Linkse belastingpolitiek: het bedrog van Flip de Kam

'Dat kan niet. Dat kan gewoon niet. Dat kan je niet maken.' Willem Vermeend, staatssecretaris van Financiën, toonde zich oprecht verbolgen over de aanval die de Groningse hoogleraar Flip de Kam dinsdagmiddag lanceerde op het Belastingplan dat Vermeend en zijn minister Gerrit Zalm eind vorig jaar naar de Kamer stuurden...

'De Kam is van oktober 1996 tot oktober 1997 betaald adviseur geweest van het ministerie van Financiën', zegt Vermeend. De irritatie groeide toen De Kam desondanks vrolijk over belastingen bleef schrijven in zijn column in NRC Handelsblad, zijn lezers in het ongewisse latend over zijn dubbelrol. 'Hij is hierop door ambtenaren aangesproken', aldus Vermeend.Irritatie werd woede toen De Kam, een dag na de publicatie van de nota, in diezelfde krant een vernietigende kritiek schreef. 'Het hardste van alle commentaren', weet Vermeend. De opgekropte woede zocht zich een uitweg toen De Kam zich dinsdag andermaal opstelde als de onafhankelijk hoogleraar. De 'vrijzwevende hoogleraar' was zeker gefrustreerd dat het geen 'Belastingplan-De Kam' geworden was, schamperde Vermeend.De Kam reageerde stoïcijns. Blijkbaar, zei hij, was zijn inhoudelijke kritiek op het Belastingplan zó hard aangekomen, dat Vermeend zich genoodzaakt voelde om in plaats van de bal, de man te raken. Een inhoudelijke verdediging van zijn lezers- en toehoordersbedrog voerde De Kam niet aan.Maar, eerlijk is eerlijk, ook Vermeend liet na een inhoudelijk debat te voeren. De Kams belastingvoorstellen werden stuk voor stuk afgeserveerd met de mededeling dat 'daar geen draagvlak voor is'. Dat is te makkelijk - zelfs voor een demissionnaire staatssecretaris in informatietijd. ('Ik zeg niets', riep Vermeend telkens als deze onderhandelingen ter sprake kwamen.)De resterende vraag is daarom: deugen de voorstellen van De Kam?Mhoaw.De Kam begint zijn vertoog (opgenomen in het door de Wiardi Beckman Stichting uitgegeven boekje Draagkracht onder Druk) met de vaststelling dat 'geen van de grote politieke partijen in ons land een duidelijk samenhangend geheel van opvattingen heeft over het na te streven belastingpeil, welke belastingen moeten worden geheven, op basis van welke grondslagen en tegen welke tarieven'. Maar wie verwacht dat De Kam het belastingpragmatisme daarom te lijf gaat met een principieel betoog komt (andermaal, zou een tikje cynisch kunnen worden opgemerkt) bedrogen uit.De Kam noemt vijf 'algemene uitgangspunten' waaraan de belastingwetten moeten worden getoetst: een redelijke verdeling van de belastingdruk, voor de burger begrijpelijke regels, een doelmatige uitvoering door de belastingdienst, een zo klein mogelijke verstoring door de belastingen van de economie en, tenslotte, het bestaan van een maatschappelijk draagvlak.Dit zijn prachtige uitgangspunten natuurlijk, redelijk ook, en billijk bovendien, maar ze voeren niet bepaald in een rechte lijn naar een specifiek belastingstelsel. Vermoedelijk voldoen de huidige belastingstelsels in alle OESO-landen in grote lijnen aan deze criteria.Als het op een formulering van een eigen 'plan' aankomt, introduceert De Kam daarom nog een ander criterium. 'De PvdA zou niet moeten willen meewerken aan een belastingherziening die neerkomt op een verdere stap in een richting van een stelsel, waarin de druk volledig proportioneel over inkomensklassen is verdeeld.' Kortom: de belastingherziening moet nivelleren.De Kam brengt dit in de papieren praktijk met voorstellen voor verhoging van de belasting op vermogen met in totaal 18 miljard gulden. Hij wil een vermogenswinstbelasting invoeren (in plaats van de vermogensrendementsheffing van het kabinet), de vermogensbelasting handhaven, de overdrachtsbelasting opschroeven van 6 naar 10 procent, het huurwaardeforfait verhogen naar 4 procent, een vermogensheffing introduceren voor pensioenfondsen en, tenslotte, de fiscale faciliteiten voor zelfstandigen beknotten.Hierbij passen twee opmerkingen. Ten eerste is zijn plan inconsistent. 'Uiteraard ben ik mij ervan bewust dat het politieke draagvlak voor de opgesomde maatregelen kwestieus is', schrijft hij. De verklaring hiervoor zoekt hij in het gebrek aan maatschappelijk draagvlak. 'De helft van de kiezers vertoeft onder eigen dak.' Maar belastingwetten moesten van De Kam toch op 'maatschappelijk draagvlak' kunnen rekenen? Je zult zo'n scherpe analyticus als adviseur hebben.De tweede opmerking is dat De Kam zijn interessantste vraag - wat is dat, sociaal-democratische belastingpolitiek? - onbeantwoord laat. Hij gaat er o zo traditioneel van uit dat meer progressie in de belastingheffing links is. Maar is dat wel zo evident?Ja?En als meer progressie nu eens groei en banen kost, is het dan nog steeds links? De vraag is relevant omdat het ook denkbaar is de huidige, min of meer proportionele verdeling van de belastingdruk in Nederland te formaliseren door de invoering van een flat tax. Dit is een belastingstelsel waarin maar één belastingtarief bestaat, en een forse belastingvrije voet. De eenvoud van het systeem maakt resoluut een einde aan veel economische verstoringen door de belastingheffing, en dat, zeggen economen, is goed voor de groei. De Kam noemt 'zo min mogelijk verstoren' zelf als een criterium voor de beoordeling van een belastingstelsel. Is het denkbaar dat een flat tax sociaal-democratisch wordt genoemd?In de PvdA heeft 'het denken over een bij-de-tijdse ''socialistische belastingpolitiek'' een kwart eeuw of langer stilgestaan', schrijft De Kam.Er zit nog steeds geen beweging in.