Koningin Maxima tijdens en werkbezoek aan de IMC Weekendschool die jongeren introduceert in de Nederlandse samenleving.
Koningin Maxima tijdens en werkbezoek aan de IMC Weekendschool die jongeren introduceert in de Nederlandse samenleving. © ANP

Kinderen van vluchtelingen die eind jaren negentig aankwamen presteren goed op school

Kinderen van vluchtelingen die eind jaren '90 naar Nederland kwamen, doen het goed in het onderwijs. Vooral de jongsten, die bij hun aankomst zes jaar of jonger waren of die hier geboren zijn, doen in leerprestaties nauwelijks onder voor autochtone Nederlandse kinderen. Succes in het onderwijs is vaak een goede graadmeter voor integratie.

Dit is een van de bevindingen in 'Een kwestie van tijd', een grootschalig onderzoek naar het verloop van de integratie van de grote groep van 96 duizend vluchtelingen die in de periode 1995-1999 asiel vroeg in Nederland en in 2012 nog hier woonden. Dat betrof 61 procent van de oorspronkelijke groep. Het is uitgevoerd door het Sociaal Cultureel Planbureau, het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Wetenschappelijk Onderzoek- en documentatiecentrum van het ministerie van Justitie (WODC) en wordt vandaag gepubliceerd. Het gaat om vluchtelingen uit onder andere voormalig Joegoslavië, Irak, Iran, Afghanistan en Somalië.

De criminaliteit onder jonge mannelijke asielmigranten blijkt niet hoger dan onder leeftijdgenoten van autochtone of migrantenherkomst

Het is een vervolg op het onderzoek dat het WODC vorig jaar presenteerde over de arbeidsparticipatie en criminaliteit van deze groep. Daaruit bleek dat 57 procent een betaalde baan heeft. Onder autochtonen is dat 80 procent. De criminaliteit onder jonge mannelijke asielmigranten blijkt niet hoger dan onder leeftijdgenoten van autochtone of migranten herkomst.

Er zijn wel grote verschillen tussen de groepen onderling. Zo is de arbeidsparticipatie van de veelal hoog opgeleide vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië met 65 procent het hoogst. Die van Somaliërs het laagst. Ook in deze nieuwe studie naar onderwijsprestaties doet zich eentweedeling voor, waarbij vooral kinderen met Iraanse en Afghaanse ouders de statistieken flink omhoog halen. Zij doen in hun schoolprestaties niet onder voor autochtone Nederlandse kinderen. Voor de hele groep asielkinderen onder de 18 die zo'n twintig jaar geleden in Nederland kwam wonen, geldt dat zij het gemiddeld beter doen in het onderwijs dan andere kinderen met een niet-westerse migrantenachtergrond. Met uitzondering van kinderen met Somalische ouders. Zij volgen relatief vaak speciaal onderwijs.

Wel doen kinderen van asielmigranten vaak iets langer over hun schoolloopbaan, omdat zij hun taalachterstand moeten inhalen. Met een diploma op zak moeten deze asielkinderen een goede stap kunnen zetten richting integratie in de Nederlandse samenleving, concluderen de onderzoekers.

Het WODC liet ook uitzoeken hoe het staat met de sociale integratie van deze groep vluchtelingen. Hoe langer in Nederland, hoe meer sociale contacten asielmigranten hebben met autochtone Nederlanders. Een kwart heeft alleen contacten met autochtonen, een derde heeft gemengde contacten, een vijfde richt zich op de eigen groep en een kwart blijkt sociaal geïsoleerd te leven. Dat betekent dat zij ook niet of nauwelijks contact hebben met hun eigen groep. Dat geldt vooral voor Iraniërs, maar zeker niet voor Somaliërs. Het sociale verkeer tussen autochtone Nederlanders en asielmigranten is groter dan die tussen de eersten en andere groepen met een migratie achtergrond, zoals Turkse en Marokkaanse Nederlanders.

De onderzoekers concluderen dat de asielmigranten in de eerste vijftien jaar van hun verblijf in Nederland hun achterstand langzaam inlopen.