De politie zet vooral in op zware criminaliteit, blijkt uit een rapport in opdracht van Politie en Wetenschap.
De politie zet vooral in op zware criminaliteit, blijkt uit een rapport in opdracht van Politie en Wetenschap. © ANP

Kleine boef ontspringt vaak de dans, politie investeert vooral in opsporing zware criminelen

Driekwart van de ruim 11 duizend voortvluchtige criminelen hebben in Nederland een gevangenisstraf van minder dan twee maanden openstaan. Dat staat in het rapport De Onvindbaren, dat donderdag is uitgekomen in opdracht van het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap. Nooit eerder werden voortvluchtigen zo uitgebreid onderzocht.

De politie investeert vooral in de opsporing van zware criminelen, zo blijkt uit het rapport. De 'middenmoot', kleinere criminelen die veelal vermogens- of drugsdelicten op hun naam hebben staan, ontspringen de dans. Het gaat om veroordeelden die in vrijheid hun proces mogen afwachten en zich vervolgens niet melden bij de penitentiaire inrichting. Vanaf dat moment is een persoon voortvluchtig.

De eerste negentig dagen wordt volgens een standaardprotocol van de politie ongeveer drie keer een bezoek gebracht aan het adres waarop de veroordeelde staat geregistreerd. Zo'n adres blijkt lang niet altijd te kloppen; de persoon is inmiddels verhuisd, bij vrienden of familie ingetrokken of naar het buitenland uitgeweken.

Wat ook meespeelt, is dat vaak niet duidelijk is wie de huisbezoekingen moet uitvoeren, stelt Ilse de Groot, een van de vijf onderzoekers. 'Meestal wordt hier een basisagent op afgestuurd, maar het kan ook onder rechercheonderzoek vallen. In Den Haag is een speciaal team opgericht om voortvluchtigen op te sporen. Dat gold ook voor Amsterdam, maar dit team is inmiddels opgeheven.

Over het algemeen geldt: als de termijn van negentig dagen is verstreken, heeft de opsporing van voortvluchtige kleine criminelen bij de politie geen hoge prioriteit meer.

Verjaard

Juist de tussencategorie valt tussen wal en schip. Het gaat dus niet om moorden en doodslagen, maar wel om delicten waar burgers last van kunnen hebben

De onderzoekers, bestaande uit criminologen en een recherchekundige, bestudeerden databases en 29 strafdossiers van opgespoorde criminelen. Ook legden ze interviews af met politiebeambten, justitie, het OM en de reclassering.

Bij aanvang van het onderzoek, in de zomer van 2015, telde Nederland 11.167 voortvluchtige criminelen. Van 1.690 verjaart de opgelegde gevangenisstraf volgend jaar. Het merendeel (87 procent) van de voortvluchtigen is man. Acht procent is geboren in Nederland, de grootste groep is afkomstig uit een Midden- of Oost-Europees land (27 procent).

De voortvluchtigen bestaat voor 58 procent uit criminelen die vermogensdelicten zonder geweld hebben gepleegd, 13 procent is veroordeeld voor drugsdelicten. Slechts zeven voortvluchtigen hebben een gevangenisstraf van meer dan tien jaar uitstaan.

'Uit het onderzoek blijkt dat stevig wordt ingezet op zware criminaliteit', zegt De Groot. 'Juist de tussencategorie valt tussen wal en schip. Het gaat dus niet om moorden en doodslagen, maar wel om delicten waar burgers last van kunnen hebben. Bijvoorbeeld berovingen of eenvoudige mishandelingen.

Sprongen voorwaarts

Er worden op dit moment veel maatregelen genomen om de opsporing beter uit te voeren

Politiewoordvoerder Lisette van Baalen

De politie laat in een reactie weten dat het zeker werk maakt van het opsporen van voortvluchtigen. 'Dit is absoluut een core business binnen onze organisatie', zegt woordvoerder Lisette van Baalen. 'Er worden op dit moment veel maatregelen genomen om de opsporing beter uit te voeren.' Ze wijst op een aantal pilots dat wordt uitgevoerd om de informatie-uitwisseling tussen overheidsdiensten als de politie, het UWV en de Belastingdienst te verbeteren, zodat de adresgegevens van veroordeelden makkelijker te traceren zijn.

Ook richtte de politie begin 2015 het landelijke politieteam FASTNL op, bestaande uit 35 speciaal getrainde politieagenten die gericht jacht maken op voortvluchtigen met uitstaande straffen van meer dan tien maanden. Een maatregel van recentere aard heeft er bovendien toe bijgedragen dat agenten op straat in het systeem kunnen zien of iemand die ze aanhouden nog een straf heeft uitstaan.

Volgens de Rotterdamse politiechef Frank Paauw zal er altijd een groep zijn die onder de radar blijft. 'Het gaat om veroordeelden in het buitenland die tot ongewenst vreemdeling zijn verklaard en dus niet meer welkom zijn in Nederland. Een tweede categorie betreft veroordeelden in het buitenland van wie de openstaande straf minder is dan vier maanden. Voor hen gelden geen rechtsmiddelen.' Deze veroordeelden blijven geregistreerd staan, zo vervolgt hij. 'Zodra ze weer naar Nederland komen, worden ze alsnog aangehouden.'

De Groot erkent dat de politie sinds vorig jaar een aantal grote sprongen heeft gemaakt in de opsporing van voortvluchtige criminelen, maar ze heeft nog wel een aanbeveling. 'Het zou enorm helpen als elke eenheid een specialistisch team krijgt die zich hiermee bezig houdt', zegt ze. 'De vraag is of de politie hier de capaciteit voor heeft.'