Een groot aantal kinderen in Nederland leeft volgens de organisatie in armoede.
Een groot aantal kinderen in Nederland leeft volgens de organisatie in armoede. © ANP

Nederland daalt op 'dubieuze' ranglijst kinderrechten: onder Thailand en Tunesië

Nederland is dit jaar verder gezakt op de internationale ranglijst voor kinderrechten. Nederland belandde op de lijst van de organisatie Kidsrights op de vijftiende plaats en eindigde daarmee onder minder welvarende landen als Thailand, Tunesië en Slovenië. Critici zetten vraagtekens bij de vergelijkingsmethode van Kidsrights.

Een groot aantal kinderen in Nederland leeft volgens de organisatie in armoede en kinderen in gezinnen met een minimuminkomen worden geraakt door de bezuinigingen. Bovendien is de kwaliteit van jeugdzorg in veel gemeenten als gevolg van de decentralisatie nog altijd niet op orde.

Volgens Kidsrights moet er nog veel worden verbeterd. 'Nu het Nederland economisch weer voor de wind gaat, moeten kwetsbare kinderen daar als eersten van profiteren', vindt Marc Dullaert van KidsRights. 'Tegen de formerende partijen wil ik zeggen: blijf vooral investeren in kinderen en gezinnen die in armoede leven. Zo wordt voorkomen dat armoede van generatie op generatie overgaat.'

'Vertekend beeld'

Vorig jaar verloor Nederland al zijn plaats in de top-10. Staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) zette toen al kanttekeningen bij de lijst. Hij stelde dat de lijst een 'vertekend beeld' geeft en landen niet onderling vergeleken kunnen worden. Dit vindt ook Mathijs Euwema, kinderpsycholoog en directeur van International Child Development Initiatives (ICDI). 'Het is volkomen onduidelijk wat de ranking nou eigenlijk zegt.'

Als voorbeeld noemt hij de hogere notering voor Syrië (110) ten opzichte van het Verenigd Koninkrijk (156), omdat bij de beoordeling ook wordt gekeken naar de financiële draagkracht van een land. En dus dragen armere landen met beperkte middelen relatief veel bij.

'Wat gezegd wordt is dat het Verenigd Koninkrijk zo laag scoort, omdat het meer zou kunnen doen dan Syrië', schrijft Euwema van ICDI in een reactie. 'Voor een index zou dit niet uit moeten maken.'

Karin Arts, hoogleraar Internationaal Recht en Ontwikkeling aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam laat weten dat 'de kern van de KidsRights Index 2017 is dat landen naar hun mogelijkheden beoordeeld worden op hun inspanningen om kinderrechten te realiseren. Dit is in lijn met het VN-Kinderrechtenverdrag en het werk van het VN-Kinderrechten Comité. De KidsRights Index evalueert niet alleen landen in absolute termen, maar ook relatief in termen van de beschikbare middelen die een land heeft. Een land dat naar eigen kunnen en economische situatie goed presteert op kinderrechten, scoort hoger dan een land dat mogelijkheden onbenut laat. Het is daardoor mogelijk dat landen die niet perse meer investeren in kinderrechten dan Nederland, wél hoger op de ranglijst komen te staan.'

'Andersom presteren volgens het Kinderrechten Comité rijke landen binnen hun mogelijkheden vaak echt nog onvoldoende. Een voorbeeld daarvan, naast Nederland, is het Verenigd Koninkrijk dat door het Kinderrechten Comité in 2016 op 6 van de 7 elementen van domein 5 uit de KidsRights Index negatief beoordeeld is. Daarbij gaat het over basisvoorwaarden zoals goede wetgeving, voldoende informatie/data over de situatie van kinderen, voldoende budget, en respect voor belangrijke basisbeginselen van het Kinderrechtenverdrag (non-discriminatie, het belang van het kind en kinderparticipatie). Hierdoor kunnen dus Westerse landen als Nederland en het Verenigd Koninkrijk lager of op hetzelfde niveau eindigen in de KidsRights Index dan een ontwikkelingsland dat, binnen de mogelijkheden van dat land, veel stappen heeft gezet om de kinderrechten in het land te verbeteren.' 

Op de index staan 165 landen. Portugal is dit jaar voor het eerst lijstaanvoerder, gevolgd door Noorwegen, Zwitserland, IJsland, Spanje, Frankrijk, Zweden, Thailand, Tunesië en Finland.