaterdag 1 juli geeft Koen van Velsen een rondleiding door de OV Terminal. We verloten 15 tickets per rondleiding. Volkskrantlezers kunnen zich hier aanmelden.

De omvang van de ov-terminal verraste ook Arnold Aukema, die werkt bij een grote koffiebrander en woont in het centrum van Breda. 'Het is groot, te groot misschien, maar je begrijpt dat het een project is dat voor de toekomst is gemaakt.' Breda wordt aangesloten op het internationale hogesnelheidstraject. De NS probeert vanaf december de intercity Amsterdam-Brussel via Breda te laten rijden over een hsl-lijn.

De jury vindt de entree aan de stadszijde vrij laag en donker

staat in het jury-rapport

Aan de centrumkant van het station staat een 90-jarige vrouw met haar dochter voor de roltrappen die je helpen afdalen naar de passage. 'Het is echt mooi, maar wel jammer dat juist aan deze kant de entree een gat in de grond is', zegt ze. Daarmee sluit ze zonder te weten aan op dat ene puntje van kritiek van de jury van het Beste Gebouw van het Jaar. Uit het rapport: 'De jury vindt de entree aan de stadszijde vrij laag en donker.'

Het zijn kanttekeningen in de marge. De stadspassage werkt, het is er levendig en aangenaam. De achterliggende wijk bloeit op. Dat is een belangrijke ambitie van dit project: de omgeving mee omhoog trekken. De belangstelling voor de aanleunende woningen en kantoren is groot. Interieurarchitect Buijs: 'Het is misschien groot gedacht, maar ze kunnen het wel waarmaken, dat is knap.'

Het is te groot misschien, maar je begrijpt dat het een project is dat voor de toekomst is gemaakt

Arnold Aukema, woont in het centrum van Breda

Blijft de vraag waarom de inwoners niet méér in hosannastemming geraken bij de nominatie van hun station voor het Beste Gebouw van het Jaar: 'Ik denk niet dat Breda in een fakkeloptocht gaat als we winnen', zegt Aukema: 'Maakt het echt een kans? Dan wil ik wel weten wat de andere kandidaten zijn.'

Overigens componeerde een lokale muzikant vorig jaar wel speciaal een lied bij de opening van het station:

'Breda! Breda!

Ik kom, ik ga

Ik ga, ik kom weerom

Ik reis dus ik besta

Breda!'


Na de crisis lijkt de bouwkunst fundamenteel veranderd, dat leren althans prijsvraag en jaarboek

Architectuur is een traag vak. Er zit vijf tot zes jaar tussen ontwerp en realisatie. Bij een ingewikkeld en omvangrijk project als de OV Terminal Breda, vrijdag gekozen tot het Beste Gebouw van het Jaar 2017, zelfs twaalf jaar. Wat je als publiek te zien krijgt, is per definitie een opvatting van een aantal jaren terug.

Daarom is het interessant te lezen hoe de jury van deze prijs van de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus kijkt naar de wijze waarop de architectuur is opgekrabbeld uit de economische crisis van 2008, die ook bouwend Nederland trof. Terwijl de rest van de economie alweer een tijdje fors groeit, wordt slechts in slowmotion zichtbaar hoe de crisis de architectuur heeft veranderd.

Vóór de crisis, schrijft de jury in haar rapport, leek er veel aandacht voor spierballenarchitecten

Engagement: de architect als technicus die sleutelt aan een maatschappelijk probleem

Vóór de crisis, schrijft de jury in haar rapport, leek er veel aandacht voor spierballenarchitecten, beeldbepalende gebouwen, het creëren van vastgoedwaarde met de architect als superster. Maar nu draait het 'veel meer om de maatschappelijke bijdrage die architectuur kan leveren. Er wordt nagedacht over andersoortige, alledaagse opgaven'.

Bij het kiezen van de nominaties voor de prijs van 2017 werd bijvoorbeeld gekeken naar een opgeknapte Bijlmerflat, Kleiburg. Die was afgeschreven, voor een euro op de markt gebracht, maar kreeg een succesvol tweede leven als koop- en zelfklusflat. Op de groslijst stonden een kenniscentrum voor duurzame melkveehouderij en een grote Albert Heijn die mooi is ingepast in de landelijke omgeving. Niet per se sexy, wel goed gemaakt.

