Marga van Amersfoort, voorzitter van de belangenorganisatie SVS Meldpunt Klachten Siliconen, toont een borstimplantaat dat na complicaties bij haar verwijderd werd.
Marga van Amersfoort, voorzitter van de belangenorganisatie SVS Meldpunt Klachten Siliconen, toont een borstimplantaat dat na complicaties bij haar verwijderd werd. © ANP

Landelijke databank voor implantaten op komst

Aanleiding was het schandaal van de lekkende borstprotheses

Wat lekkende borstprotheses al niet kunnen veroorzaken. Zonder enig protest of politieke ophef lijkt de Eerste Kamer dinsdag over te gaan tot invoering van een landelijk elektronisch patiëntendossier.

Om precies te zijn: een databank met alle implantaten die bij Nederlandse staatsburgers zijn ingebracht. Denk aan cardiologische (pacemakers), orthopedische en gynaecologische implantaten. In de Tweede Kamer was het voorstel in april een hamerstuk. Zo staat het dinsdag ook in de Eerste Kamer op de agenda.

In het landelijk register komt te staan welke implantaten - merk, serienummer etc - door zorgverleners bij patiënten zijn geplaatst. De komende wet verplicht 'zorgaanbieders en zorgverleners' straks om 'een gegevensset over cliënt en implantaat vast te leggen die de traceerbaarheid van cliënten en implantaten verzekert met het oog op mogelijke of dreigende schade aan de gezondheid van de cliënt door een implantaat'.

In 2011 ging het kabinetsplan om een landelijk elektronisch patiëntendossier in te voeren tenonder in de Eerste Kamer

Aanleiding voor de wet waren de lekkende borstprotheses, de zogenoemde PIP-implantaten. Die veroorzaakten in 2012 een schandaal door de mogelijke gezondheidsschade die dreigde voor vrouwen met zulke implantaten. Er was echter niet meer te achterhalen wie dergelijke protheses hadden, waardoor veel vrouwen wellicht onnodig in onzekerheid verkeerden. 

De aanleg van databanken met patiëntgegevens is politiek pikant: in 2011 ging het kabinetsplan om een landelijk elektronisch patiëntendossier in te voeren ten onder in de Eerste Kamer. Die vreesde dat het systeem te kwetsbaar was voor misbruik en dat privacygevoelige informatie over patiënten te makkelijk in verkeerde handen zou kunnen komen. 

De implantaten-databank is feitelijk een variant op het patiëntendossier, maar het privacy-argument speelt nu geen politieke rol meer. Het register is straks alleen toegankelijk voor de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De IGZ kan dan ingrijpen als een implantaat een 'veiligheidsrisico' blijkt te zijn. In de databank staat welke zorgaanbieders deze implantaten hebben geplaatst en om hoeveel mensen het gaat.

'De IGZ heeft om privacyredenen geen inzicht in de persoonsgegevens van de cliënten', benadrukt minister Schippers van Volksgezondheid. Die voorwaarde werd gesteld door de privacywaakhond, het College Bescherming Persoonsgegevens. In een eerste versie van het wetsvoorstel werden de implantatenplaatsers nog verplicht ook het burgerservicenummer van de patiënt aan het landelijk register door te geven. Nu weet alleen de zorgverlener om wie het gaat.

In de praktijk is al begonnen met het vastleggen van beschikbare 'traceerbaarheidsgegevens' uit bestaande registraties in het landelijk implantatenregister. Om die gegevens te kunnen koppelen aan de 'ontvangende' burger moeten de ziekenhuizen en klinieken nu aan het werk.