In het nieuwe systeem is het advies van de leraar belangrijker dan de Cito-toets.
In het nieuwe systeem is het advies van de leraar belangrijker dan de Cito-toets. © ANP

Meer leerlingen naar havo en vwo door nieuw systeem

Leraren geven vaker hoog schooladvies dan eindtoets

Basisscholen gaven leerlingen in groep 8 vorig jaar gemiddeld een hoger schooladvies. Deze 'adviesinflatie' is te wijten aan de verandering van het systeem: het oordeel van de leraar is nu belangrijker dan de score op de eindtoets.

Dit stelt de Maastrichtse hoogleraar onderwijssociologie Jaap Dronkers, die de plaatsingscijfers van het ministerie van Onderwijs analyseerde. De bevindingen van Dronkers zijn pikant, omdat staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) in december nog aan de Tweede Kamer schreef dat 'ten opzichte van eerdere jaren de hoogte van de schooladviezen ongeveer hetzelfde is gebleven'.

Vorig jaar veranderde de wijze waarop het basisschooladvies tot stand komt. Voorheen was de score op de eindtoets cruciaal, maar dat leidde tot stress bij leerlingen en klachten van ouders dat zo'n toets een momentopname was. Nu moeten leerkrachten het advies al voor de afname van de eindtoets geven. Daarbij baseren ze zich op de prestaties die kinderen over een langere periode hebben geleverd.

Uit de berekeningen blijkt dat in 2015 - het eerste jaar dat het nieuwe systeem van kracht was - 37,4 procent van de kersverse brugklassers in een havo-, een havo/vwo- of een vwo-klas belandde. Dat was 1,5 procent meer dan in 2014, wat gelijk staat aan circa 3.000 leerlingen

Hoewel dit niet uit de cijfers valt af te lezen, zegt Dronkers te vrezen dat kinderen van laaggeschoolde ouders de dupe zijn van het nieuwe systeem. Critici spraken al bij de invoering van het nieuwe systeem de vrees uit dat het de sociale ongelijkheid vergroot. Een toets geeft een kind uit een zwak milieu dezelfde kansen als een kind uit een villawijk. Een leerkracht geeft de zoon van een advocaat misschien het voordeel van de twijfel, maar een meisje uit een achterstandswijk niet, aldus de critici. Bovendien kunnen mondige ouders voortaan het advies beïnvloeden, bijvoorbeeld door de leerkracht onder druk te zetten.

Uit de berekeningen van Dronkers, die zijn analyse vandaag publiceert op het wetenschappelijke blog Stuk Rood Vlees, blijkt dat in 2015 - het eerste jaar dat het nieuwe systeem van kracht was - 37,4 procent van de kersverse brugklassers in een havo-, een havo/vwo- of een vwo-klas belandde. Dat was 1,5 procent meer dan in 2014, wat gelijk staat aan circa 3.000 leerlingen. In voorgaande jaren was nooit zo'n sterke stijging zichtbaar. Dronkers verwacht dat de adviesinflatie de komende jaren verder toeneemt.

Hiaten

In grote steden steeg de hoogte van de adviezen volgens Dronkers sterker dan gemiddeld. In Almere, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Tilburg samen steeg het aantal eersteklassers op havo of vwo met 2 procent ten opzichte van 2014. 'In steden is meer schaarste en zijn er meer kwaliteitsverschillen tussen scholen', zegt Dronkers. 'Daarom willen leerlingen heel graag een hoog advies, om daarmee de kans op een goede school terecht te komen te vergroten.'

De VO Raad, de sectororganisatie voor middelbare scholen, zegt signalen te krijgen dat de adviezen in sommige regio's hoger uitvallen. Maar daar staat volgens de raad tegenover dat de adviezen in andere regio's juist lager zijn dan in andere jaren. 'Mogelijk speelt daarbij mee dat in sommige regio's het misverstand bestond dat scholen bij een hogere eindtoetsscore het advies moesten bijstellen', zegt een woordvoerder. Over de gehele linie heeft de VO Raad geen aanwijzingen dat er in 2015 systematisch hoger is geadviseerd.

Het ministerie van Onderwijs gaat daar voorlopig ook nog vanuit. Het baseert zich daarbij op cijfers die de basisscholen aanleveren. Waarom de cijfers van Dronkers anders uitvallen, kan het ministerie niet verklaren.

Volgens Dronkers bevat de dataset die het ministerie gebruikt hiaten. 'We zullen de heer Dronkers uitnodigen om samen met onze specialisten de cijfers te analyseren', zegt een woordvoerder van het ministerie. De woordvoerder wijst erop dat er veel politieke steun is voor de nieuwe methode van adviseren. 'Ieder systeem heeft nadelen, maar dit is het beste systeem.'


Hoe werkt het schooladvies?

Sinds 2015 is het advies van de leerkracht leidend. Die besluit in februari welk advies een leerling krijgt: bijvoorbeeld vmbo-kader, havo/vwo of vwo. Daarbij baseert de leerkracht zich niet alleen op de prestaties van het kind in voorgaande jaren maar ook op bijvoorbeeld motivatie en werkhouding. In mei - dus na het advies - doen de kinderen van groep 8 nog een gestandaardiseerde eindtoets, bijvoorbeeld van Cito. Scoren ze daarbij opvallend goed, dan kan het schooladvies naar boven worden aangepast. Het advies kan na een tegenvallende eindtoets niet naar beneden worden bijgesteld. Middelbare scholen mogen een kind niet lager plaatsen dan het schooladvies.