Engagement: de architect als technicus die sleutelt aan een maatschappelijk probleem; dat is zeker onderdeel van de oogst van dit jaar. Zelfs van de publiekswinnaar, het stadshart Deventer, kun je zeggen dat de architect Neutelings Riedijk niet alleen aan het blitsen was, maar een gemankeerd stadsdeel probeert op te kalefateren. De jury: 'Het project wordt vergeleken met een haperend horloge dat nu weer perfect loopt.'

De architectuur moet zichzelf opnieuw legitimeren, schrijft de vakjury, die naast Hans Wijers (oud-minister Economische Zaken en oud-topman AknoNobel) wordt gevormd door architecten en vormgevers. 'Want het gaat om 'projecten waar vrijwel iedereen mee in aanraking komt, die tonen dat architectuur veel meer is dan nieuwe woonwijken uitrollen of mooimakerij.'

Het is niet toevallig dat de nieuwe Rijksbouwsmeester Floris van Alkemade architecten niet aanspreekt op hun esthetische, maar op hun sociale agenda. Zijn recentste prijsvraag gaat over radicale oplossingen voor onze woonwijken. 'Alles is veranderd - de zorg, de bevolkingssamenstelling - maar de woonwijk is onveranderd.'

In het net verschenen jaarboek Architectuur in Nederland 2016-2017 is het geluid niet anders: 'Een kantelmoment in de architectuur.' Door de crisis kon het anders en 'moest het anders'. En kregen 'andersoortige, experimentele architectuurprojecten ook meer ruimte, veelal op initiatief van (groepen) particulieren, werkend met alternatieve (sloop)materialen en financieringsmodellen, en gericht op tijdelijk gebruik en transformatie'.

Dat klinkt mooi en misschien is het niet voor altijd, maar het klopt wel dat de economische crisis, die de helft van de architecten hun baan kostte, een katalysator is gebleken voor een meer dienstbare agenda van de architecten. Tot slot nog één keer de jury: 'Het feit dat architecten kunnen luisteren, hun interesse tonen in andere mensen, is het allerbelangrijkst.'

Waarom de jury het station van Breda verkoos boven Museum Voorlinden en publiekswinnaar Stadshart Deventer

Het nieuwe treinstation van Breda is door de vakjury van het BNA Beste Gebouw van het Jaar tot winnaar uitgeroepen. Het complexe project, dat behalve een stationshal met passage ook woningen, winkels en kantoren omvat, toont voor de jury het 'meesterschap van architect Koen van Velsen'.

Naast de jury, die dit jaar onder leiding stond van oud-economieminister en ex-topman van AkzoNobel Hans Wijers, kon ook het publiek een stem uitbrengen voor het beste gebouw. Dat koos met ruime meerderheid het Stadhuiskwartier Deventer, een ontwerp van Neutelings Riedijk Architects. Het nieuwe particuliere museum Voorlinden van kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh in Wassenaar, van Kraaijvanger Architects, werd hier tweede.

In het juryrapport valt te lezen dat het een nipte overwinning was van Station Breda op het Deventer stadshart. Deventer is geweldig goed uitgevoerd, schrijft de jury, maar: 'Breda torent boven de andere projecten uit in complexiteit en formaat. Het ontwerp raakt aan veel verschillende ruimtelijke thema's: de inpassing van grootschalige infrastructuur, binnenstedelijk wonen, openbare ruimte.'

Architect Van Velsen heeft de stad niet alleen een comfortabel nieuw station gegeven, hij verbond ook een vergeten stadsdeel met het centrum. 'Het concept van het station als een stuk stadsweefsel overtuigt, en dit is tot in het kleinste detail uitgewerkt', aldus de jury.
De verkiezing van het Beste Gebouw van het Jaar wordt georganiseerd door de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA). Editie 2017 is de elfde.

Er waren 113 gebouwen voor de prijs ingezonden. De jury heeft er 21 bezocht en er negen genomineerd. Er was een opdeling in vier categorieën: stimulerende omgevingen, particuliere woonbeleving, leefbaarheid en sociale cohesie en identiteit en icoonwaarde. Het Bredase station was de categorie-overstijgende winnaar.